6 dec. 2010

Van Richards Bay naar Durban.








Donderdag 25 november draait de wind eindelijk van zuidwest naar noordoost, samen met een andere boot besluiten we het korte weather window te pakken. Om 15.00 uur vertrekken we en houden net genoeg water boven de drempel om uit te kunnen varen. De wind is 3 tot 5 bft. uit het noordoosten en de zee is redelijk kalm. In de nacht zien we wel veel onweer, maar dat blijft vooral boven land hangen, en we krijgen slechts een klein buitje. We hebben tot onze verbazing meer stroom tegen dan mee. We hebben ontzettend veel scheepvaart op onze route en de radar en de AIS bewijzen weer hun diensten. Durban is de grootste zeehaven van Zuid-Afrika en voor dat we 's morgens om 7.00 uur de haven in kunnen varen moeten we wachten op een cruiseschip en een containerschip. Om 8.15 uur meren we af bij Durban Marina, waar nog twee andere schepen van de World ARC liggen, later komen er nog twee binnen, en zullen we met 5 boten wachten op het volgende weather window. Al snel krijgen we een box toegewezen en meren daar af. Prima plek alleen kost het enige moeite om stroom te krijgen, maar ook dat lossen we weer op. 's Middags willen we naar de supermarkt en komen in een verkeerde straat terecht, waar iemand tegen ons op botst en een ander van achteraf Hans' portemonnaie probeert te stelen. Duidelijk een gecoördineerde actie. We zijn gewaarschuwd en nemen voortaan slechts een creditcard mee en niet teveel contant geld. Nu hadden we alles bij ons, zelfs onze paspoorten omdat we van de douane kwamen. Zaterdag conserveren we de watermaker, omdat we deze voorlopig niet meer nodig zullen hebben. 's Middags bezoeken we het Shaka Marine Park en genieten van een dolfijnenshow en een zeehondenshow. Leuk om te zien dat er gebruik gemaakt wordt van alles wat ze eigenlijk ook in de natuur doen. Ook is er een heel mooi aquarium waar we een hele tijd rondlopen. Het weer ziet er niet goed uit voor de komende dagen en we boeken een tour naar Leshoto voor twee dagen. Zondagochtend vroeg vertrekken we en onderweg hebben we dichte mist. Even zijn we bang dat we straks weer geen goed zicht zullen hebben als we boven bij de pas zijn, maar het geluk is met ons en het zicht is goed als we wegrijden om naar de Sani Pas te gaan. We hebben nu een 4 wheel drive en als mede passagiers hebben we drie personen, waarvan er twee gisteren de marathon op het zelfde stuk gelopen hebben. Nu willen ze in alle rust van het uitzicht boven genieten en gaan vandaag met een tour naar boven, onderweg vertellen ze ons veel over de loop en we hebben diepe bewondering voor ze, het hoogte verschil dat we overbruggen binnen 20 km. is 1300 m. De weg ernaar toe is vol haarspeld bochten en heel steil, de laatste lopers kwamen ook nog de andere tegen, die al weer naar beneden gingen. We passeren de grens en moeten onze paspoorten af laten stempelen, omdat Lesotho een eigen koninkrijk is binnen Z-Afrika. We rijden door naar een Leshoto village en worden daar ontvangen in een huis, waar we het lokale bier en brood mogen proeven. De mensen zijn ontzettend arm, maar wel tevreden. Ik spreek een vrouw aan die met een paard en een klein kind naar ons staat te kijken, voor wat muntjes mogen we foto's van haar maken, dat is haar inkomsten. Het land is kaal, vol keien en heel onvruchtbaar. Bovendien is het heel koud en lag er enkele weken geleden nog sneeuw. Iedereen loopt met dekens om en vele lagen kleding aan. We lunchen in de hoogste pub van Afrika op 2873 m. De gids wijst ons erop dat het weer gaat betrekken en we snel naar beneden moeten, we hebben genoten van het uitzicht. We overnachten in een heel mooi country house Moorcroft Manor, met een goede keuken. Als we bij aankomst een wandeling door de mooie tuin willen maken regent het hard en kunnen we de bergen al niet meer zien. De volgende dag rijden we via Howick en 1000 Valley Hills terug naar Durban. De wind blijft in de zuidwest hoek zitten en is heel krachtig, geen weer om de volgende tocht te maken, we hebben een vervroegde Christmas party op één van de schepen en besluiten nog een keer voor twee dagen een auto te huren, waar we mee naar de battlefields (Kwazulu Natal) rijden. Helaas is het erg regenachtig, maar we zien toch een heleboel belangrijke plekken voor de geschiedenis van Z-Afrika. We overnachten in een private game park (lodge Trenchgula) en zien tussen de buien door nog wat baby antilopen en heel mooie vogels. Via Dundee, waar we het museum bezoeken, rijden we de volgende dag door het binnenland terug. De route is heel mooi, maar het gebied is erg arm en we voelen ons niet op ons gemak als we ergens tanken en wat broodjes halen, dus rijden we snel door. Om 17.00 uur leveren we weer de auto in en lopen terug naar de jachthaven.

11 nov. 2010

Réunion en tocht naar Zuid-Afrika.









Maandag 25 oktober rijden we met Elaine in een huurauto naar de vulkaan de la Fournaise, die nog steeds actief is. De weg ernaar toe is heel steil en kronkelig en bovendien neemt het zicht steeds meer af. Als we aankomen op het uitzichtpunt bij de pas de Bellecombe kunnen we nauwelijks tien meter voor ons uit zien, bovendien is het maar 12 graden, hebben we weer eens geen goede kleding bij ons en we rillen van de kou. Snel naar een restaurant vlakbij, waar we tenminste nog goede foto's zien van de vulkaan en waar ze ons er veel over kunnen vertellen. We rijden via de oostkust terug en zetten Elaine bij haar hotel in St. Denis af. Dinsdagnacht om vier uur worden we gewekt door mensen op de kade, die ons vertellen dat er een tsunami warning is. Iedereen is paraat en we verhalen onze boot, zodat we niet met de mast de boot naast ons kunnen raken als de golven hoog de haven binnenlopen. Een brandweerwagen rijdt met zwaailicht over de kade en vertelt ons hoe het ervoor staat. Na twee uur is het gevaar geweken en bij ons is er geen schade, verderop op het eiland blijkt dat wel het geval te zijn. De tsunami is veroorzaakt door een aardbeving zuid van Sumatra en heeft daar veel schade aangericht. Woensdag bezoeken we de noord oost kust van het eiland en hiken twee uur bij Basin Boeuf, volgens een mythe heeft een os hier behoorlijk huis gehouden en de omgeving jarenlang geterroriseerd, de bewoners durfden het gebied lange tijd niet te bezoeken. We zijn er alléén en rusten uit op de rotsen bij het water, het water is heel schoon en er zwemmen allerlei vissen in. We vervolgen onze tocht naar Salazie en het creolendorp Hell-Bourg. Daar bezoeken we Villa Folio een Creools huis met een prachtige tuin rondom. Het dorp is vroeger een kuuroord geweest voor de rijke mensen van Réunion, vandaar de mooie huizen en tuinen die er zijn. De natuur is adembenemend en soms zien we wel zes watervallen tegelijk. Donderdag bezoeken we St. Denis en halen Marnix af van de airport. Heerlijk om hem weer te zien en we eten onderweg met de bemanning van een andere boot van de WARC. De volgende dag gaan Hans en Marnix duiken bij St. Gilles, leveren we de huurauto in en hebben 's avonds een party en diner in de Dodo-bar. Zaterdag 30 oktober is de start voor het traject Réunion naar Richards Bay in Zuid-Afrika. We hebben een redelijke start, en varen lang met de kopgroep mee. We zetten een waypoint uit ver zuid van Madagaskar om speling te hebben in de aanloop naar Richards Bay. Alles gaat voorspoedig, tot we een gale warming doorkrijgen over de marifoon en van de weerman van de WARC. We zitten gelukkig al redelijk ver zuid en de echte kern krijgen we niet. Als de zee weer wat gekalmeerd is kunnen we de jerrycans brandstof in de tank doen en hebben we weer een bijna volle tank. Maandag 1 november bellen we Cathelijne om haar met haar verjaardag te feliciteren, ze vertelt ons het grote nieuws dat ze 12 februari gaan trouwen. We zijn echt super blij en besluiten gelijk dat de Drammer dan maar een jaar in Zuid-Afrika blijft. We hebben in ruim vijf maanden meer dan 11.000 mijl gevaren en nemen nu de tijd om rustig langs de kust naar Kaapstad te varen. We hebben een heel sterke stroom tegen van soms meer dan drie knopen en schieten maar niet op naar ons Waypoint ten zuiden van Madagaskar. Veel scheepvaart wordt doorgegeven op de AIS en we maken steeds contact met ze om te vragen hoe ze ons passeren. Donderdag krijgen we 20 - 25 knopen wind en bereiken we ons waypoint bij Madagaskar. Vrijdag begint de motor minder regelmatig te lopen, Hans zet de voorfilter om en we denken het euvel verholpen te hebben. De motor loop echter nog niet goed en als we weer 12 uur hebben kunnen zeilen en de motor afgekoeld is, vervangt Hans toch maar beide voorfilters. Er komt een nieuw weerbericht binnen, dat niet veel goeds voorspelt. We zijn heel alert op het weer omdat we straks de Agulhas stroom over moeten steken. Als je daar bent en de wind draait naar het zuidwesten, krijg je daar monstergolven en niemand zit daar op te wachten. We vragen de organisatie de frequentie van de weerberichten te verhogen en voortaan zullen we elke dag weerbericht krijgen. Wij zitten nog steeds net achter de kopgroep en we naderen al snel een gemeen koufront. We moeten besluiten wat we doen, vertragen of zo snel mogelijk door gaan. We tekenen het koufront in op onze kaart en het blijkt dat we de lijn eigenlijk al gepasseerd zijn. We nemen het besluit om zo snel mogelijk door te gaan, anderen vertragen en blijven voor het front wachten. De spanning in het veld loopt hoog op en er is heel veel overleg, iedereen speelt zijn eigen informatie door aan anderen. De kunst is om voor de laatste 100 mijl het goede weather window te pakken. Wij moeten nog 290 mijl en met 14 tot 20 knopen wind lopen we er mooi doorheen. Zondagavond om 11.00 uur naderen we de 100 mijlen grens, gelijk krijgen we bericht dat er weer een gale warming is voor dinsdagmorgen en dat er dan zeker geen mogelijkheid is om Richards Bay aan te lopen. Als we 85 mijl voor de kust zijn begint de stroom eindelijk mee te lopen om 5 uur 's morgens moeten we nog 65 mijl, we moeten het kunnen halen als alles goed gaat. Ik hoor nog steeds de motor haperen en duim maar dat hij het blijft doen. Als het me teveel wordt stop ik maar de oortjes van de Ipod in mijn oren en blijf naar muziek luistern i.p.v naar de motor. We tellen de mijlen af en op het laatst krijgen we 30 knopen wind, nog 45 mijl te gaan, die we in 5 uur afleggen op alleen de genua (gemiddeld 9 knopen wel met 1 tot 1,5 knoop stroom mee). Om 12.00 lokale tijd lopen we de haven binnen, een politieboot begeleidt ons naar de haven en we meren af. We hebben een goede tocht gehad, zonder schade en het laatste weatherwindow gebruikt, de meesten zijn nog buiten en moeten vertragen. Het duurt nog 2 dagen voor de laatste boot binnen is. Er is heel veel schade aan de vloot, zeilen kapot, veel roer schade, lekkages en kiel problemen om maar iets te noemen. Eén boot is platgeslagen door een golf en een andere is spontaan 180 graden van koers verandert door een golf, de boot voor ons is aan de grond gelopen, maar kwam gelukkig redelijk snel los. Iedereen wordt ontvangen door de jachtclub met een vriendelijk praatje en een fles champagne, heerlijk zo'n ontvangst na zo'n tocht. Woensdag brengen we Marnix al weer naar de airport in Durban met een huurauto. Het is heerlijk geweest dat hij er bij was en omdat je met zijn drieën bent kan je wat langer slapen, zodat het net minder vermoeiend is. Voorlopig laten we de boot twee weken hier liggen, Hans moet naar Nederland en ik ga naar Kenia om Florence en Aïsha weer te zien. Ineens hebben we de tijd en we kunnen rustig van Zuid-Afrika gaan genieten, wel moeten we afscheid nemen van de mensen van de WARC en dat vinden we jammer het is een leuke groep en hebben best wel veel vrienden gemaakt.

24 okt. 2010

Mauritius.









Zondag 10 oktober 2010 bellen we eerst met de kinderen om te zeggen dat we goed aangekomen zijn. We proberen het zout van de boot af te krijgen, wat zeker niet in één keer gaat lukken. Om 18.00 uur hebben we een borrel op Tucanon waar we met de anderen die vandaag zijn aangekomen zijn uitgenodigd. De volgende dag ontzilten en inspecteren we de genua, die gelukkig nog geheel in takt is. Dinsdag lukt het eindelijk het achter toilet te ontstoppen, blijkt dat de hele slang dicht geslipt is met calcium. De combinatie zout water spoelen, urine en de temperatuur van meer dan 24 graden blijken de oorzaak te zijn. Hans klopt met de hamer een emmer voor drie kwart vol met calcium. Velen hebben er problemen mee en de oplossing blijkt azijn en goed spoelen met zoet water te zijn. Weer wat geleerd en we zullen er zeker rekening mee houden als we de boot achterlaten voor langere tijd. Voor de volgende drie dagen hebben we een auto gehuurd en bezoeken de botanische tuin van Pamplemousses, waar we veel inheemse en vreemde bomen en planten aantreffen. Vooral de waterlelies en de lotusbloemen zijn prachtig om te zien. De volgende dag bezoeken we de west en zuidwest kust met het plaatsje Flick en Flack met zijn leuke strand met eetwagens en hoge bomen op het strand, waardoor je heerlijk in de schaduw kunt zitten. Daarna rijden we door naar Chamarel om de gekleurde aarde te zien, de kleuren zijn ontstaan door het ongelijk afkoelen van gesmolten rotsen. Het is een mooi gezicht en doet heel sprookjesachtig aan. Hoewel de weg ernaar toe heel kronkelig en stijl is biedt het een goed uitzicht over het binnenland van Mauritius. Vrijdag bezoeken we de zuidoost kant van het eiland, waar we Bleu Bay, het historisch museum in Mahébourg bezoeken en doorrijden naar Vieux Grand Port. De Nederlanders zijn hier in 1598 geland en tot 1710 gebleven met het lokale hoofdkwartier van de Nederlands Oost Indische Compagnie. Het Frederik Hendrik museum geeft de geschiedenis van de Nederlanders hier goed weer. Hoewel het museum al gesloten was toen we aankwamen, was iemand zo vriendelijk het weer voor ons open te stellen en ons rond te leiden. De volgende dagen leveren we de auto weer in om aan de boot te kunnen werken, o.a. de lieren hebben duidelijk een beurt nodig en Hans gaat nog een keer duiken in Grand Bay. Na drie dagen laten we weer een auto komen en rijden terug naar het zuiden, waar we in het ressort Shandrani terecht komen. We betalen een behoorlijk bedrag om binnen te komen, maar dan blijkt ook alles inclusive te zijn. We genieten er van een uitgebreide lunch, het zwembad en het strand. Het is er echt super de luxe en proberen nog even voor een nacht te boeken, maar als de prijs voor een kamer op bijna 600 euro uitkomt, rijden we toch maar weer naar Port Louis terug om aan boord te slapen. De volgende dag rijden we weer terug naar Bleu Bay om te gaan snorkelen. De vissen die we hier zien zijn toch weer anders dan we gezien hebben in Tahiti en ook het koraal is heel verschillend. We zien door de glasbodem boot, waarmee we naar de snorkelplek varen een heel grote schildpad en volgen hem een tijdje. Donderdag rijden we nog met de auto naar de oost kant en dan hebben we het eiland echt goed gezien. 's Avonds hebben we een party met lokale dansers en heel veel rum, aangeboden door de haven en de rumfabriek. Vrijdag maken we de boot al weer klaar voor vertrek naar Réunion. Zaterdagmorgen is de start in de havenmond en we hebben als gast Elaine Bunting aan boord, zij zit in de redactie van en is journaliste voor het blad Yachting World. Voor de start is er een blessing ceremonie, voor alle schepen en hun bemanning, waarvan we allemaal diep onder de indruk zijn. Er zijn zes geloven vertegenwoordigd; joods katholiek,anglicaans,islam, boedisme en hindoe. waarin een klein eiland groot kan zijn.
De ceremonie wordt afgesloten met vuurwerk. Na één nacht zeilen komen we na ongeveer 130 mijl in Réunion aan. Het is een mooie tocht met een volle maan en de wind is ongeveer 5 bft.

12 okt. 2010

Van Cocos Keeling naar Mauritius.









Zaterdagmorgen 25 september is de Douane op Direction Island om de schepen uit te klaren. Wij vragen aan vroeger te mogen vertrekken, omdat het weer er niet echt goed uit ziet. Een diep laag trekt naar het noorden, net waar de vloot langs moet. Voor dinsdag geven ze kans op een tropische storm bij Cocos Keeling, met heel veel onweer. Met twee andere schepen besluiten we zaterdagmiddag al te gaan om de storm zoveel mogelijk voor te blijven. We bellen de kinderen met de iridium om ze te vertellen, dat we nu al gaan en waarom. We spreken met de andere boten af, dat we om 18.00 uur radiocontact hebben via de SSB radio. We hebben een heerlijke wind van 15 knopen en de zee is nog redelijk rustig. Tussen 16.50 en 17.15 uur worden we vergezeld door dolfijnen, een heel grote groep en ze springen uit het water en maken daarbij salto's. We genieten er weer volop van. Op advies van de Bruce, de weerman van de vloot, varen we eerst ZW om de stormdepressie zoveel mogelijk te ontlopen. Hij raadt ons aan om tot 15 gr. zuid te varen en dan naar het westen richting Mauritius. Zondag hebben we hevige regenbuien maar de wind is nog redelijk en met behulp van de sprayhoodzeilen houden we het binnen droog. Via de radio horen we dat er zondagmorgen nog meer boten van de vloot vertrokken zijn en dat de start voor maandagochtend niet meer officieel van kracht is. Maandagochtend bellen we met Radboud, omdat hij ons mailde dat Cleo ons ook nog goede reis had willen wensen. We hebben een uitgebreid telefoongesprek met haar en genieten er nog lang van na. We krijgen voor het eerst meer wind, maar alles is nog goed te doen. Voor de nacht hebben we weer een gast , een redfooted booby met een prachtige blauwe snavel. Dinsdag 28 september krijgen we het bericht, dat de stormdepressie zich verplaatst heeft naar het zuiden. We hebben veel regen, harde wind 25 tot 35kn en heel hoge golven, heavy weather, volgens het weerbericht. We hebben nog ruim 1800 mijl te gaan, dus we kunnen er tegen aan. We varen alleen op de genua en reven deze nog maar een stukje verder voor de nacht. Voor het eerst hebben we twee bedden in de kajuit gemaakt, zodat we zoveel mogelijk kunnen rusten. Het bewegen is moeilijk, de boot maakt rare bewegingen omdat we deinings golven uit het zuiden en wind golven uit het zuidoosten hebben. Deze golven kruisen elkaar op een onprettige manier en de boot maakt veel onverwachte bewegingen. Voor het eerst dat we de luikjes in de ingang erin hebben en ook vergrendeld. We blijven zoveel mogelijk binnen. De golven die over de boot komen zijn zo krachtig, dat het niet verantwoord is naar buiten te gaan. Uiteindelijk zullen we drie dagen binnen moeten blijven, met de wekker om het uur, de radar en de AIS aan, zodat we alles om het uur controleren. Omdat als ik gekookt heb met dit weer altijd zelf maar weinig eet, krijgt Hans tijdens deze reis kookles. Hij maakt lekkere hapjes klaar en we eten alle dagen drie maaltijden, waarbij altijd een warme maaltijd. Totdat hij na enige dagen behoorlijk in zijn duim snijdt en ik het snijwerk weer moet doen. Ik plak het stukje duim weer op zijn plaats en het geneest gelukkig snel. We krijgen het eerste weerbericht binnen van Mauritius via de Navtex: Near gale force, SE with rough to very rough seas and locally high seas. Onze windmeter geeft de komende dagen als hoogste 37 kn. aan. Onze geeft denk ik te weinig aan, omdat veel schepen om ons heen vaak meer dan 40kn. melden. Maar ik vind het wel genoeg en hoef niet meer wind. Iedereen is moe in de vloot en verlangt naar rustiger weer. Een boot uit de vloot A Lady omschrijft deze dagen als: We had another difficult nicht at sea, blooming mountainous seas and a wind that would peel the hairs off a monkeys tail. Beter kan ik het niet weergeven. Zaterdag blijkt dat we een record aantal mijlen halen, 1170 in een week, dat is een gemiddelde van 167 mijl per etmaal, dat alles alleen op een zwaar gereefde genua. Maandag 4 oktober tegen de avond gaat de wind iets afnemen en we zijn blij als hij beneden de 25 knopen blijft. Als alles weer een beetje normaal wordt, krijgen we om het weer spannend te maken een bericht door op de Navtex, dat er 300 mijl noord van Mauritius een vissersboot gekaapt is met 14 mensen aan boord. De afstand is nog wel redelijk, maar het blijkt dat de piraten al oost van Madagaskar bezig zijn. Ook bij Singapore wordt er melding gemaakt van vele aanvallen met kleine bootjes. We hebben steeds gezegd liever een storm te hebben dan piraten, wel we hebben het gekregen en zijn er niet ontevreden mee. Langzaam neemt de wind af en het leven wordt weer normaal aan boord. De laatste dag kunnen we zelfs met vol zeil varen, de Indische oceaan laat even zien dat het ook anders kan. Zondagochtend 10 oktober om 6.30 uur lopen we na ruim 14 dagen Mauritius binnen ( bijna 2400 NM), waar we door Suzanne van de World ARC verwelkomt worden met een drankje en een mooie fruitmand. Heerlijk om zo verwend te worden als je aankomt. We zien terug op een zware tocht maar we hebben geen ogenblik het idee gehad dat we het niet meer onder controle hadden. De Drammer heeft het geweldig gedaan onder deze omstandigheden. Vaak verdween de boot onder water en we hebben geregeld golven in de cockpit gehad, maar alles was goed te doen. De tijd, die we binnen moesten blijven, hebben we gekookt, gelezen en naar de Ipod geluisterd. We wisten dat het een zwaar traject zou worden en zijn heel tevreden hoe we het gedaan hebben.

23 sep. 2010

Cocos Keeling.

Cocos Keeling.

Maandag 13 september om 12.00 uur passeren we de startlijn bij Bali, als tweede en lopen mooi weg. Onderweg komen we nog veel afval tegen dat in het water drijft. Het is iets wat ik niet begrijp, de natuur is zo mooi maar de bewoners zijn er zich niet van bewust. Alles wordt in het water gegooid en de toeristen worden tot mijn stomme verbazing op grote drijvende bananen o.i.d. dwars door het vuilnis getrokken. Al na een half uur wordt er gewaarschuwd voor grote drijvende objecten op de route, iedereen geeft door waar het zich bevindt. 's Avonds meldt een jacht dat ze al een half uur gevolgd worden door een vissersboot, twee andere jachten gaan dichterbij het jacht varen, en wij kruipen met zes jachten bij elkaar en houden de marifoon aan om contact te houden. Het is mooi zeilen en we genieten volop, de Drammer loopt er goed doorheen en neemt de golven prima. Als we 's nachts de generator willen starten blijkt deze niet goed te lopen, het wieltje van de V snaar is verschoven en de snaar is eraf, dus geen koeling waardoor hij al snel weer afslaat. De volgende morgen kunnen we na veel moeite alles weer terug plaatsen en zijn we toch wel weer heel voldaan dat we het zelf op kunnen lossen. Tot vrijdag neemt de wind geleidelijk steeds meer af en de deining is zo groot, dat we het grootzeil naar beneden moeten halen, omdat de klappen op de mast te groot zijn. Daarna neemt de wind steeds iets toe, zodat we alleen op de fok toch nog een behoorlijke snelheid halen. We besluiten om niet met donker Cocos Keeling aan te lopen en minderen vaart. Het scheelt ongeveer twaalf uur met de anderen en we denken dat dat het zeker waard is. Toch nog met donker, omdat we anders te langzaam gaan voor de stuurautomaat, lopen we de finish lijn over en denken eerst in het buiten gebied te gaan ankeren. Het is volle maan en er is redelijk zicht, maar als we het anker klaar willen maken trekt er net een zware onweersbui over met heel harde vlagen. We besluiten rondjes te blijven varen tot het licht wordt. Van anderen hebben twee waypoints gekregen om de binnenlagen aan te lopen. Voor het eerst dat onze pilot geen juiste informatie geeft. Om 7.15 uur laten we het anker zakken tussen de groep en zijn blij dat we er zijn. Het is een heel mooi gebied met 25 eilanden, waarvan er slechts twee bewoond zijn. Onze ankerplaats is bij Direction Island, dat onbewoond is. Home Island ligt op een half uur varen met de dinghy en is een moslimgemeenschap van ongeveer 600 mensen. Hun voorvaderen zijn hier uit Maleisië gekomen om op de kokosplantages te werken. Op het andere bewoonde eiland, West Island, leven ongeveer 120 mensen en dit is het administratieve centrum van de eilandengroep. Hier kunnen we ons op een westerse manier kleden en gedragen. Wel moeten we hier met de ferry naar toe omdat het met onze kleine dinghy te ver en te ruw is. De douane en de quarantaine zijn dinsdagochtend naar Direction Island gekomen om ons in te klaren. 's Middags besluiten we naar Home Island te gaan voor internet, de supermarkt en het museum. Alles heel kleinschalig en het museum is wel open, maar alleen op woensdag is er personeel. De mensen zijn vriendelijk en heel behulpzaam. Woensdagochtend komt er een boot naar de ankerplaats om diesel te tanken. Wij zijn als tweede aan de beurt, omdat we met een aantal andere schepen een kano safari geboekt hebben en we al vroeg naar Home Island moeten varen voor de ferry naar West Island. Met drie dinghies varen we naar het eiland en worden overvallen door een enorme stortbui. Drijf en drijf nat komen we uiteindelijk net op tijd aan. Met de ferry naar het andere eiland en met de bus verder. Bij een winkeltje kopen we eerst maar droge T- shirts, want we hebben het behoorlijk koud en het weer verbetert maar niet. Na de lunch, waar we een mooi uitzicht hebben op de grootste golven die ik ooit gezien heb, en waar surfers van wereldklasse aan het trainen zijn, melden we ons bij huisnummer 20, de huizen hebben alleen een nummer, verdere vermelding is niet nodig. We worden met een busje naar de oost kant van het eiland gebracht, waar de kano's klaar liggen. Het zijn stevige kano's met een buitenboord motor en twee outriggers. Heel stabiel en met vijf boten vertrekken we naar de snorkel plek, waar we heerlijk snorkelen in het warme water. Daarna eten we op een klein eilandje met heerlijke hapjes en champagne en houden een heremiet krabben race. We bezoeken nog twee andere eilanden, waar we uitleg krijgen over de kokosplantages en over gebruik van de kokosnoten. Blijkt, dat elke familie de beschikking heeft over een eiland en dat ze daar in het weekeinde vaak met de hele familie te vinden zijn. Voor je gevoel is de westerse wereld heel ver weg. Als het al donker wordt varen we met de kano's terug, verkleden ons en gaan met de ferry weer naar Home Island. Vandaar gaan we samen met de twee andere dinkies in een rijtje terug naar de ankerplaats. Iedereen is op veiligheid ingesteld en zonder dat we het van elkaar wisten heeft ieder zijn handmarifoon meegenomen, zodat we onderweg contact kunnen houden. In het maanlicht varen we langzaam tussen het koraal door terug naar de ankerplaats. We hebben een heel speciale dag achter de rug en zijn zeer tevreden. Vrijdag 24 september hebben we 's avonds een bbq en is de briefing alweer voor het volgende traject naar Mauritius ongeveer 2300 mijl. Zaterdag kunnen we de boodschappen afhalen en zondag hebben we op West Island een Music, Art en wijn festival met de plaatselijke bewoners. Maandag 27 september starten we weer om 10.00 uur richting Mauritius.
Cocos Keeling.

Maandag 13 september om 12.00 uur passeren we de startlijn bij Bali, als tweede en lopen mooi weg. Onderweg komen we nog veel afval tegen dat in het water drijft. Het is iets wat ik niet begrijp, de natuur is zo mooi maar de bewoners zijn er zich niet van bewust. Alles wordt in het water gegooid en de toeristen worden tot mijn stomme verbazing op grote drijvende bananen o.i.d. dwars door het vuilnis getrokken. Al na een half uur wordt er gewaarschuwd voor grote drijvende objecten op de route, iedereen geeft door waar het zich bevindt. 's Avonds meldt een jacht dat ze al een half uur gevolgd worden door een vissersboot, twee andere jachten gaan dichterbij het jacht varen, en wij kruipen met zes jachten bij elkaar en houden de marifoon aan om contact te houden. Het is mooi zeilen en we genieten volop, de Drammer loopt er goed doorheen en neemt de golven prima. Als we 's nachts de generator willen starten blijkt deze niet goed te lopen, het wieltje van de V snaar is verschoven en de snaar is eraf, dus geen koeling waardoor hij al snel weer afslaat. De volgende morgen kunnen we na veel moeite alles weer terug plaatsen en zijn we toch wel weer heel voldaan dat we het zelf op kunnen lossen. Tot vrijdag neemt de wind geleidelijk steeds meer af en de deining is zo groot, dat we het grootzeil naar beneden moeten halen, omdat de klappen op de mast te groot zijn. Daarna neemt de wind steeds iets toe, zodat we alleen op de fok toch nog een behoorlijke snelheid halen. We besluiten om niet met donker Cocos Keeling aan te lopen en minderen vaart. Het scheelt ongeveer twaalf uur met de anderen en we denken dat dat het zeker waard is. Toch nog met donker, omdat we anders te langzaam gaan voor de stuurautomaat, lopen we de finish lijn over en denken eerst in het buiten gebied te gaan ankeren. Het is volle maan en er is redelijk zicht, maar als we het anker klaar willen maken trekt er net een zware onweersbui over met heel harde vlagen. We besluiten rondjes te blijven varen tot het licht wordt. Van anderen hebben twee waypoints gekregen om de binnenlagen aan te lopen. Voor het eerst dat onze pilot geen juiste informatie geeft. Om 7.15 uur laten we het anker zakken tussen de groep en zijn blij dat we er zijn. Het is een heel mooi gebied met 25 eilanden, waarvan er slechts twee bewoond zijn. Onze ankerplaats is bij Direction Island, dat onbewoond is. Home Island ligt op een half uur varen met de dinghy en is een moslimgemeenschap van ongeveer 600 mensen. Hun voorvaderen zijn hier uit Maleisië gekomen om op de kokosplantages te werken. Op het andere bewoonde eiland, West Island, leven ongeveer 120 mensen en dit is het administratieve centrum van de eilandengroep. Hier kunnen we ons op een westerse manier kleden en gedragen. Wel moeten we hier met de ferry naar toe omdat het met onze kleine dinghy te ver en te ruw is. De douane en de quarantaine zijn dinsdagochtend naar Direction Island gekomen om ons in te klaren. 's Middags besluiten we naar Home Island te gaan voor internet, de supermarkt en het museum. Alles heel kleinschalig en het museum is wel open, maar alleen op woensdag is er personeel. De mensen zijn vriendelijk en heel behulpzaam. Woensdagochtend komt er een boot naar de ankerplaats om diesel te tanken. Wij zijn als tweede aan de beurt, omdat we met een aantal andere schepen een kano safari geboekt hebben en we al vroeg naar Home Island moeten varen voor de ferry naar West Island. Met drie dinghies varen we naar het eiland en worden overvallen door een enorme stortbui. Drijf en drijf nat komen we uiteindelijk net op tijd aan. Met de ferry naar het andere eiland en met de bus verder. Bij een winkeltje kopen we eerst maar droge T- shirts, want we hebben het behoorlijk koud en het weer verbetert maar niet. Na de lunch, waar we een mooi uitzicht hebben op de grootste golven die ik ooit gezien heb, en waar surfers van wereldklasse aan het trainen zijn, melden we ons bij huisnummer 20, de huizen hebben alleen een nummer, verdere vermelding is niet nodig. We worden met een busje naar de oost kant van het eiland gebracht, waar de kano's klaar liggen. Het zijn stevige kano's met een buitenboord motor en twee outriggers. Heel stabiel en met vijf boten vertrekken we naar de snorkel plek, waar we heerlijk snorkelen in het warme water. Daarna eten we op een klein eilandje met heerlijke hapjes en champagne en houden een heremiet krabben race. We bezoeken nog twee andere eilanden, waar we uitleg krijgen over de kokosplantages en over gebruik van de kokosnoten. Blijkt, dat elke familie de beschikking heeft over een eiland en dat ze daar in het weekeinde vaak met de hele familie te vinden zijn. Voor je gevoel is de westerse wereld heel ver weg. Als het al donker wordt varen we met de kano's terug, verkleden ons en gaan met de ferry weer naar Home Island. Vandaar gaan we samen met de twee andere dinkies in een rijtje terug naar de ankerplaats. Iedereen is op veiligheid ingesteld en zonder dat we het van elkaar wisten heeft ieder zijn handmarifoon meegenomen, zodat we onderweg contact kunnen houden. In het maanlicht varen we langzaam tussen het koraal door terug naar de ankerplaats. We hebben een heel speciale dag achter de rug en zijn zeer tevreden. Vrijdag 24 september hebben we 's avonds een bbq en is de briefing alweer voor het volgende traject naar Mauritius ongeveer 2300 mijl. Zaterdag kunnen we de boodschappen afhalen en zondag hebben we op West Island een Music, Art en wijn festival met de plaatselijke bewoners. Maandag 27 september starten we weer om 10.00 uur richting Mauritius.






























11 sep. 2010

Bali.









De eerste zeven uur hebben we mooi zeilweer en met 4 tot 5 bft. varen we de Beagle Gulf uit, daarna neemt de wind af en moeten we de motor starten. Via de mail krijgen we van Marnix het trieste bericht van het overlijden van een heel goede vriend, we zijn er behoorlijk van aangeslagen en verlangen ernaar om thuis te zijn en afscheid te kunnen nemen. Dan merk je hoe ver je van huis bent, gelukkig kunnen we via de mail een bericht sturen en bloemen laten bezorgen. Later krijgen we via een vriend terugkoppeling, zodat we iets meer begrijpen van wat er gebeurt is in Nederland. Elke avond en morgen hebben we nu we met de World ARC meevaren een listening watch 's avonds en een roll - call 's morgens, we moeten er aan wennen en er heel bewust rekening mee houden. Na enkele dagen gaat het ons wat makkelijker af. Terwijl wij maandagochtend binnen zitten te praten over de mail die we binnen kregen, blijkt er opeens een lage vissersboot naast ons te varen, het is een lage open boot met vier mannen en hij blijft op ongeveer 50 meter precies met ons meevaren en houdt dat vijf kwartier vol. Als wij van koers veranderen, doet hij dat ook. We besluiten het met de rol - call te melden en al snel worden er twee boten gevraagd koers te zetten naar de Drammer, wij krijgen ook een andere koers op en op die manier zullen de boten elkaar treffen na ongeveer 30 minuten. De vissersboot houdt het voor gezien en we melden dat aan de andere schepen, zodat iedereen weer zijn eigen koers kan volgen. We zijn blij dat we er beiden vrij kalm en rustig onder bleven. De boot was niet zichtbaar op de radar en dat is wel lastig voor als het donker is. We besluiten te blijven motoren om te proberen dinsdag voor donker Bali aan te lopen. Op het laatst hebben we 5 knopen stroom tegen tussen Lombok en Bali en we halen het net voor donker de jachthaven te bereiken, waar al een mooie ligplaats voor ons is vrij gehouden. Dat is wel een luxe moet ik zeggen ook de papierwinkel die we normaal hebben, wordt zeer adequaat door de organisatie geregeld. Woensdag 8 september gebruiken we om de boot schoon te maken en de brandstof aan te vullen, we doen dat met yerrricans omdat de pomp al twee maal leeg was en we geen prut in de tank willen hebben. Ook doen we de eerste lading boodschappen voor de volgende lange trip via Cocos Keeling naar Mauritius. Bij elkaar wel een week of drie varen, dus dat vraagt weer wat proviand. Donderdag 9 september maken we met andere ARC deelnemers een tour over het eiland. We bezoeken een goud- en zilversmederij, atelier voor houtsnijwerk, de Elephant Cave tempel en hebben een heerlijke lunch bij de Batur vulkaan. We zien onderweg vele rijstvelden, die als terrassen tegen de heuvel zijn aangelegd. De verschillende kleuren groen zijn heel mooi om te zien en je kunt er uren naar kijken. We besluiten de dag met een bezoek aan de stad Ubud, waar we naar onze zin te weinig tijd hebben, omdat er zoveel te zien is. Vrijdag 10 september vertrekken we 's middags naar een Resort om Hans' verjaardag te vieren, we luieren heerlijk aan de rand van het zwembad en zwemmen lang in de verschillende zwembaden. Even op adem komen en niets doen. Zaterdag doen we op de terug weg naar de marina boodschappen en 's avonds is er een feestavond van de ARC in het clubhuis met heerlijk buffet en mooie Balinese danseressen. Zondagochtend kunnen we in de haven al uitklaren en hebben om 17.00 uur alweer de briefing voor het volgende traject naar Cocos Keeling, de start is maandag 13 sept.12.00 uur.








7 sep. 2010

Darwin.










Nadat we zondag in de haven de boot zoet afgespoeld hebben gaan we de stad in en boeken een trip naar national park Kakadu van twee dagen voor dinsdag en woensdag. Maandag gebruiken we om de stuurinstallatie te checken en de boot verder schoon te maken. Dinsdagochtend vroeg vertrekken we vroeg uit Darwin richting Kakadu waar we eerst een bezoek brengen aan Ubirr waar we originele grotschilderingen te zien krijgen van de aboriginals, die vele generaties lang aangebracht zijn gedurende duizenden jaren. Het aanbrengen van de schilderingen is belangrijker dan de schildering zelf en vele zijn overgeschilderd. Daarna gaan we via Bowali Visitor Centre naar Cooinda om een boottocht te maken over the Yellow Water Wetlands, waar we heel veel krokodillen en vele vogels zien, waaronder de Jabiru die heel grote nesten in de bomen maken en hun levenlang bij elkaar blijven als paar. De nacht brengen we door in een tent en horen 's nachts een dingo. De volgende morgen brengen we een heel interessant bezoek aan een aboriginal echtpaar dat een kamp runt en ons heel veel uitleg geeft over het gebruik van de natuur in hun hele levenswijze. Ook het belang van het gebruik van vuur wordt uitgelegd, iedere drie jaar wordt het land gecontroleerd afgebrand volgens heel strenge regels om het gras, het ongedierte en de slangen in bedwang te houden. We kunnen oefenen op de didgeridoo en werpen met speren maar brengen van beide niet veel terecht. De terugtocht maken we via de Barramundi Gorge, waar je heerlijk kunt wandelen en zwemmen.

Van 13 tot en met 22 augustus zijn we naar Nederland, waar we voor het eerst alle kleinkinderen bij elkaar zien. We genieten van alle kinderen, familie en vrienden die we deze dagen zien. Het is dan ook best wel moeilijk om weer weg te gaan. Dinsdag 24 augustus zijn we weer aan boord, waar ook de eerste boten van de ARC binnen zijn gelopen. We huren voor vier dagen een auto, doen boodschappen en tanken vol met jerrycans. we gebruiken de auto om de omgeving te verkennen en bezoeken het museum & Art gallery of the Northern Territory. Heel interessant met de aboriginal kunst en veel uitleg over de dieren in deze omgeving. Vrijdag gaan we met de deelnemers van de ARC naar Litchfield National Park, waar we op twee plekken zwemmen onder watervallen. We bezoeken de gigantische termietenheuvels en historische plaatsen. Ook maken we twee heel mooie wandelingen door het park o.a. bij Florence Creek en de Wangi Falls. Bij de laatste zien we ook heel grote vleermuizen in de bomen, die met elkaar aan het stoeien zijn. Zaterdag gebruiken we de auto nog een keer om naar Adelaide River te gaan om de krokodillen te zien. Ze laten daar krokodillen, die in het wild leven uit het water springen om hun prooi te pakken iets dat ze normaal ook doen. Het is indrukwekkend om te zien met hoeveel kracht en hoe hoog ze uit het water komen. Onderweg laten ze nog een visarend een prooi vangen en vele vogels komen dichtbij de boot. De trip was duidelijk de moeite waard al klinkt het heel toeristisch. 's Middags doen we nog een keer boodschappen bij de grote supermarkt en leveren de auto in. Zondag en maandag zijn we aan de boot bezig en bij inspectie van de motor blijkt de maxprop, onze schroef niet goed gemonteerd te zijn, dat moet wel veranderd worden voor we naar Bali vertrekken en de Indische oceaan op gaan. Na veel overleg kunnen we dinsdag op de kant in Cullen Bay een haven verderop, dat is wel speciaal omdat de lorrie waar we mee het water uitgehaald worden bezet is. Ze zijn bereid de boot in het water te doen, ons er uit te halen en daarna de boot weer op de lorrie terug te zetten als wij weer terug het water in zijn. De schroef is in Mackay verkeerd afgesteld en de motor geeft zwarte rook omdat ze overladen wordt. Veel keus hebben we dus niet al is het zonde van al het ongemak en de kosten. Dinsdagmorgen vroeg vertrekken we uit Tipperrary Bay naar Cullen Bay, waar ze alles voor ons geregeld hebben, zelfs de schuttingen van de sluis. De andere boot ligt al n het water en wij kunnen de Drammer op de lorrie varen, die daarna heel langzaam uit het water gereden wordt. De schroef wordt gedemonteerd en weer opnieuw afgesteld, dat is echt een precisie werk en de vorige keer is dat duidelijk onderschat. De man was er lang mee bezig en we hadden het idee dat hij wist wat hij deed. Als de boot weer in het water ligt, gaan we in de haven proefvaren en al snel blijkt dat de motor nu wel op toeren komt. We zijn erg blij met het resultaat en zeer dankbaar dat ze ons zo geholpen hebben. Woensdagmorgen vroeg schutten we weer naar buiten en starten voor het eerst met de World ARC richting Bali.


28 aug. 2010

Van Port Douglas naar Darwin.







Vrijdag 30 juli maken we om 10.45 uur los en vertrekken we richting Darwin. Er staat nog veel wind, dus we varen alleen op de genua. 's Nachts is het behoorlijk intensief varen, we navigeren tussen eilanden, riffen en beroepsvaart door. We hebben veel aan het AIS systeem, dat we in Mackay hebben laten installeren. De display geeft alle benodigde informatie, en we kunnen een paar keer met naam het schip oproepen dat ons achterop komt. We spreken dan af welke kant hij ons gaat passeren, het is een geruststelling dat je weet wat ze gaan doen en dat ze je gezien hebben. De geulen worden steeds smaller en er is niet zoveel ruimte om uit te wijken. Zaterdag 31 juli is Radboud jarig en we feliciteren hem via de iridium, leuk om op deze dag nog even contact te hebben. Nog 237 nm. naar Cape York, het noordelijkste puntje van Australië, dat is hemelsbreed en door het volgen van de geulen moeten we nog wel heel wat meer mijlen afleggen. Zondag neemt de wind weer toe en al snel staat er weer een 7 bft. Het is plat voor de wind en lopen met een gereefde fok nog 8 knopen. Wel is het heel intensief omdat er met de hand gestuurd moet worden en er weinig ruimte is om af te kruisen. Maandag 4.00 besluiten we beiden op te blijven, omdat er een heel moeilijk stuk aankomt nl. de Torresstraat. Het water tussen Australië en Papua Nieuw Guinea is smal en er liggen veel eilanden, bovendien stroomt het er heel hard en is er veel scheepvaart. We hebben redelijk geluk, de wind is wat afgenomen en de scheepvaart valt mee, blijft het nauwkeurig navigeren over. Dat doen we in deze situaties altijd beiden en dan apart, waarna we elkaar weer controleren. Na twee uur zitten we in de Endeavour Street en hebben we het ergste gehad. Gaan via de Endeavour Street naar de golf van Carpentaria, waar we verwachten in de luwte van Australië te komen. Dat blijkt echter vies tegen te vallen, we krijgen daar enorme kruiszeeën en daar hebben we niet op gerekend. Als we echter uit gaan rekenen hoe groot en diep de golf is, blijkt hij toch wel twee keer zo diep en twee keer zo groot als de Noordzee te zijn. Vliegtuig van de border control komt twee keer heel laag over ons heen vliegen, via marifoon geven we onze naam door en de route die we volgen. Dinsdag feliciteren we Hans' moeder met haar 90ste verjaardag.Drie dagen hobbelen we door op erg onrustig water, 's nachts krijgen we nog bezoek van een grote watervogel. Het is een geelvoetige booby en hij landt precies op de giek boven het open gedeelte boven de kuip, we vinden dat niet zo handig voor het geval hij iets laat vallen, dus proberen hem te verplaatsen naar achteren boven de bimini. Hij denkt er echter anders over en verdedigt zijn plek heel fel. We laten hem maar zitten en door de golven hobbelt hij vanzelf naar een andere plek. We hebben hem letterlijk bed and breakfast gegeven, want door de ruwe zee en het vele water dat we over krijgen, liggen er heerlijke vliegende vissen op dek klaar. Uiteindelijk komen we noord van Arnhemland en bereiken we de beschuttere Arafurazee. Vrijdag 6 augustus om 3.30 uur bereiken we New Years Island en om 13.30 draaien we de van Diemengolf in. De wind is weg en we moeten de rest op de motor doen. Tot nu toe hebben we de hele afstand van Port Douglas tot hier kunnen zeilen en we zijn er tevreden mee. Zaterdag 7 augustus laten we om 10.30 uur het anker vallen in Fannie Bay in Darwin we hebben er dan 1211 mijl opzitten in 8 dagen dus weer mooi een gemiddelde van 150 mijl per dag. We moeten hier van de douane wachten tot Fisheries bij ons geweest is om de zoutwater intakes van de boot schoon te maken en het onderwaterschip te controleren. We nemen contact met ze op en ze komen met duikers het schip inspecteren en de intakes sprayen. We moeten dat 14 uur laten zitten en mogen daarna pas naar de haven. Naar de kant gaan durf ik niet met onze opblaasbare dinghy met het oog op de krokodillen. Het wemelt hier van de zoutwaterkrokodillen, die 5 tot 6 meter lang kunnen worden en zeer agressief zijn. Nu snap ik waarom ze hier allemaal aluminium bijbootjes hebben. De volgende morgen vroeg gaan we naar de haven, Tipperary Waters Marina, waar we nadat we geschut zijn een mooie plek in de haven krijgen. Hier zullen we ons aansluiten bij de World ARC om met hun de Indische Oceaan over te steken.

8 aug. 2010

Mackay tot Port Douglas.









Zondag 18 Juli vliegen we weer van Cairns terug naar Mackay. We hebben een heel fijne week gehad met Victor, Cathelijne en Thomas en het is altijd weer moeilijk om afscheid te nemen. De Drammer staat keurig in de anti fouling op een paar plekken na, die wat uitleg vergen en daarom nog niet af gemaakt waren. Het zijn voor ons bekende plekken op de kiel en waren waarschijnlijk vorige keer niet goed genoeg behandeld. Maandagmorgen wordt er een nieuwe schroefas lager en de aquadrive gemonteerd ook hebben we er voor gekozen een AIS systeem te laten plaatsen. Om 14.00 uur gaat de Drammer weer te water en varen we door naar de pomp om brandstof te tanken en daarna naar de box. De volgende ochtend om 7.15 vertrekken we richting Whitsundays Isl. Om 10.45 zie ik ineens twee heel grote walvissen vlak achter de boot langs zwemmen en bij een eiland iets verder op is er één heel hoog uit het water aan het springen. Het blijft een prachtig gezicht, maar ik vind het ook wel een beetje eng, ze zijn groter dan de boot en je voelt je best kwetsbaar. We meren 's middags af in Hamilton bij de jachtclub en wentelen ons in de luxe. Vooral het clubhuis van de club is adembenemend mooi in het bijzonder als het verlicht is na zonsondergang. Het is een ontwerp van Walter Burda en het is een echte blikvanger. Het havengeld blijkt dan ook heel hoog als we bij de havenmeester gaan afrekenen, we houden het maar op twee nachten. Tijdens het wandelen zien we heel mooie vogels zoals de Cockatoo en de Lorikeet De volgende dag gaan we met de bus het eiland verkennen en maken een wandeling dwars over het eiland op slippers (we leren het nooit af om op slippers van boord te gaan). Onderweg komen we vele borden tegen, die erop wijzen dat voor deze wandeling goed schoeisel, drinkwater en hoeden nodig zijn. Volgende keer beter voorbereiden denk ik dan maar. Het was prachtig met heel mooie uitzichtpunten en heerlijk rustig. We gaan naar een speciaal sunset point op het eiland, waar elke avond een bar wordt ingericht. Het is echt een luxe op het eiland en we genieten ervan. De volgende dag varen we met veel wind naar Airlie Beach naar de Abel Point Marina. Mooie ligplaats en goede omgeving om te wandelen, vooral de bicentennial walk is mooi om te doen. Van hier uit zeilen we een nacht door naar Townsville, waar we het aquarium en het Maritiem Museum bezoeken. 's Middags gaat Hans nog een keer aan het werk om de roerkoning beter af te dichten en ik ga naar het Cultereel Museum en de supermarkt. De volgende dag vertrekken we naar Half Moon Marina achter Yorkeys Knob. Het invaren is erg spannend omdat we op een bepaald moment nog 0 cm water onder de kiel hebben, de geul is echter zo smal dat we ook niet kunnen keren, dus doorvaren is de enig optie. Het gaat allemaal goed en we meren af bij de brandstof pomp en tanken alles vol. Dit is onze laatste mogelijkheid om gelijk bij de pomp te tanken, dus dat pakken we altijd. Bij inspectie van de motorruimte, blijkt de motor olie te lekken wat we gelukkig vrij makkelijk kunnen verhelpen door een nieuwe pakking te plaatsen. De volgende dag hebben we nog een heerlijke dagtocht naar Port Douglas, waar we een mooie box krijgen en het weerbericht nog beter in de gaten gaan houden, omdat onze volgende tocht zeker 8 dagen zal zijn en er steeds stormwaarschuwingen zijn voor dat gebied. We moeten door de Torres straat en daar wil je zeker niet teveel wind hebben. Op het havenkantoor printen ze steeds weer nieuwe weerberichten voor ons en als er de volgende dag voor de eerste keer de waarschuwingen zijn ingetrokken besluiten we te vertrekken.