20 nov 2008

Van Curacao naar Aruba

Van Curaçao naar Aruba.

 

Zaterdag 15 november vliegen we weer terug naar Curaçao, waar we om 17.20 landen. Vorige keer hadden we al een huurauto besteld en die staat keurig voor ons klaar. Aangekomen bij de werf wacht ons een minder prettige verrassing, het blijkt dat de Drammer nog niet in het water ligt. Nu heb ik steeds gezegd, dat ik niet aan boord slaap als de boot op het droge staat, maar we hebben eigenlijk weinig keus, dus principes opzij , bedden opgemaakt en slapen. Het blijkt mee te vallen al hebben we geen stroom, geen water en kunnen ook geen toilet gebruiken. Met zaklantaarns, flessen water en een emmer hebben we alle problemen van dat moment weer opgelost. De volgende dag  is zondag, dus er wacht nog een tweede nacht aan boord. De zondag gebruiken we om veel boodschappen te doen voor de grote oversteek naar Tahiti. Er is vlak bij de jachthaven een ontzettend goede AH, die alle vertrouwde producten heeft. Vooral tijdens een lange oversteek is dat altijd erg handig, scheelt tijd en je hoeft geen gebruiksaanwijzing te lezen of te vertalen. Met een lijn hijsen we alle boodschappen aan boord en stouwen alles zo goed mogelijk weg.  De volgende dag krijgen we een heel goed telefoontje uit Nederland van Stefanie, die ons vertelt dat alles goed is met de baby en dat  het een meisje is. We zijn ontzettend blij en nemen er ’s avonds een borrel op. De Drammer gaat weer te water en ’s middags doen we nog een tweede lading boodschappen bij een andere supermarkt, Gaan langs douane en immigratie en zijn net op tijd om de auto weer in te leveren. Dinsdag om 5 uur staan we op, om de Emmabrug van 6 uur te pakken. We melden ons over de marifoon en varen op tijd het kanaal in naar de brug. De brugwachter vaart de brug vlak voor onze neus dicht en er moet van bemanning gewisseld worden. Kost ons een uur, eenmaal buiten regent het, staat er bijna geen wind en blijkt de stuur automaat niet te werken. Soms zit het mee en soms zit het tegen. Naar Aruba is ruim 70 mijl, dus dat sturen we wel met de hand. Om 17.00 uur melden we ons bij de havenautoriteiten, We moeten een uur buiten wachten want er vertrekt een cruiseschip. Na een uur de haven in waar we bij het industrieterrein af moeten meren, langs grote autobanden en in een behoorlijke deining, we zijn er niet blij mee. De douane en immigratie komen naar ons toe, maar al met al liggen we daar wel twee uur te wachten en is het inmiddels donker. Aanrader voor andere zeilers,die Aruba aan doen: ga niet gelijk door naar Oranjestad maar klaar in in Barcadera Harbour, dit is veel sneller. Downlaod bovendien de papieren voor douane en immigratie van te voren(site Renaissance Marina), vul ze vast in en je kunt ze dan gelijk afgeven. In het donker met geweldige service van Renaissance Marina via de marifoon de haven in geholpen. Eind goed al goed we hebben een heel mooie plek met uitzicht op het koraal en bij een resort met drie zwembaden en een privé eiland met snorkplekken. Voor het slapen gaan, zwemmen we dan ook nog een paar rondjes. Volgende dag gebruiken we om te klussen, de stuurautomaat in orde te maken en te wassen(machine doet het bijna zullen we maar zeggen) Tip: neem nooit een indesit wasmachine/droger combinatie aan boord,is veel te ingewikkeld en te kwetsbaar. ’s Avonds bezoeken we Kees en Nienke Wiersema  en Esther die ook op Aruba zijn om wedstrijden te varen in de Tornado. We spreken heel veel andere zeilers en het is erg gezellig.

Van Curacao naar Aruba














13 nov 2008

Foto's onderweg naar Curacao






Enkele foto's onderweg naar Curacao.
15 november vliegen we weer naar de Drammer bij Curacao Marine om onze tocht via Aruba naar Panama te vervolgen.

17 okt 2008

Curacao.



Curacao.
Maandag 13 oktober huren we een auto om naar Willemstad te gaan. We moeten inklaren en naar de immigratie. De immigratie is wat moeilijk te vinden, maar net als we om ons heen kijken komen we de bemanning van de Bonte Koning en van de Zeevonk tegen, die ook onderweg zijn. Zij zijn er al eerder geweest en wijzen ons de weg. Zij vertellen ons, dat het bekende ontmoetingscentrum voor de zeezeilers Sarifundy is afgebrand. Terug nemen we weer de beroemde drijvende pontonbrug "de Emmabrug" en gaan naar het internetcafé, waar we het stukje van Bonaire op de site zetten. We bezoeken Curacao Marina om afspraken te maken om de Drammer op het droge te zetten als we naar huis gaan. Alles ziet er goed uit en we hebben er vertrouwen in, wel besluiten we pas zondag daarheen te gaan omdat je er niet zo gezellig ligt. Daarna naar de airport om de roestvrijstalen strip af te halen, die niet met onze bagage meegekomen was. Dinsdagnacht draait het weer om. We hebben 's nachts vreselijk zwaar onweer met heel veel wind. Gelukkig liggen we aan de goede kant van de steiger en de Drammer wordt er mooi vanaf geblazen. We zijn heel gelukkig met de plek die we hebben. We zien verschillende boten verplaatsen en baaien opzoeken om zich tussen de mangrovebomen te nestelen. Ongeveer 120 mijl noord van Aruba ontstaat een tropische storm Omar, die zich verplaatst richting St Maarten. Het is heel uitzonderlijk, dat erop deze plek zulk weer zich ontwikkelt. De kusten van Aruba, Bonaire en Curacao hebben het zwaar te verduren. Op Curacao zijn windsnelheden gemeten van 120 km per uur en de zware regenval veroorzaakt veel wateroverlast. Sommige kranten hebben het over een hurricane, hoe danook er staat wel heel veel wind vinden wij, en de Drammer ligt behoorlijk scheef. De boot voor ons een Swan 86 trekt bijna de bolders uit de steiger en iedereen is in de weer met zijn boot. De volgende nacht herhaalt zich het weerbeeld en hebben we weer zwaar onweer en nog hardere wind. Hans is nu al voor de tweede keer 's nachts met de lijnen bezig. De eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik er alle twee de keren doorheengeslapen ben en 's morgens pas de verhalen hoorde. We kopen kranten, waarin we de puinhoop zien die de storm veroorzaakt heeft.Op Bonaire is een zeiljacht op de boulevard geslagen en er is heel veel schade aan de kusten, de stranden en vooral aan het koraal. Pas woensdagavond neemt de wind weer af en ineens is het weer het weer dat we de hele tijd hebben gehad. Donderdag maken we een rondrit over het eiland richting westpunt. We drinken koffie in een van de vele oude plantagehuizen die er nog op het eiland zijn, en rijden door naar het nationale park Shete Boka. Daar zien we op een betrekkelijk kort stuk kust spectaculaire kustverschijnselen, zoals een natuurlijke brug, prachtige grotten met speciaal lichteffect tussen de spleten door en het donderende water beneden. Ook zien we heel grote plateaux waar het water opspat en zich weer terugtrekt en heel mooie inhammen, waarin het water zich een weg zoekt. Maar het meest spectaculaire is wel een blowhole. Het water ketst hier zo hard tegen de rotsen aan en onder zo'n speciale hoek, dat het wel 10 meter opspat. De spray die daar bij hoort was erg verkoelend, maar ook wel heel zout. We rijden door naar de westkust, waar we lunchen en de schade zien die de storm veroorzaakt heeft. Gelukkig is het in veel gevallen vooral schoonmaken en de puinhopen opruimen, Veel bedrijven zijn daarom ook gesloten geweest, maar gaan nu weer open en het normale leven komt weer op gang.
Maandag vliegen we weer naar huis, nadat we de Drammer omgevaren hebben naar Curacao Marina. Dinsdag 21 oktober zijn we weer voor ruim drie weken in Nederland.

13 okt 2008

Bonaire






Bonaire.
Het is drie oktober en we vertrekken vroeg uit de haven van Crews Inn, de hout reparatie is nog niet helemaal klaar maar het afwerken doen we zelf wel. Er is goed werk afgeleverd, al blijf je het waarschijnlijk lang zien omdat het nieuwe stuk natuurlijk niet dezelfde kleur heeft. We beginnen met heel rustig weer een beslissen om op de motor zo snel mogelijk noordwaards te gaan. Op die manier laten we het snelst de kust van Venezuela achter ons. Veel alternatief hebben we ook niet want er staat maar 2,9 knoop wind en soms zelfs wel 5.6 knoop. Het is wel lekker om weer in te slingeren en het eerste kopje koffie weer te pakken als we buiten zijn. Na vier uur krijgen we de squall over ons heen die we al aan zagen komen. Goede test voor de bimini met 40 knopen wind heeft die het wel moeilijk maar blijft staan. Het voordeel van een squall is dat je weet dat het niet lang duurt, dus gewoon doorgaan, het nadeel is wel dat de zee zich opbouwt en als je daarna weer weinig wind hebt, merk je dat behoorlijk lang. Na een uur besluiten we de fok er maar bij te zetten omdat de wind weer afgenomen is en we niet willen blijven motoren. Bij het uitrollen van de fok blijken de loopbanden niet goed te zitten, heleboel weer naar binnen en de loopbanden op dek opnieuw aangebracht. Dit zijn altijd van die dingen die gebeuren als je de boel van het dek gehaald hebt. De wind blijft zwak en komt tijdens de hele reis niet boven de 13 knopen. Wel hebben we 's nachts weer behoorlijk onweer en hebben alle apparatuur drie keer uit moeten schakelen omdat het te dichtbij is. Ondanks dat we ver naar het noorden gaan om de piraten te ontlopen hebben we toch een snelle overtocht. Na 60 uur hebben we 420 mijl afgelegd, waarvan we slechts 10 uur hebben kunnen zeilen, en meren op 5 oktober om 17.30 net voor donker af in de marina op Bonaire. In verband met de zeilweek is de haven voor hun doen behoorlijk vol, en we vragen langszij te mogen bij een ander jacht, maar wat in Nederland heel gewoon is, is hier bepaald niet gebruikelijk. Kortom we mogen niet en meren maar af bij de benzinepomp, want we willen wel snel naar bed. De volgende ochtend met veel moeite een plaats gekregen tussen twee jachten in, en snel naar Kralendijk om naar de douane en immigratie te gaan. We bezoeken gelijk de stad, kopen een heerlijk ijsje en bezoeken het internetcafé waar we tot de ontdekking komen dat het vorige stukje nog niet op de site staat. De volgende dag gaan we naar Habitat om een auto te huren. Op het terras daar stap ik bijna op de staart van een leguaan en schrik net zo erg als het beest zelf. Uitkijken dus hier waar je loopt. We huren een pickup auto om de volgende dag naar het nationale park te kunnen gaan en de dagen daarna een kleinere auto. Lunchen heerlijk op het terras daar en genieten van de leguanen, de pellikanen en hele mooie vissen. 's Middags maken we de rubberboot in orde en gaan naar buiten om een boeitje op te pikken en te snorkelen. De hele kust is natuurgebied en je mag zelf nergens ankeren, maar overal liggen boeien en speciale boeitjes voor rubberboten om aan af te meren. De volgende morgen vertrekken we vroeg naar het nationale park met onze stoere pickup. Je mag het park alleen met dit soort autos in, en al snel merken we dat dat ook echt nodig is. Het park is mooi met vooral geologisch bijzonder interessante dingen, zoals heel duidelijke scheidingen tussen aardlagen, heel veel fossielen en prachtige flamingo's gezien. 's Middags snorkelen we op een strandje in het park. We hebben het strandje helemaal voor onszelf en het is echt een paradijs. Mooi wit zand en voor de schaduw een hele diepe grot, bovendien lopen we zo het water in dat ruim dertig graden is en snorkelen gelijk tussen prachtige vissen. Je hoort ons niet klagen. Na een uur komen er duikers en we houden het voor gezien. Hans is toch wel weer enthousiast geworden door het snorkelen en maakt de volgende ochtend weer een duik, onder begeleiding van een instructeur. 's Middags naar Lac Cai, waar we heerlijk lunchen en ongeveer een half uur door het water waden naar het rif. Als het hard waait moeten de golven daar wel vier meter opspatten, nu was het heel rustig en kabbelde het water zachtjes over de koraalrand. Weer een half uur teruglopen door water dat op zijn diepst 50 cm. diep is. Over de zuidkant van het eiland langs de slavenhuisjes rijden we weer terug naar de haven. De volgende dag bezoeken we nog een gebied waar 300 B.C Arawak indianen geleefd hebben we zijn onder de indruk van de inscripties die we nog kunnen zien en de kennis waar de mensen toen al over beschikten. Aan de hand van stenen op de kust en gezeten op hoogte in een grot, hebben ze heel veel sterren in kaart gebracht. In een grot verderop zit een gat en als de maan precies door dat gat viel was het kerstavond. Op kerstavond komt hier de bevolking van Bonaire nog vaak samen om een kerstmis te houden, moet wel heel speciaal zijn. 's Middags snorkelen we bij een van de mooiste snorkelplekkken van Bonaire en we zien een schildpad en heel speciale vissen. Zaterdagochtend bezoek van de Noordhinder, 's middags uitgeklaard en zondagochtend willen we vroeg vertrekken naar Curacao maar blijkt het havenkantoor tot 10.00 uur gesloten te zijn. Hoewel we zelfs langer betaald hebben willen we toch niet zomaar vertrekken dus wachten we nog maar even. De afstandnaar Curcao is niet zo groot en we zeilen en motoren heel rustig die kant op. Onderweg nog een fotosessie gehouden met de Marelot, een andere kustzeiler die we weer in de Curacao Marina zullen zien. Om 18.00 meren we af in het Spaanse water bij de Curacao Yacht Club.

6 okt 2008

Terug in Trinidad









Weer terug in Trinidad.

Vrijdag 26 september zijn we weer aan boord gekomen van de Drammer. Via onze agent hadden we al gehoord dat er schade was aan de bakboord stootrand. Drie weken geleden is er een heel zware deining in de haven geweest, waarbij meerdere boten beschadigd zijn. De boot naast ons was verplaatst en ze hebben daarna verzuimd om onze achterlijn weer terug te brengen op de wal. Stom maar goed het is gebeurd, bovendien hoorden we dat de boot die naast ons lag net op tijd naar achteren is verhaald omdat de masten bijna in elkaar waren gekomen. Daar moet je dus niet aandenken, want dan is de schade echt groot. Het weekend hebben we gebruikt om alle losse spullen weer terug te plaatsen en de boot schoon te maken. Bij het schoonmaken troffen we een salamander aan en in het zwaluwnest in de cockpit een vogelnestje met twee piep kleine vogeltjes. We hebben ze voorzichtig opgepakt en in het gras gezet. Helaas konden we niet anders, de reddingsactie was niet succesvol. Maandag begonnen iemand te zoeken voor de houtreparatie. In de haven werd aan een andere boot houtreparatie uitgevoerd en via anderen hoorden we dat ze goed werk afleveren. Dinsdagochtend is de baas komen praten en heeft offerte uitgebracht. We zijn akkoord gegaan en omdat woensdag een nationale feestdag was konden ze vandaag, donderdag 2 oktober pas beginnen. Gisteren een mooie tocht over het eiland gemaakt en het nationale park op de noordwest punt van het eiland bezocht. We zijn de bergen ingereden om bij Fort George van een prachtig uitzicht te genieten. Het is een strategische plek en je kan de schepen aan zien komen vanaf de Atlantische Oceaan, vanaf de golf van Paria en door het nauwe gat van Chaguarama. De lunch gebruikt aan het strand en heel traditioneel "bake and shark" gegeten, leuk tussen alleen maar lokale bewoners en geheel op hun manier. Wachten in twee lange rijen, een rij voor de bake and shark en de ander rij voor de sauzen en de salade, om het vervolgens met je handen op te eten. Niet nodig om te zeggen dat we redelijk hebben zitten knoeien, maar het eten is echt goed. De bevolking is heel vrolijk en ook heel kleurrijk, met overal muziek en families die aan het picnicken zijn. Het weerbericht voor de komende dagen is goed en we vertrekken morgenochtend vroeg weer richting noord om daarna pas weer naar het westen te gaan. De venezulaanse kust is niet echt veilig, dus we maken maar een ommetje. We willen in ieder geval naar Bonaire, om daarna door te gaan naar Curacao.

6 jul 2008

Van St Lucia naar Trinidad



Van st. Lucia tot Trinidad.

Zaterdag 21 juni komt Hans weer terug aan boord. Hij is een week naar Nederland geweest voor allerlei verplichtingen en in die tijd heb ik verschillende klussen aan de boot laten doen. Voor zijn vertrek zag het ernaar uit dat de generator gemaakt was, toen ik hem echter volgens afspraak elke dag even liet lopen bleek al snel dat er grote lekkage was. Bleek dat er verschillende dingen niet goed aangesloten waren in st. Maarten, tot op het laatst blijft hij echter lekken. We laten het er maar weer bij zitten en hopen op Trinidad. Ook heb ik in die week nog een bimini besteld en laten maken, waar Hans erg blij mee is. Om 11.00 uur komen onze vrienden Aad en Betsy aan boord, die een week met ons mee zullen varen. Na een uitgebreide lunch op het terras kijken we de voetbal wedstrijd Nederland-Rusland met de zo terleurstellende uitslag. De volgende dag varen we naar Marigot Bay op st. Lucia omdat de bagage niet aangekomen is, en Aad van daaraf makkelijk met een taxi naar het vliegveld kan om het op te halen. Als we de baai invaren komt er gelijk een boatboy op ons af om de lijn door de mooring te halen, altijd erg makkelijk omdat sommige moorings heel zwaar zijn om naar boven te halen en je lijn er door te rijgen. Na een half uur komt de tweede boatboy en verteld ons dat we aan hem moeten betalen, we weigeren en gaan ons melden bij het havenkantoor. Deze vertellen ons dat we inderdaad de verkeerde hadden, dat we teveel betaald hebben en voortaan in het havenkantoor moeten betalen. De baai is heel mooi en maakt alles goed. Aad haalt de bagage op en wij zwemmen bij de boot met een prachtig uitzicht tussen de palmen door op de Caribische Zee. 's Avonds heerlijk gegeten in een luxe restaurant waar we in twee keer met de dinghy heen gaan. Maandag 23 juni vertrekken we vroeg omdat we het eiland st. Vincent over willen slaan. Er zijn daar verschillende gevallen van piraterij bekend, dus voor ons een ander eiland. Wel heel vervelend voor de lokale bevolking, waarvan velen het geld dat de jachten binnenbrengen goed kunnen gebruiken. Raar ook om langs zo'n mooi eiland te varen en er slechts één of twee jachten te zien liggen. Om 16.30 uur pikken we een mooring op op het eiland Bequia. Als de boatboy vraagt af te rekenen zeggen we dat wel bij het havenkantoor doen. Wij betalen hem voor de hulp en hij blijft erbij dat we mooringgeld moeten betalen. Hans steekt weer zijn verhaal af en de boy gaat weg. Als we echter aan de kant komen om in te klaren blijkt er geen havenkantoor te zijn en hadden we inderdaad aan hem moeten betalen. Later kunnen we hem niet meer vinden en vertrekken met een rot gevoel dat we niet betaald hebben. Ze zijn dus niet allemaal gelijk. De volgende dag staat er veel wind met vlagen van 6 tot 7 Bft. We gaan lunchen op de wal en maken een rondrit over het eiland. We bezoeken een turtle sanctuary, waar één persoon gedreven door idealisme een heel center opgezet heeft en zieke schildpadden verzorgt. Ook zien we een slachtplaats voor walvissen, dat gefinancierd is door de Japanners. De eilandbewoners mogen nog een klein aantal walvissen per jaar vangen, en vorig jaar hebben ze er nog één gevangen en geslacht. Het levert echter zoveel protest op dat ze er wel niet lang mee door zullen gaan. Woensdag 25 juni vertrekken we voor een tocht van 51 mijl naar het eiland Canouan, het wordt een hele mooie tocht met 4-5 Bft en halve wind. Aad stuurt lange stukken, het is leuk te zien hoe ervan genoten wordt. Afgemeerd om 16.00 uur aan een mooring en na een wandeling op het eiland genieten we van een heerlijk diner in het luxe Tamarind Hotel. Altijd weer moeilijk om te zien hoe arm en rijk vlakbij elkaar zijn. We worden drijfnat als we weer met de dinghy naar de Drammer gaan, arme Hans die moet de tocht twee keer maken omdat we niet met z'n vieren in de dinghy passen. Dan al blijkt hoe de wind is gedraaid en toegenomen. 's Nachts liggen we vreselijk te gieren achter de mooring en niemand maakt echt een goede nachtrust.



Donderdagochtend gaan we direkt door naar Grenada, het is jammer om de Grenadines verder niet te bezoeken, maar met deze zeegang durf ik niet tussen de koraalriffen door om daar achter voor anker te gaan. Om 17.00 uur komen we aan in de haven van 'st George op Grenada. Na enig drammen krijgen we een ligplaats in de jachthaven, gaan uit eten en slapen de volgende morgen lekker uit. Vrijdag 27 juni maken we met z'n vieren een tocht over het eiland. Het is een mooi eiland met mooie kusten, waar helaas zo nu en dan een schip verlaten ligt weg te roesten. We krijgen uitleg over produkten van het eiland bij een vroegere nootmuskaat estate. Bezoeken een waterval en het tropisch regenwoud, waar we helaas weinig zien van de vergezichten omdat het regent. Een narrige aap schudt ons weer wakker. Zaterdag 28 juni is alweer de dag dat Aad en Betsy ons gaan verlaten. Als we ze uitgezwaaid hebben gaan we boodschappen doen en de boot klaarmaken voor de oversteek naar Trinidad. Het is altijd weer stil aan boord als de gasten vertrokken zijn en we moeten steeds weer even wennen. We kijken terug op een gezellige week. Zondagmorgen om 3.00 uur loopt de wekker af en we ontbijten en maken de boot verder klaar. Om 4.00 uur gaat de laatste lijn van de ankerboei en heel langzaam vinden we onze route naar buiten. Bij het eerste licht hijsen we de zeilen en varen met een heerlijke 3-4 Bft halve wind richting zuid. Het is een tocht van 90 mijl en we willen voor donker binnen zijn, omdat we nu heel dicht bij de Venezulaanse grens komen en er in dat gebied nog weleens wat gebeurt op het gebied van piraterij. Om 17.00 naderen we de nauwe doorgang naar de golf van Paria. Het is een berucht gebied, waar de postboot uit Engeland vroeger al moeite mee had om door te komen.




We zien grote brandingsgolven en controleren nog even de navigatie. Het moet goed zijn, fok naar beneden gehaald en op gereefd grootzeil surfen we met 9 knopen door het gat tussen hele hoge rotsen. We zijn onder de indruk van het woeste water, maar dan verschijnen er ineens rondom ons een hele grote school grote gevlekte dolfijnen. Ze vinden het een spel om met deze snelheid mee te zwemmen en we weten niet waar we moeten kijken, ze zijn overal. Voor bij de boeg zijn er acht bezig net voor ons uit te zwemmen. Het zijn onze laatste mijlen van een jaar cruisen en het lijkt wel of ze ons een applaus geven, ze klappen met hun staarten op het water, kijken me aan en spuiten me drijfnat. We genieten wel tien minuten van dit vrolijke schouwspel, dan ineens zijn ze weer verdwenen en wij gaan de hoek om waar we voor de laatste keer precies voor donker een mooring op kunnen pakken. Negentig mijl in dertien uur we zijn heel tevreden, maken een kopje soep en een boterham en gaan lekker vroeg naar bed. De volgende morgen melden we ons bij Crewsinn, de marina waar we een plaats besproken hebben om de Drammer drie maanden achter te laten. We krijgen een goede plek en beginnen de boot klaar te maken om achter te laten. We vinden een bedrijf dat naar de generator kan kijken en maken afspraken. Er is een heerlijk zwembad bij de haven waar we van genieten. Dinsdagavond 1 juli gaan we met een excursie naar de oostkust van het eiland om schildpadden te zien. Als we aankomen zien we gelijk al een Leatherback turtle, die bezig is eieren aan het leggen. Studenten voorzien haar van tags, een chip, wegen haar en nemen bloedmonsters af. Dan wenkt een andere gids me of ik mee wil lopen verder het strand op, Hans en nog een andere man gaan ook mee en met z'n vieren lopen we over het donkere strand.




We zien twee schildpadden die na het leggen van hun eieren terug keren naar de zee. Het zijn net twee grote ballen die langzaam naar de zee rollen. De schildpadden zijn ongeveer twee meter lang en wegen om en nabij een ton. We zien twee studenten, die kleine schildpadjes opgraven, afspoelen en naar zee brengen om hun overlevingskans te vergroten. Verderop zijn nog twee van deze dames eieren aan het leggen, de maan schijnt en verlicht hun schild. Het is geweldig om het hele proces, dat al miljoenen jaren aan de gang is, te kunnen zien. De eieren die nu uitkomen zijn ongeveer 60 dagen eerder gelegd. De kleintjes hebben voor twee weken eten mee als ze voor het eerst in zee komen. Ze hebben onder hun schildje een wybertje met voedsel om de eerste tijd te overleven. We zijn diep onder de indruk en komen 's nachts om twee uur weer aan boord, nemen een borrel en gaan naar bed. Vrijdag maken we nog een excursie naar het tropisch regenwoud op het eiland bij het Asa Wright Center en 's middags gaan we naar de swamp, een moerassen gebied aan de kust, waar we de rode ibis zien.


Het is adembenemend om honderden knalrode vogels in formatie te zien vliegen met als achtergrond een helblauwe lucht. De vogel is het nationale symbool van het eiland, komt alleen in Trinidad voor en is nu beschermd. Hun aantal was erg geslonken, omdat de mensen ze aten en de veren gebruikten voor carnavalskleding. Maandag 7 juli vliegen we weer naar Nederland en zullen dan voor drie maanden in Nederland zijn. Dit was voorlopig dus het laatste stukje, in september pakken we de draad weer op.