4 jul 2010

Nieuw Caledonië





Dinsdag 8 juni 2010 vertrekken we uit Suva naar Nieuw Caledonië, richting Havanna Pass, een tocht van een kleine week varen. De eerste dag hebben we helemaal geen wind en de oceaan is spiegelglad. Woensdag kunnen we eindelijk zeilen en kan de motor uit tot donderdagavond, daarna is het weer veel motoren. Hans vangt een heel mooi tonijntje, maar slaagt er weer niet in om de vis aan boord te krijgen. Jammer want dit was echt een heel mooie maat voor ons. Zaterdagmorgen om 7.30 hoort Hans een walvis meerdere keren blazen en ziet hem twee maal bovenkomen, hij zwemt een tijd met ons mee. Zondagmorgen houden we vaart in om niet met donker bij de pas te komen en bij het eerste licht varen we naar binnen. Zondag om 14.00 uur meren we af in de haven van Noumea, aan de bezoekerssteiger in Port Moselle. Heerlijk sinds weken weer in een haven met water en elektriciteit. Via het havenkantoor kunnen we inklaren en de quarantaine officer komt dezelfde middag aan boord om het verse eten in te nemen. Maandag blijkt dat het pakje uit Nederland met de onderdelen voor de roerkoning pas donderdag aan zal komen, Hans vertrekt vrijdag naar Nederland dus dat halen we niet. Wel kunnen we tot onze verbazing het reddingsvlot hier laten keuren. We hebben een vlot in een valies en dat kan niet overal weer goed vacuüm getrokken worden. We hebben er al veel tijd in gestoken om het voor elkaar te krijgen en dachten er aan om een nieuw vlot aan te schaffen. Nu is alles hier gekeurd en weer keurig verpakt. We gaan kijken als het vlot opgeblazen bij het bedrijf ligt en zien zelf dat het er nog heel goed uitziet. Er komt een monteur aan boord om de generator te repareren en een ander om de ijskast te maken. Vrijdag 18 juni vertrekt Hans voor een week naar Nederland en ik benut de tijd om de boot schoon te maken, al het chroom te poetsen en de bovenkant van het polyester weer in de was te zetten. Dinsdag heb ik nog een duiker geregeld om nieuwe anoden onder de boot te laten zetten. Verder ga ik in die week nog het eiland bekijken, musea en een cultureel centrum bezoeken. Ben onder de indruk van de wijze, waarop de Kanaken (oorspronkelijke bewoners) hun huizen bouwden. Heel hoge huizen met in het midden een met houtsnijwerk bewerkte hoge paal van wel 5 of 6 meter. Om die paal trokken ze hun huizen op met vlechtwerk van takken, op de vloeren lagen gevlochten matten. De Kanaken leefden heel erg verweven met de natuur, veel mythen hebben betrekking op de stand van maan en sterren.Leuk om je erin te verdiepen en je krijgt veel respect voor de mensen. Ik heb die week gezelligheid van een ander Nederlands echtpaar, Mieke en Rob van de Stamper uit Colijnsplaat. Altijd weer fijn om een aanspreekpunt te hebben als je alleen bent. Vrijdagavond laat komt Hans weer aan boord en we besluiten om de volgende dag al uit te varen richting Australië. De voorspelling is goed en er ligt een groot hoge druk gebied bij Australië waar we van willen profiteren. De gribfiles geven de eerste vijf dagen goed weer aan. Zaterdagmiddag tanken we brandstof en water en vertrekken voor de oversteek van ruim 1000 mijl naar Mackay. Om half zes passeren we de pas de Dumbea en zijn net voor donker buiten. We hebben volle maan en kunnen het eerste stuk heerlijk zeilen, daarna moeten we veel motoren omdat we weinig wind hebben. We hebben mailcontact met Cathelijne en Victor die met een camper rondtrekken langs de kust van Queensland. Ze denken zaterdag in Mackay te zijn en wij doen ons uiterste best dat te halen. Donderdagmorgen hebben we een grote groep dolfijnen bij de boot en we genieten er weer volop van. Om 15.30 zijn we zuid van Homart Patch, beginpunt van het Great Barrier Reef in de Entrance van Capricorn Channel. Hier een hoog springende dolfijn naast de boot en even ben ik bang dat hij op het dek zal landen zo dichtbij. Na ruim 10.000 mijl op de Pacific te hebben gevaren met veel deining is het achter het rif met een bakstag wind van 4 tot 5 Bft heerlijk zeilen. Vrijdag krijgen we nog een walvis naast de boot. We mailen naar customs en marina dat we 's nachts om 3 uur denken aan te komen. We hebben de kaart goed bestudeerd en durven de ruime haven wel 's nachts aan te lopen. We passeren drie enorme ankergebieden met opgelegde schepen en lopen om 2.30 uur de haven binnen, meren af op de plek die we toegewezen hebben gekregen en gaan snel nog een paar uur slapen.

23 jun 2010

Fiji.



We vertrekken op de motor uit Tonga, omdat er buiten erg weinig wind staat. Pas de volgende dag kunnen we slechts vier uur zeilen, waarna we weer de motor moeten starten. Woensdagavond beginnen we te bellen met Fiji customs, omdat we ons 48 uur voor aankomst gemeld moeten hebben. Email gezonden naar Royal Suva Yacht Club, die ons verwijzen naar de website, maar die kunnen we aan boord niet ontvangen. We blijven bellen maar krijgen pas donderdagmorgen om 10.00 uur verbinding en de operator belooft ons de customs en immigration te informeren. We hebben precies opgeschreven wat we gedaan hebben om ze te bereiken. We moeten de motor aanhouden omdat er te weinig wind is en we kunnen nog één keer een paar uur zeilen. Vrijdag 11.00 uur hebben we via de marifoon contact met portcontrol, die ons verwijzen naar het quarantaine gebied voor de Royal Suva Yacht Club, waar we moeten wachten op onze clearance. We schrikken wel erg van de omgeving, want om ons heen liggen elf scheepswrakken, sommige gekanteld en vastgebonden aan andere om ze drijvend te houden. We zullen hier maar niet de watermaker gebruiken, je moet er niet aan denken wat een vervuiling dit is. Om half vier 's middags hebben we nog niemand gezien, komen ze niet voor vijf uur dan worden we pas maandag ingeklaard en we willen dinsdag al weer door. Om half vijf komen er vijf mensen aan boord (zie foto met rode bootje) en na een half uur en vele verklaringen zijn we net op tijd ingeklaard. Zaterdag kunnen we met een taxi naar de hoofdstad Suva om geld te pinnen. Als we terugkomen willen we brandstof tanken maar dat moet precies op hoogwater omdat er anders niet genoeg diepgang voor ons is. We twijfelen, maar besluiten toch het te proberen. Na veel uitleg hoe we precies nog wat obstakels onder water moeten ontwijken halen we buiten anker op en beginnen langzaam en voorzichtig naar binnen te varen. Als we bij de pomp zijn hebben we op het ondiepste punt nog 20 cm. onder de kiel gehad. Snel tanken en zo snel mogelijk weer naar buiten. Als we weer voor anker liggen gaan we met de dinghy naar de haven en met een taxi de stad verkennen. We bezoeken het Fiji museum. de University South Pacific en de parlement's gebouwen. Bij terugkomst op de jachthaven is er vrij bier drinken en een varken aan het spit omdat er een nieuwe bar geopend wordt. We ontmoeten er andere wereld zeilers en het is gezellig. Voor zondag hebben we een rondrit gepland en de taxi van de haven rijdt ons rond over het hoofdeiland Viti Levu. Grotendeels langs de kust waar we veel mooie ressorts zien, maar het laatste stuk moet door het binnenland, de weg is daar onverhard en het regent behoorlijk, dus spekglad. Het is een mooie rit maar wel erg lang, we hebben ons niet gerealiseerd dat het eiland veel groter is dan bijvoorbeeld Tahiti, en bij thuiskomst hebben we ruim 500 km. gereden in 13 uur. Maandag vroeg naar Health Ministry, customs en immigration, waar we lang over doen omdat er net een cruiseschip binnengekomen is, dat ze eerst afhandelen. Veel oponthoud hebben we omdat onze 48 uur notice of arrival aanvankelijk niet erkend wordt. We hebben vrijdag alles keurig opgeschreven en aan de officer meegegeven, maar deze durven geen beslissingen zelf te nemen, dus moet we bijna een uur wachten op de boss die in vergadering is. Na de man gesproken te hebben en alles uitgelegd krijgen we uiteindelijk onze clearance. Om 15.00 uur zijn we weer aan boord en blijven daar ook maar. De gribfiles geven rustig weer af tot Nieuw Caledonië en we vertrekken dinsdag vroeg uit Suva. Vier dagen Fiji is echt tekort, de andere eilanden moeten heel mooi zijn, maar dan moet je ook echt twee of drie weken voor dit gebied nemen. Door alle toestanden met inklaren blijven er voor ons maar twee dagen over, toch hebben we een indruk van het gebied en de mensen en dat is meegenomen. Via de mail hebben we bericht ontvangen dat de onderdelen voor de roerkoning onderweg zijn en we hopen in Nieuw Caledonië de lekkage op te lossen.

13 jun 2010

Tonga.






De 720 mijl van Suwarrow naar Tonga leggen we in 5 dagen af volgens de kalender maar leveren een dag in omdat we de datumlijn passeren, de wind varieert van 2 tot 4 bft. 's Nachts hebben we eenmaal veel regen en onweer, maar de meeste nachten hebben we goed zicht door de volle maan. Heerlijk is dat als het tijdens je wacht niet al te donker is. Mailen onderweg nog een keer met de werf over de lekkage van de roerkoning en ze antwoorden dat er aan gewerkt wordt. Vrijdagmorgen 28 mei komen we aan op Vava'u (eiland van het koninkrijk Tonga) bij de hoofdstad Neiafu. Het blijkt erg moeilijk afmeren bij de wharf om in te klaren, naar de douane, naar quarantaine en immigration te gaan. We besluiten tegen de regels een mooring op te pakken en vragen de eigenaar ervan de clearance te regelen. In de gids staat dat dat kan , dus we proberen het maar. Na twee uur komen ze ons melden, dat we met de dinghy naar de wal mogen om alle papieren af te handelen. Daar zijn we erg blij mee, omdat het afmeren bij de kade moeilijk is en veel schepen daar al schade opgelopen hebben. We kunnen alles afhandelen voor 16.00 uur, behalve immigration, waar we maandag pas terecht kunnen. 's Avonds gegeten bij de Vava'u Jachtclub. Zaterdagmorgen gaan we naar de markt, wat altijd weer een belevenis is. We zien de mensen, die vrolijk en vriendelijk zijn. Tonga is een koninkrijk, waar je speciaal heen gaat. Het is geen plek waar je makkelijk komt behalve met je eigen schip. Als we er zijn blijkt hun enige vliegtuig een verkeerde landing gemaakt te hebben en is niet meer bruikbaar. Veel mensen zitten nu vast op het eiland. De ferry is deze winter verongelukt en er is nu tijdelijk iets geleend van Nieuw Zeeland. We zijn onder de indruk van de oorspronkelijkheid van het eiland. Veel mensen lopen nog in de traditionele gewaden (ta'ovala's), dat zijn matten die ze zelf vlechten of tapa kleren, die gemaakt worden van de bast van de mulberry tree. De familie is voor de mensen van Tonga heel belangrijk, en dan niet alleen de familie zoals wij die kennen, maar heel uitgebreid. Het woord moeder heeft bijvoorbeeld ook betrekking op alle zusters van de moeder en bij de vader alle broers. Neven en nichten gaan tot de derde graad door. Iedereen zorgt voor elkaar en soms is dat best een belasting en een rem op hun eigen ontwikkeling, zoals een taxichauffeur ons vertelde. Het komt heel vaak voor dat familie de opvoeding van kinderen overneemt. Individuele ontwikkeling is niet van waarde en alles is erop gericht om een groep te steunen, of dit nu familie, kerk of regering is. Buitenstaanders willen ze altijd ten dienste zijn en ze zullen je altijd het antwoord geven dat je wil horen. Er zijn drie standen, de koninklijken, de edelen en de gewone mensen, alle drie hebben hun eigen taal. Ze zullen altijd respect tonen aan de mensen van een hogere rang.

We zijn erg onder de indruk van de gemeenschap hier en genieten er erg van. Zondag is een rustdag op Tonga en we zien niemand in de hoofdstad lopen, iedereen is bij familie of in de kerk. Heel speciaal zo'n volmaakte zondagsrust, wij klussen en maken de boot schoon. Voor maandag hebben we een rondrit over het eiland geregeld en bezoeken de botanische tuin, waar we rondgeleid worden door Lucy die Nederland goed kent en er meerdere keren geweest is. De tuin is een verzameling van planten die in de Pacific voorkomen en in het kader daarvan heeft ze contact met Wageningen. We lunchen in een ressort en ik beklim nog een berg met de gids. Hans besluit beneden te blijven, omdat hij last heeft van zijn rug. Boven mooi uitzicht, maar het was wel een moeilijke tocht, dus goede beslissing van Hans om beneden te blijven. We melden ons bij immigration en klaren uit. Wachten nog even met uitvaren om te zien of het wel met Hans' rug gaat. Alles ziet er goed uit en we besluiten om 16.30 uur los te gaan van de mooring richting Fiji.

28 mei 2010

Van Tahiti naar Suwarrow














Maandag 10 mei 2010 komen we 's morgens om 3.00 uur weer aan in Taina Marina. Het was een lange reis van meer dan 60 uur, met veel vertraging door de vulkaan op IJsland. De boot ligt er goed bij, maar we horen dat er a.s. woensdag een heel zware deining verwacht wordt. Het is dus zaak om de volgende dag al te vertrekken, omdat we anders door de zware deining min of meer gevangen liggen in de haven. Slechts 1 dag om alles in orde te maken, gelukkig waren we al ver en we gaan gelijk aan de slag. We klaren uit, doen de laatste verse boodschappen en nemen vast afscheid van de mensen in de haven. Dinsdag drie uur gaan we los en varen langs de brandstofpomp om de jerrycans allemaal te laten vullen. We verlaten met weemoed de lagune van Tahiti, wat hebben we hier genoten en wat zijn de mensen aardig voor ons geweest. Maar nu is het weer tijd om verder te gaan en daar hebben we ook beiden wel weer veel zin in. We willen in gelijk doorvaren naar Bora Bora om alvast wat in het ritme te komen. Onderweg blijkt dat we toch nog behoorlijke lekkage hebben bij de roerkoning. Woensdag 12 mei pakken we een mooring op bij de jachtclub. En kitten snel de roerkoning weer dicht hopen we. Bij het binnenvaren viel het ons al op dat er een van de twee grote rode boeien ver zuidwaarts op het rif ligt. We kennen de route nog van vorig jaar, maar het is wel raar. Als we 's avonds bij de jachtclub willen eten, blijkt pas wat er voor schade is aangericht door de cycloon in februari. De huisjes van de eigenaars zijn weggespoeld, het terras is net weer nieuw opgetrokken en er zijn nog een paar tafels en stoelen gered. Het jonge echtpaar, dat vorig jaar nog zo'n mooi bedrijf had opgebouwd met een heel hoge standaard aan service en een heel goede keuken, is alles kwijt. Van verzekering is geen sprake en ze kunnen dus weer opnieuw beginnen. Maar goed dat is natuurlijk wel het risico dat je loopt als je hier iets opbouwt. Ook verder in de lagune blijkt heel veel schade. De ressorts zijn hard getroffen en alle verdiepingen zijn gewoon uit de huisjes geslagen. Iedereen is weer aan het opbouwen en we hebben bewondering voor de veerkracht van deze mensen. De volgende dag gaan we om 11.00 uur los om weer verder te gaan, na twee uur varen blijkt dat de roerkoning toch nog teveel lekt. De deining is meer dan vier meter en de golven die achterop komen zijn echt hoog. Dat geeft steeds weer opnieuw heel veel druk op de afdichting van de roerkoning en we besluiten dat het niet slim is om door te gaan. Weer terug naar Bora Bora om de afdichting beter af te sluiten. Zaterdag 15 mei vroeg proefgevaren om te zien of de afdichting genoeg is. We zijn tevreden en besluiten weer te vertrekken. De deining is erg hoog en de wind begint ook toe te nemen. Maupiti kunnen we door het weer niet meer aanlopen en we gaan door op onze tocht van ruim 700 mijl naar Suwarrow. Zondag neemt de wind nog meer toe. Op een gegeven moment staat er 37 knopen op de meter en surfen met klein voorzeil met 10,5 knopen de golven af. We kijken elkaar aan en vragen ons af of dit nog wel leuk is. We zijn toch nog wel moe en beginnen een nieuw wachtsysteem. Hans slaapt steeds twee uur, waarna ik weer drie uur mag slapen. Het blijkt geen slecht ritme voor ons te zijn en uiteindelijk slingeren we in en kunnen er weer van genieten. We hebben een paar mooie zeildagen en hoeven de motor nauwelijks te gebruiken. Wel behoorlijke regen en onweersbuien over ons heen gehad tijdens de oversteek. De laatste 36 uur moeten we snelheid minderen, want we kunnen Suwarrow beslist niet in donker aanlopen. Donderdag om 9.30 uur zien we het silhouet van de atol. Gelukkig is het weer beter geworden en we durven zo wel naar binnen te varen. Na een heel spannende passage door de pas, die niet betond is o.i.d. komen we veilig binnen in de lagune. We blijken de enige boot te zijn en ankeren achter het hoofdeiland in de beschutting.




Dit was wel heel spannend maar de beloning is groot. We hebben direct al een haai naast de boot en besluiten het zwemmen maar even uit te stellen, daar we weten dat de haaien hier veel agressiever zijn, dan we tot nu toe gewend waren. Na enkele uren komt er nog een boot en later nog drie van de World Arc binnen. We verkennen het eiland met de dinghy, helaas blijkt er nog niemand aanwezig te zijn om ons verder door de lagune te leiden. De caretaker zal er pas 1 juni weer zijn. Jammer, maar het is niet anders. Met de dinghy kun je zelf niet op verkenning uit, omdat dat veel te gevaarlijk is. De lagune is groter dan het noordelijke deel van het IJsselmeer en als de wind draait kom je niet meer terug. Met de deelnemers van de World Arc 's avonds een potluck gehouden. Was erg gezellig en we hebben ze vast een beetje leren kennen. Iedereen is toch wel erg vrij in zijn programma en dat spreekt ons wel aan. We halen gribfiles op en zien dat er erg goed weer voorspeld wordt voor de komende vijf dagen. Tien uur de volgende ochtend halen we anker op. Dat was nog niet echt eenvoudig, omdat we zoals we al wisten met de ankerketting om een coralhead lagen. Na een half uur proberen, komen we zonder schade los en varen we de pas weer door naar buiten. Heel speciaal om hier geweest te zijn, een plek die we ons nog heel lang zullen herinneren. Een plek ook die je alleen maar op eigen kiel kan bereiken.

14 apr 2010

Boot klaarmaken voor vertrek uit Tahiti.






Boot klaarmaken voor vertrek uit Tahiti.


Vrijdag 26 maart 2010 komen we 's morgens 5.00 uur aan op de luchthaven van Papeete. We zijn blij als we alle bagage weer terugzien, inclusief een nieuwe rubberboot die we als bagage ingecheckt hadden. We nemen snel een taxi naar de jachthaven waar we in het donker aankomen. We vinden het heel spannend hoe de boot er na bijna 7 maanden in het water uit ziet. De eerste indruk is goed en we zijn best wel opgelucht, als we de luikjes openen en naar binnengaan valt het allemaal erg mee. In een paar kastjes vinden we kleine beestjes, die heerlijk gesnoept hebben van de kakkerlakhotels en dus dood gegaan zijn. Werken dus echt goed die dingen, onder de vlonders staat een beetje water van het lekken langs de mast en bij de ingang staat water in het gootje onder de luikjes, waarschijnlijk ingeregend door de ventilatieopening. Schade valt dus echt mee en we zijn er blij om. De 25 vochtvreters die we geplaatst hadden, hebben hun werk goed gedaan en sommige zijn nog niet helemaal uitgewerkt. Bij overdimensionering kun je de tijd dus rekken van de werking. Verder is het goed te zien dat de boot regelmatig van buiten schoongemaakt is door iemand uit de haven, die we daarvoor gevraagd hadden. Blijft natuurlijk altijd een gok, maar hij heeft zich volgens ons aan zijn woord gehouden, want hij had ons later verwacht en moest nog een keer schoonmaken voor zijn geld. We hebben gezegd dat we tevreden zijn en de laatste keer wel zelf doen. Daarna hoorden we van de lokale mensen de verhalen hoe hun zomer verlopen was. Er is een kleine hurricane over de haven getrokken, die aan de wal wel wat schade gaf, zoals omgewaaide bomen maar aan de boten niet voorzover wij weten. Er heeft een hele zware deining in de haven gelopen tijdens springtij en de mensen vertelden dat de Drammer tot 30 centimeter vrij bleef van de kade, die onderwater kwam te staan. Duidelijk was dat, doordat we zo goed contact met de mensen hier hadden, ze de Drammer ook goed in de gaten hebben gehouden, de jongen die de boot schoonmaakte is nog drie keer speciaal naar de haven gegaan om te kijken of alles wel goed ging. Tahiti is goed door het stormseizoen gekomen, bij andere eilanden, zoals Bora Bora en de Marguesas was wel de nodige schade aan schepen en op het land. Op Bora Bora was vooral de hoofdstad Vaitape getroffen door een hurricane, die heel plaatselijk over het eiland getrokken is.

De komende weken worden door ons gebruikt om de boot helemaal klaar te maken voor vertrek. Hierna gaan we weer lange stukken non stop varen om weer wat dichter bij huis te komen. Het is hier fantastisch en zijn daarom zolang gebleven, maar de reis is erg lang. Een vliegreis van 11 uur en een vliegreis van 9 uur, met tussenstop Los Angelos wat niet altijd goed aansluit. We poetsen de boot van binnen en van buiten om bescherming te bieden aan het zout en de zon. We brengen een deel van de zeilen vast aan, maar nog niet alles omdat zeilen veel wind vangen als het nog een keer hard gaat waaien, wat nog steeds kan. Het stormseizoen loopt pas eind deze maand af, dus het blijft nog oppassen. De motor, de generator en de watermaker worden aangesloten en van een servicebeurt voorzien. Er gaat een duiker onder de boot door om het onderwaterschip schoon te maken, wat vooral bij de schroef erg nodig was. De luikjes van de ingang worden kaal gehaald en opnieuw gelakt, het polyester wordt bijgewerkt en we leren dit soort dingen steeds beter te doen. We beginnen 's morgens al om zes uur met poetsen en schoonmaken, omdat het anders niet meer uit te houden is van de hitte. De zon schijnt de hele dag volop en de temperatuur is over de dertig graden. De watertemperatuur is 29 graden, warm genoeg dus om de meeste middagen als het te warm is heerlijk te gaan snorkelen. De buitenboard is weer gemaakt, dus we maken weer tochtjes met de dinghy naar mooie snorkelplekjes. Ook trakteren we onszelf op een safari dwars over het eiland, om het binnenland te zien. Het is een hele mooie tocht met een 4WD over zeer zwaar terrein en door tropisch regenwoud. We zwemmen onderweg bij een waterval en zien heel veel verschillende plantensoorten die voor ons nieuw zijn. Blij dat we de tocht gemaakt hebben, stond al lange tijd op ons verlanglijstje maar hadden we steeds uitgesteld.

Komend weekeind zondag 18 april 7.00 's morgens vliegen we weer terug naar Nederland en zijn maandag 19 april om 18.00 weer terug in Nederland, waar we weer de kinderen, kleinkinderen,familie en vrienden zullen zien. Op 8 mei reizen we dan weer terug naar Tahiti om snel te vertrekken en aan onze tocht richting Australië en Zuid-Afrika zullen beginnen.


13 sep 2009

Nieuw Zeeland en Tikehau.












We krijgen een goede plaats in de binnenhaven, en we besluiten in Tahiti de boot achter te laten om een reis te maken naar Nieuw Zeeland. Hans is altijd al erg in dit land geïnteresseerd geweest en nu hebben we de tijd om het te bezoeken. We boeken een reis en vertrekken drie dagen later op 10 augustus met het vliegtuig naar Nieuw Zeeland tot 27 augustus. We huren een auto en rijden een week rond op het Noordeiland en een week op het Zuideiland. In het noorden vinden we de kust in het westen erg mooi en vooral de grote en eeuwenoude bomen maken grote indruk. We wandelen door de bossen en langs de kust en leren veel over de natuur en de geschiedenis van het land. We maken veel kilometers, maar het is heel rustig op de weg en onderweg stoppen we vaak om iets te bekijken of te eten. We bezoeken een maoridorp en krijgen daar een maaltijd, die gekookt is op aardwarmte zoals ze al eeuwen hun eten bereiden. Het is erg lekker en we zitten met 12 nationaliteiten bij elkaar, wat toch wel weer leuk is. We maken een avondwandeling door de het bos in de stromende regen en zien maorikrijgers in hun kano bezig. Daarna krijgen we een dansvoorstelling en uitleg over hun levenswijze, zoals de betekenis van de tatoeages en achtergrond informatie over de haka,hun wereldberoemde dans en gezang. Het is allemaal wel erg toeristisch, maar het geeft wel een beeld. We zien die avond ook nog de kiwi, het nationale symbool van het land. Het is een nachtdier en de kans om ze te zien is niet erg groot, maar gelukkig hebben we een goede gids, die ze ons kan laten zien. Na een week steken we met de ferry over van Wellington naar Picton, waar we een andere huurauto in ontvangst nemen. We rijden in een keer door naar Kaikouri, waar we de zee op gaan om walvissen te bekijken. We zien drie spermwalvissen, veel dolfijnen, albatrossen en zeeleeuwen. Vooral de walvissen maken indruk, ze zijn erg groot en we zien ze drie keer wegduiken de diepte in met hun staart nog boven water. Daarna staan de gletsjers, de Fox en Frans Jozef, op onze verlanglijst en we steken het eiland over naar de westkant. Als we aankomen blijkt het weer te slecht te zijn om ze goed te kunnen zien. We rijden met de auto zo ver als we kunnen en krijgen in de stromende regen toch nog wel een beeld. We kunnen er niet dichterbij komen omdat alles afgezet is wegens overstromingsgevaar. Ook de helikoptervluchten gaan niet door. We besluiten niet langer te wachten en vertrekken over de Arthurs Pass richting Christchurch. Op de pas maken we een mooie wandeling naar een waterval en zien we de Kea, een soort papagaai en de Weka een soort kiwi, die overdag leeft. Het landschap is heel erg mooi, met mooie besneeuwde bergtoppen en dalen waar heel veel mooie schapen lopen. Vooral de Merinosschapen vind ik erg indrukwekkend, ze hebben nog hun dikke wintervacht en zijn heel zwaar gebouwd. In Christchurch wandelen we twee dagen door de stad. Het is een mooie stad met veel parken, oude Engelse gebouwen en mooie moderne architectuur. We vinden het de mooiste stad van Nieuw Zeeland omdat het duidelijk een eigen karakter heeft. Van hieraf vliegen via Auckland weer terug naar Tahiti.

We maken de boot klaar om achter te laten en pakken nog een mooi weekend naar Tikehau (een atol van de Tuamoto archipel), waar we wandelen, fietsen en snorkelen. We verblijven in een familiepension en hebben een bungalow op het strand. Leuk om het verschil te zien met een familiebedrijf en de grote ressorts waar we tot nu toe verbleven. Er wordt heerlijk voor ons gekookt en we kunnen fietsen nemen om rond te fietsen. Omdat het weer erg slecht is en alle excursie afgelast zijn, raad de gastvrouw ons aan om met een boot naar een andere atol te gaan waar we in de luwte kunnen snorkelen. Dat blijkt een waardevolle tip te zijn en we mogen bij een duur ressort heerlijk de hele dag gebruik maken van hun faciliteiten. Wat een groot verschil met Bora Bora waar we bij alle ressorts weggestuurd werden als we met de dinghy aan kwamen. Hier is alles kleinschaliger en de mensen bellen elkaar gewoon even of het goed is dat hun gasten langskomen. We zien heel veel nieuwe vissen met het snorkelen en zijn er steeds weer over verbaasd hoeveel soorten er zijn en hoe ze zich aanpassen aan hun omgeving. Ook verbaast het ons dat hoewel het ondiep is er zoveel blacktiphaaien zitten. Zondagavond 6 september vliegen we weer terug naar de Drammer om daar weer verder te gaan met de boot klaar te maken. Wat ons vooral nu nog bezig houdt is de verzekering van de boot. Voordat we weggingen hebben we een contract voor drie jaar afgesloten met een grote verzekeringsmaatschappij. We wilden daar onderweg geen zorgen over hebben, omdat het altijd moeilijker is om dingen te regelen als je niet in Nederland bent. Na twee jaar heeft de maatschappij het contract opengebroken om de premie fors te verhogen en ons te verplichten een volgsysteem aan te brengen. We hebben zelf al een volgsysteem dat goed werkt, maar dat was de bedoeling niet. Er moet iemand uit Nederland komen om het systeem te plaatsen en de kosten van vlucht en apparaat zijn voor ons. Zijn we uiteraard niet blij mee, uiteindelijk de deal gemaakt dat een technisch bedrijf in Tahiti het zou plaatsen. We vragen om het apparaat opgestuurd te krijgen, maar dat was voor de technische leverancier te moeilijk, hadden ze nog nooit gedaan. Uitgelegd, dat Air France drie keer per week rechtstreekse vlucht heeft op Tahiti en dat de mensen hier met Fedex hun spullen binnen een week aan boord hebben. Ze zouden het proberen. Uiteindelijk is het systeem een week voor we naar huis gaan via Auckland bij ons aan boord gekomen, nadat we er per mail en telefoon op aangedrongen hebben. Bij het openen zien we dat het een klein apparaat is met een eigen batterij en dat met 6 schroefjes vast gezet kan worden. Bij testen blijkt dat het apparaat niet werkt, op advies van het technische bedrijf in Nederland weer op een andere plaats aan boord uitgeprobeerd. Nog steeds geen ontvangst, blijkt het apparaat niet te werken op de Pacific, de Indische Oceaan, onder langs Afrika en een groot deel van de zuidelijke Atlantische Oceaan. Gebieden die de meeste wereldomzeilers nemen en bovendien mogen we van de verzekering niet langs Kenia, Somalië en Jemen, dus is dat de enige route. Commentaar van de verzekering is dat we het toch maar moeten plaatsen, want als de boot gestolen wordt, duikt hij misschien wel ergens anders op. We snappen er niet veel meer van en laten volgens laatste opdracht het apparaat maar aan boord liggen en blijven ons eigen systeem gebruiken.

Dinsdag 15 september komen we weer aan op Schiphol en blijven dan tot april volgend jaar in Nederland, om weer te genieten van de kinderen en kleinkinderen, familie, vrienden en om weer andere leuke dingen te doen. We kijken terug op een geweldig fijne tijd in Frans Polynesië en zijn blij met de beslissing om hier de tijd te nemen.

4 aug 2009

Raiatea.











 

Nadat Cathelijne en Victor vertrokken zijn, varen we de volgende morgen van Bora Bora naar Raiatea. We hebben een heel mooi zeiltraject en de Drammer heeft er duidelijk zin in. We genieten en  melden ons bij de jachthaven Apooiti, waar we voor tien dagen een plek hebben besproken omdat Hans terug gaat naar Nederland. Van die dagen maak ik gebruik om te wassen en de boot goed schoon te maken. Bovendien laat ik de buitenboordmotor een beurt geven. Walstroom blijkt te zwak voor de wasmachine en moet alles met de hand wassen, wat me al met al drie dagen bezig houdt. Hans komt zaterdag 11 juli weer aan boord, is doodmoe en slaapt de hele middag bij. Zondag repareren we de watermaker met de onderdelen  die Hans meegenomen heeft uit Nederland. Maandag vertrekken we uit Raiatea met bestemming Tuamotu, atols die aan de oostkant van Tahiti liggen. Als we buitengaats komen blijken de  Tuamoto’s niet bezeild en er staat een behoorlijk zware deining. Hans geeft aan te moe te zijn om drie dagen en nachten op te kruisen en we besluiten af te vallen en om de noord naar Bora Bora te zeilen. We hebben een heel mooie zeildag en lopen met uitgeboomde genua en vastgezet grootzeil prachtig door de hoge golven. Precies voor donker pikken we bij Bora Bora jachtclub een mooring op. We slapen lekker lang en varen de volgende middag met de dinghy naar de hoofdstad Vaitape, waar we kanowedstrijden zien. ’s Nachts om 1.15 bellen Cathelijne en Victor ons op om te melden dat er een tsunami-alarm voor de Pacific is afgegeven. We speuren samen op internet en er blijkt een aardbeving geweest te zijn bij Nieuw Zeeland. Voor ons gelukkig aan de westkant, zodat de eventuele golven gedempt zullen worden voor ze bij ons zouden aankomen. Na een uur wordt het alarm ingetrokken en kunnen we weer verder slapen. Wel fijn dat er zo met ons meegeleefd wordt en dat de kinderen ons waarschuwen voor dergelijke dingen. Woensdag 15 juli maken we een heel lange tocht met de dinghy en snorkelen onderweg in het Aquarium, waar we ontzettend veel vissen zien. ’s Avonds wonen we de finale bij van een dansfestival, waarvan we al een deel van gezien hadden met Cathelijne en Victor. We zien twee prachtige shows van lokale groepen, die beide bestaan uit ongeveer honderd mannen en vrouwen. De volgende dag wandelen we naar Vaitape en beklimmen een deel van de berg Pahia, vanwaar we een prachtig uitzicht hebben op de omgeving van het eiland. Vrijdag bezoeken we met de dinghy de enige motu’s (eilanden), die nog door de lokale bevolking bewoond worden. De rest van de motu’s zijn bezet door grote resorts en daar mag je dus niet meer komen. We maken een mooie landing met de dinghy op het strand en worden heel gastvrij door de mensen ontvangen. We maken een praatje met ze en ze wijzen ons zelfs de weg. ’s Avonds eten we in restaurant Bloody Mary, waar vele wereldberoemde gasten zijn geweest. Zaterdag vertrekken we met veel deining en tegenwind richting Tahaa, waar we weer bij de jachtclub een mooring oppikken. Met andere Nederlanders boekenruil gedaan, wat voor iedereen altijd welkom is. We wandelen langs de baai en beklimmen een stuk de berg. ’s Avonds dineren bij de jachtclub. Maandag belt Marnix dat hij een brief nodig heeft van Taina Marina Jachtclub in Tahiti in verband met het aanvragen van het visum voor Florence.  We krijgen de havenmeester zover dat hij die brief wel wil schrijven en mailen naar de franse Ambassade in Nairobi. Als Hans in de dinghy stapt vind hij een dode vliegende vis aan boord. Hij gooit hem overboord  en er schieten gelijk vier Remora’s op af. Remora’s zijn pilotvissen van de walvissen, we hebben ze nog nooit gezien en het is best spectaculair. Dinsdag krijgen we bericht van Taina Marina dat we eerst een downpayment moeten doen van een maand liggeld, voordat ze de brief kunnen verzenden. Proberen van alles om het per mail en telefoon te regelen, maar dat lukt niet. Betalen via internet internationaal duurt ook te lang, Dus volgende morgen naar Raiatea naar de bank varen om een spoedoverboeking te laten doen. Eerst zoveel mogelijk pinnen omdat we ook niet met creditcard kunnen betalen. Daarna naar de supermarkt en vertrekken we van  Raiatea want er blijkt een gunstige wind te staan om naar Moorea te varen. We varen de nacht door en laten ‘s morgens vroeg het anker zakken in Cooks Bay. We maken heel mooie wandelingen en vinden vlak achter het koraal een prachtige snorkelplek. Zondag 26 juli varen we naar Tahiti, naar Taina Marina waar we een plek krijgen aan de kop van de steiger en tussen de megajachten liggen. Onze boot en de lengte van de mast vallen in het niet bij de rest. De volgende dag gaat Hans naar Papeete om veel boodschappen te doen en ik draai vier wassen. “s Avonds borrelen en eten we met andere Nederlanders. Dinsdag komt van Marnix eindelijk het verlossende mailtje, Florence haar visum is rond. We zijn dolblij en nemen er een borrel op. We beginnen met chroompoetsen en snorkelen ’s middags bij de haven. Bij inspectie van het grootzeil, blijkt dat we slijtplekken hebben en bij het oprollen scheuren we  het zeil ook nog omdat het ergens achter blijft haken. Bovendien breekt de bevestigingsstrip af, heel vervelend allemaal maar beter nu dan op open zee. We kunnen het meeste zelf maken en het zeil moest toch naar de zeilmaker, bovendien zullen we de bevestigingsstrip van roestvrij staal laten maken i.p.v. aluminium. De laptop van Hans crasht en blij dat we er hier iets aan kunnen laten doen. Blijkt alleen te repareren voor $1000,-- niet dus. Van Marnix bericht dat er ook nog visa nodig zijn voor Florence voor Australië en Nieuw Zeeland, waar ze alleen zouden overstappen. Hij probeert met behulp van Cathelijne en Victor nog van alles te regelen. Probleem is vooral Nieuw Zeeland, omdat de ambassade in Pretoria zit.  Vrijdag 31 juli vertrekken we voor een weekend naar Rangiroa omdat Hans toch die atols in Tuamotu wil zien. We hebben eer een heerlijk weekend, met een geweldige driftsnorkling door de pas. Veel contact via email met Marnix en Victor over de visa voor Florence. Zondag wordt duidelijk dat het niet gaat lukken met de visa en moeten we besluiten de reis voor Florence en Marnix te cancelen. Iedereen heeft vreselijk zijn best gedaan en het geeft een heel rot gevoel.  Terwijl ik dit stuk schrijf steekt er een tropische storm op en gaan er 36 knopen wind over het dek  (8bft). Omdat we op de meest ongunstige plek liggen is er een duiker bezig een extra lijn aan te brengen op een groot betonblok onder water. De bimini moet eraf en we leggen het kotterzeil op dek. Verderop dreigt een boot van zijn anker te slaan en houdt geen positie zelfs niet met zijn motor op vol vermogen erbij. Houdt hij het niet komt hij recht op ons af. Gelukkig zien we hem langzaam van ons vandaan gaan. Na drie uur is de storm overgetrokken en keert de rust weer. Zo zie je maar we vervelen ons nooit.