28 aug. 2010

Van Port Douglas naar Darwin.







Vrijdag 30 juli maken we om 10.45 uur los en vertrekken we richting Darwin. Er staat nog veel wind, dus we varen alleen op de genua. 's Nachts is het behoorlijk intensief varen, we navigeren tussen eilanden, riffen en beroepsvaart door. We hebben veel aan het AIS systeem, dat we in Mackay hebben laten installeren. De display geeft alle benodigde informatie, en we kunnen een paar keer met naam het schip oproepen dat ons achterop komt. We spreken dan af welke kant hij ons gaat passeren, het is een geruststelling dat je weet wat ze gaan doen en dat ze je gezien hebben. De geulen worden steeds smaller en er is niet zoveel ruimte om uit te wijken. Zaterdag 31 juli is Radboud jarig en we feliciteren hem via de iridium, leuk om op deze dag nog even contact te hebben. Nog 237 nm. naar Cape York, het noordelijkste puntje van Australië, dat is hemelsbreed en door het volgen van de geulen moeten we nog wel heel wat meer mijlen afleggen. Zondag neemt de wind weer toe en al snel staat er weer een 7 bft. Het is plat voor de wind en lopen met een gereefde fok nog 8 knopen. Wel is het heel intensief omdat er met de hand gestuurd moet worden en er weinig ruimte is om af te kruisen. Maandag 4.00 besluiten we beiden op te blijven, omdat er een heel moeilijk stuk aankomt nl. de Torresstraat. Het water tussen Australië en Papua Nieuw Guinea is smal en er liggen veel eilanden, bovendien stroomt het er heel hard en is er veel scheepvaart. We hebben redelijk geluk, de wind is wat afgenomen en de scheepvaart valt mee, blijft het nauwkeurig navigeren over. Dat doen we in deze situaties altijd beiden en dan apart, waarna we elkaar weer controleren. Na twee uur zitten we in de Endeavour Street en hebben we het ergste gehad. Gaan via de Endeavour Street naar de golf van Carpentaria, waar we verwachten in de luwte van Australië te komen. Dat blijkt echter vies tegen te vallen, we krijgen daar enorme kruiszeeën en daar hebben we niet op gerekend. Als we echter uit gaan rekenen hoe groot en diep de golf is, blijkt hij toch wel twee keer zo diep en twee keer zo groot als de Noordzee te zijn. Vliegtuig van de border control komt twee keer heel laag over ons heen vliegen, via marifoon geven we onze naam door en de route die we volgen. Dinsdag feliciteren we Hans' moeder met haar 90ste verjaardag.Drie dagen hobbelen we door op erg onrustig water, 's nachts krijgen we nog bezoek van een grote watervogel. Het is een geelvoetige booby en hij landt precies op de giek boven het open gedeelte boven de kuip, we vinden dat niet zo handig voor het geval hij iets laat vallen, dus proberen hem te verplaatsen naar achteren boven de bimini. Hij denkt er echter anders over en verdedigt zijn plek heel fel. We laten hem maar zitten en door de golven hobbelt hij vanzelf naar een andere plek. We hebben hem letterlijk bed and breakfast gegeven, want door de ruwe zee en het vele water dat we over krijgen, liggen er heerlijke vliegende vissen op dek klaar. Uiteindelijk komen we noord van Arnhemland en bereiken we de beschuttere Arafurazee. Vrijdag 6 augustus om 3.30 uur bereiken we New Years Island en om 13.30 draaien we de van Diemengolf in. De wind is weg en we moeten de rest op de motor doen. Tot nu toe hebben we de hele afstand van Port Douglas tot hier kunnen zeilen en we zijn er tevreden mee. Zaterdag 7 augustus laten we om 10.30 uur het anker vallen in Fannie Bay in Darwin we hebben er dan 1211 mijl opzitten in 8 dagen dus weer mooi een gemiddelde van 150 mijl per dag. We moeten hier van de douane wachten tot Fisheries bij ons geweest is om de zoutwater intakes van de boot schoon te maken en het onderwaterschip te controleren. We nemen contact met ze op en ze komen met duikers het schip inspecteren en de intakes sprayen. We moeten dat 14 uur laten zitten en mogen daarna pas naar de haven. Naar de kant gaan durf ik niet met onze opblaasbare dinghy met het oog op de krokodillen. Het wemelt hier van de zoutwaterkrokodillen, die 5 tot 6 meter lang kunnen worden en zeer agressief zijn. Nu snap ik waarom ze hier allemaal aluminium bijbootjes hebben. De volgende morgen vroeg gaan we naar de haven, Tipperary Waters Marina, waar we nadat we geschut zijn een mooie plek in de haven krijgen. Hier zullen we ons aansluiten bij de World ARC om met hun de Indische Oceaan over te steken.

8 aug. 2010

Mackay tot Port Douglas.









Zondag 18 Juli vliegen we weer van Cairns terug naar Mackay. We hebben een heel fijne week gehad met Victor, Cathelijne en Thomas en het is altijd weer moeilijk om afscheid te nemen. De Drammer staat keurig in de anti fouling op een paar plekken na, die wat uitleg vergen en daarom nog niet af gemaakt waren. Het zijn voor ons bekende plekken op de kiel en waren waarschijnlijk vorige keer niet goed genoeg behandeld. Maandagmorgen wordt er een nieuwe schroefas lager en de aquadrive gemonteerd ook hebben we er voor gekozen een AIS systeem te laten plaatsen. Om 14.00 uur gaat de Drammer weer te water en varen we door naar de pomp om brandstof te tanken en daarna naar de box. De volgende ochtend om 7.15 vertrekken we richting Whitsundays Isl. Om 10.45 zie ik ineens twee heel grote walvissen vlak achter de boot langs zwemmen en bij een eiland iets verder op is er één heel hoog uit het water aan het springen. Het blijft een prachtig gezicht, maar ik vind het ook wel een beetje eng, ze zijn groter dan de boot en je voelt je best kwetsbaar. We meren 's middags af in Hamilton bij de jachtclub en wentelen ons in de luxe. Vooral het clubhuis van de club is adembenemend mooi in het bijzonder als het verlicht is na zonsondergang. Het is een ontwerp van Walter Burda en het is een echte blikvanger. Het havengeld blijkt dan ook heel hoog als we bij de havenmeester gaan afrekenen, we houden het maar op twee nachten. Tijdens het wandelen zien we heel mooie vogels zoals de Cockatoo en de Lorikeet De volgende dag gaan we met de bus het eiland verkennen en maken een wandeling dwars over het eiland op slippers (we leren het nooit af om op slippers van boord te gaan). Onderweg komen we vele borden tegen, die erop wijzen dat voor deze wandeling goed schoeisel, drinkwater en hoeden nodig zijn. Volgende keer beter voorbereiden denk ik dan maar. Het was prachtig met heel mooie uitzichtpunten en heerlijk rustig. We gaan naar een speciaal sunset point op het eiland, waar elke avond een bar wordt ingericht. Het is echt een luxe op het eiland en we genieten ervan. De volgende dag varen we met veel wind naar Airlie Beach naar de Abel Point Marina. Mooie ligplaats en goede omgeving om te wandelen, vooral de bicentennial walk is mooi om te doen. Van hier uit zeilen we een nacht door naar Townsville, waar we het aquarium en het Maritiem Museum bezoeken. 's Middags gaat Hans nog een keer aan het werk om de roerkoning beter af te dichten en ik ga naar het Cultereel Museum en de supermarkt. De volgende dag vertrekken we naar Half Moon Marina achter Yorkeys Knob. Het invaren is erg spannend omdat we op een bepaald moment nog 0 cm water onder de kiel hebben, de geul is echter zo smal dat we ook niet kunnen keren, dus doorvaren is de enig optie. Het gaat allemaal goed en we meren af bij de brandstof pomp en tanken alles vol. Dit is onze laatste mogelijkheid om gelijk bij de pomp te tanken, dus dat pakken we altijd. Bij inspectie van de motorruimte, blijkt de motor olie te lekken wat we gelukkig vrij makkelijk kunnen verhelpen door een nieuwe pakking te plaatsen. De volgende dag hebben we nog een heerlijke dagtocht naar Port Douglas, waar we een mooie box krijgen en het weerbericht nog beter in de gaten gaan houden, omdat onze volgende tocht zeker 8 dagen zal zijn en er steeds stormwaarschuwingen zijn voor dat gebied. We moeten door de Torres straat en daar wil je zeker niet teveel wind hebben. Op het havenkantoor printen ze steeds weer nieuwe weerberichten voor ons en als er de volgende dag voor de eerste keer de waarschuwingen zijn ingetrokken besluiten we te vertrekken.