1 jul 2009

Frans Polynesië.










Na een week klussen aan de boot vertrekt Hans zaterdag 6 juni weer naar Nederland, ik blijf in Papeete om de boot schoon te maken en het houtwerk in de groene zeep te zetten om het te beschermen tegen al het zout. Een hele klus waar ik een paar dagen zoet mee ben. Het stormt erg hard en ik lig met de Drammer aan lage wal. Niet zo handig en ik heb er mijn handen vol aan. Midden in de nacht schieten de stootwillen tussen de boot en de kade uit en met veel moeite krijg ik het voor elkaar om ze er weer tussen te krijgen. Ik kan niet voorkomen dat we toch wat schade oplopen aan de romp, ook de dinghy ligt nog in het water en staat voor de helft vol met water, als het ’s nachts even rustig is besluit ik er maar uit te gaan om het leeg te hozen en het naast de Drammer te leggen met extra lijnen. Als vrijdagmorgen mijn vriendin Myriam aan boord komt, is de storm gelukkig gaan liggen en kan ik de Drammer gerust achter laten om met haar verschillende eilanden te bezoeken. We vliegen naar Bora Bora en Rangiroa en gaan met de ferry naar Moorea. Het is leuk om anderen de mooie omgeving te laten zien waar we nu rondvaren en we hebben gezellige dagen. Voor mij is Rangiroa nieuw (het is een atol) en we gaan daar o.a. driftsnorkelen. We varen met een bootje door de pas naar buiten en laten ons onder begeleiding van een gids drie maal door de pas naar binnen stromen, een heel aparte ervaring en we genieten er erg van. Daarna snorkelen binnen het rif, waar het wel lijkt alsof we in een aquarium aan het snorkelen zijn. Donderdag 18 juni vliegen we weer terug naar Papeete, waar Hans ’s morgens al weer aangekomen is. Hij heeft de monteur voor de motor gehad om de kleppen te stellen en heeft de nieuwe fok meegenomen uit Nederland. Blijkt een mooi fokje te zijn waar we nog veel plezier van hopen te krijgen. ’s Avonds komen ook Cathelijne en Victor aan, zodat we twee dagen met vijf mensen aan boord slapen. Voor vrijdag huren we een auto en rijden het eiland rond. Kijken op de zuidpunt van het eiland naar de wereldberoemde golven, die veel gebruikt worden bij internationale wedstrijden golfsurfen. We kunnen geen bootje vinden, dat ons ernaar toe kan varen maar zien van een afstand ook wel dat het mooie golven zijn met lange pipelines. De volgende morgen heel vroeg vertrekt Myriam alweer. Victor krijgt voor zijn verjaardag twee introductieduiken, die hij samen met Hans maakt. ’s Middags gaan Cathelijne en Victor naar Papeete om onder andere de zeer bekende markt daar te bezoeken. Wij gebruiken de middag om de boot vaarklaar te maken en boodschappen te doen. Zondag tanken we alle yerricans en de tank weer vol diesel en vertrekken nar Moorea, een eiland vlakbij Tahiti. Daar pakken we een boei op in Cooks Bay en gaan heerlijk bij de boot zwemmen. De volgende morgen maken we een mooie wandeling en bezoeken Tipanier, waar we weer met rays zwemmen. Ik ben er nu voor de derde keer en ik vind het elke keer weer een belevenis om met die mooie en grote dieren te zwemmen, kan er niet genoeg van krijgen. De volgende dag 23 juni is Victor jarig en we lunchen uitgebreid bij Bali Hai Club, waar we ook gebruik maken van het zwembad en het strand. Om 16.30 maken we los om de nachtelijke oversteek naar Huahine te maken. “s Morgens 8.30 uur laten we het anker zakken vlak voor de hoofdstad Fare. Het is een mooie plek, waar helaas wel wat deining staat. Als Hans met de snorkelbril het anker gaat controleren, blijkt dat we de anode van de schroef niet meer hebben, en dat de anode om de schroefas ook bijna weg is. We bezoeken het stadje en maken gebruik van internet en supermarkt. Omdat we zien dat er meer wind voorspelt wordt, besluiten we de volgende dag al door te varen naar Tahaa, waar we een zo rustige mogelijke ankerplek opzoeken. De beslissing om door te gaan bleek erg goed, want we hebben daar veel wind en regen gehad en lagen ook daar niet erg rustig. Cathelijne en Victor genieten van het strand bij de jachtclub en ’s middags maken we een erg leuke tour over het eiland met Dave’s Tour. Een enthousiaste jonge ondernemer, die daar een bedrijf als touroperator aan het opbouwen is. Hij brengt ons met zijn fourwheel drive hoog de bergen in en maakt daar op verrassende wijze fruit voor ons klaar. Heel leuk en erg lekker. De volgende dag vinden we een Deense cruiser/duikinstructeur Tim bereid nieuwe anoden onder de Drammer te zetten, we zijn er erg mee geholpen en gelukkig kunne we hem en zijn bemanning ’s avonds een lekkere cocktail aanbieden tijdens het eten. De volgende dag bezoeken we nog een pearl farm, die vlak naast de jachtclub Taravana is gelegen, waar Cathelijne en ik goede zaken doen. Als we de volgende ochtend wakker worden blijkt het redelijk rustig en snel steken we over naar Bora Bora, waar we om 10.30 een mooring oppikken. Cathelijne en Victor maken een wandeling naar de hoofdstad Vaitape. Zondag wil Hans de watermaker starten, maar die slaat steeds af. Bij nadere inspectie blijkt dat we een lek hebben, dus geen water kunnen maken. Gelukkig kunnen we bij de jachtclub onze tanks vullen, en zullen toch vanaf nu wat zuiniger met water moeten doen. ’s Avonds is er een pizza-avond op de club en we eten met alle andere zeilers de bestelde pizza’s. Maandag maken we een rondrit over het eiland en willen een bootje huren bij Novotel, door de harde wind gaat dat echter niet door en we vermaken ons op het strand, snorkelen en gebruiken een lekkere lunch. ’s Avonds spelen we het monopoliespel van Frans-Polynesië, dat we van Cathelijne en Victor hebben gekregen. Erg goed voor ons Frans en heel leuk om te spelen met een spel van het gebied waar je bent. Dinsdagavond nodigen Victor en Cathelijne ons uit voor een diner en een dansavond met traditionele dansen en zang. Erg gezellig en leuk om bij te wonen, omdat het een geheel lokaal gebeuren is. De laatste dag wordt er nog gesnorkeld bij een motu en dan is het als snel weer zover dat we afscheid moeten nemen. Morgen varen we samen naar Raiatea, omdat Hans weer terug moet naar Nederland voor een week. De plannen om naar Australië te gaan hebben we laten varen, het gebied is hier zo mooi en rustig, het is hier de eerste plek waar we de dinghy niet op slot hoeven te doen als we hem ergens achterlaten. Bovendien komen Marnix en Florence ons nog bezoeken en dan is het heerlijk de tijd te hebben.

5 jun 2009

Terug op Tahiti










Zondag 17 mei landen we ’s morgens om 4.00 uur weer op Tahiti. We hebben alleen handbagage dus zijn snel door de douane en kunnen als eerste een taxi pakken naar de haven. Nemen nog een paar uur nachtrust en gaan snel aan de gang om de Drammer weer vaarklaar te maken. De watermaker wordt goed onderhanden genomen en voorzien van nieuwe filters, we zijn nog steeds niet tevreden over de waterkwaliteit en hebben weer nieuwe filters bij ons. We doen boodschappen en gaan ’s avonds op tijd naar bed. De volgende dag maken we de boot schoon, doen boodschappen en zijn precies terug als Hans en Lieke aan boord komen. Dinsdagmorgen nog de laatste verse boodschappen en om 11.20 vertrekken we uit de haven om richting Bora Bora te gaan. Het wordt een rustige tocht van ongeveer 160 mijl, waarvan we ruim de helft op zeil kunnen doen. De passage door het rif is goed betond en het binnenvaren is met nauwkeurig navigeren niet moeilijk. Op woensdag 20 mei om 14.00 uur pakken we een mooring op bij de Bora Bora Yacht Club. De Drammer ligt in azuurblauw water en de kleuren zijn echt zoals ze op de folders staan aangegeven. We zwemmen heerlijk rond de boot in water dat nog warmer is dan 29 graden. Eten aan boord en genieten van het uitzicht. De volgende dag melden we ons bij de havenmeester, betalen voor de mooring en wandelen naar Vaitape, de hoofdstad van het eiland. Tijdens de lunch daar boeken we een trip over het eiland met een gids. We zien de mooie stranden van het eiland en bezoeken een parelkwekerij. Daar laten ze ons zien hoe de parel uit de schelp gehaald wordt en er weer een nieuwe aanzet ingebracht wordt voor de volgende parel. Het is een heel precies werkje en gebeurt op een bijna chirurgische wijze. Leuk om te zien vooral omdat de eilanden beroemd zijn om de zwarte parels die gekweekt worden. De kleuren variëren van lichtgrijs, groen,bruin, violet en zwart. De gids zet ons weer af bij de haven en ’s avonds genieten we van en heerlijk diner op het terras van de jachtclub. Op vrijdag gaan we met een duikbedrijf snorkelen dat ons door de lagoon vaart en laat snorkelen in wat de lagoon tuin genoemd wordt. Mooi gebied met weinig stroom en rustig water en we zien toch weer andere vissen dan we tot nu toe gezien hebben. Zaterdag 23 mei varen we van Bora Bora naar Tahaa en krijgen onderweg een zware regenbui, helaas precies als we door het rif varen dus dubbel opletten. De betonning is ook hier weer erg goed, ik moet zeggen dat de fransen het goed doen met hun eilanden, alles weer goed verzorgd en onderhouden. Op Tahaa meren we af in de Haamene baai, vlakbij een restaurant, als we de weg oversteken om een wandeling te maken zien we een bedrijf dat vanille verwerkt tot poeder en essence. We vragen hoe vanille groeit en de mevrouw neemt ons gelijk mee naar de buren die een kwekerij hebben. De vrouw van de kwekerij leidt ons heel trots door haar bedrijfje en via de tolk vertelt ze ons van alles. Als we weggaan moeten we nog even hun mandarijnen proeven en als we zeggen dat ze lekker zijn, krijgen we er gelijk een heleboel mee waar we absoluut niet voor mogen betalen. De mensen zijn vriendelijk en heel trots op hun eiland. Vanille is met visserij hun bron van inkomsten horen we later. Met de dinghy varen we door de baai. De volgende dag varen we naar Raiatea, een eiland dat binnen hetzelfde rif ligt en meren af bij de haven van het verhuurbedrijf Moorings. De recessie blijkt hier behoorlijk toegeslagen, want er is maar 20% van de vloot in gebruik, geen leuk gezicht om al die schepen stil te zien liggen. Maar als je de prijzen ziet van een weekje varen hier begrijp je wel dat men dat op het ogenblik even uitstelt. Je voelt je wel bevoorrecht hier op eigen kiel rond te kunnen varen. We bezoeken de hoofdstad Uturoa en laten ons met een taxi over het eiland rondrijden. Gaan naar een botanische tuin, die nog een beetje onderhouden wordt en daardoor wel speciaal is. Op de terugweg naar de auto zien we hoe een oude man kokosnoten schoonmaakt met een grote machete. Als hij in de gaten heeft dat we kijken maakt hij er speciaal voor ons een open en hij geniet als we de melk drinken en zeggen dat we het heel lekker vinden. We rijden door naar Marae Taputapuatea de best bewaarde traditionele tempel in Frans Polynesië die dateert uit de zeventiende eeuw. Volgens onze begrippen niet echt oud maar als je de uitleg op de borden daar leest wel indrukwekkend. Van dinsdag 26 mei op woensdag 27 mei steken we weer over naar Moorea, waar we na een makkelijke overtocht en de helft van de tijd weer op zeil in Cook’s Bay een mooring oppikken. Hans en Lieke gaan zwemmen met de stingrays en wij zwemmen om de boot en genieten va de mooie baai. De volgende ochtend maken Hans en Lieke nog een wandeling. En ’s middags vertrekken we weer voor de laatste 15 mijl naar Taina Marina op Tahiti, vanwaar Hans en Lieke weer naar huis terug vliegen. Wij hebben een week samen om de boot verder onderhanden te nemen. De motor moet nog een grote beurt, de fok moet naar de zeilmaker en er moet van binnen goed gepoetst worden. Klussen die we na de grote oversteek even op de lange termijn hebben geschoven, maar beter nu kunnen doen omdat we straks weer mensen aan boord hebben en daarna gelijk samen nog 3400 mijl moeten varen naar Australië, waar we de Drammer voor langere tijd achter willen laten.

31 mei 2009

Verblijf Tahiti.






Zaterdag 25 april tanken we gelijk de dieseltank vol en krijgen een heel mooie plek aangewezen om te liggen met de Drammer. Zondag gaan we naar Papeete, de hoofdstad van Tahiti om rond te kijken, dat was niet zo’n goed plan want de stad blijkt op zondag totaal verlaten te zijn. We drinken wat op een terras en gaan naar de airport om een auto te huren, dan zijn we tenminste verder vrij om het eiland op te gaan. De maandag gaan Marnix en Hans naar de customs en immigratie om in te klaren, wat snel gebeurt is omdat we hier onder de EU regels vallen. Daarna gaan ze op zoek naar een plek waar de Drammer op de kant gezet kan worden, want de berichten van de werf zijn toch minder positief. Wel raden ze ons aan om nog eens te gaan varen en dan heel wild heen en weer te sturen om te kijken waar het precies lekt. Gelukkig is Marnix aan boord en kan die het van mij overnemen want het is echt heel zwaar om zo te sturen. Hans zit beneden met alles open om te zien waar de lekkage zit en ons verdere aanwijzingen te geven. Na een uur wordt het wel duidelijk en gaan we terug naar de haven. Na contact met de werf moet het mogelijk zijn om het zelf dicht te kitten en dan is het niet nodig het water uit te gaan. We zijn opgelucht en gaan aan het werk, bij een volgende tocht zal pas blijken of het echt waterdicht is. Dinsdag gaan we met de huurauto over het eiland en bezoeken het historisch museum, musee de Tahit et ses iles, wat erg de moeite waard is en een goed beeld geeft van de cultuur en de ontwikkeling van het eiland. Bovendien ligt het museum op een heel mooie plek. Daarna rijden we door naar het Gauguin museum,wat erg tegen valt en waar we lek geprikt worden door de muggen. De mooie botanische tuin, die er naast ligt laten we dan ook maar voor wat het is. We rijden door naar het zuid eiland en gaan via de oost kant weer terug. De volgende dag gaan Marnix en Hans duiken en ik kan mee om te snorkelen. De eerste keer gaan we buiten het rif en zien gelijk al veel haaien, de tweede duik is binnen het rif en zien we heel veel verschillende vissen, een vliegtuigwrak en twee wrakken van boten. De donderdag gaan we met de ferry naar een ander eiland, Moorea, dat vlakbij Tahiti ligt. Leuk om zo tussen de locale bevolking te zitten en velen willen ons helpen en geven de mooiste plekken van hun eiland door. De mensen zijn echt trots op hun omgeving en willen het graag met je delen. We nemen een taxi en laten ons in het noorden van het eiland bij Les Tipaniers afzetten om een snorkeltrip te boeken. Na de lunch vertrekken we met nog twee personen naar de plek waar we gaan snorkelen met stingrays en haaien. Het is echt ongelooflijk om de dieren te zien zwemmen en onze gids, een bioloog, lokt ze naar zich toe. We kunnen de dieren aanraken en ik kan je vertellen dat ze heel zacht aanvoelen, bijna fluweel. De haaien houden zich op een afstand maar zijn wel heel goed te zien. Daarna gaan we snorkelen boven tikibeelden, die binnen het rif zijn afgezonken. De missionarissen vonden het in de negentiende eeuw nodig dat de bevolking afstand zou doen van hun eigen cultuur om het christendom volledig in te voeren. De originele beelden zijn al onder het koraal verdwenen, maar als eerbetoon aan hun oude cultuur zijn er nu nieuwe beelden neergelegd, die elk jaar schoongemaakt moeten worden, zodat ze niet weer onder het koraal verdwijnen. Op de terugweg zegt Marnix dat hij de volgende morgen een introduktie duik voor mij afgesproken heeft, omdat hij ervan overtuigd is dat ik daarvan zal genieten. Hans en Marnix hadden al een duik afgesproken en ik zou dan met een eigen instructeur de tweede duik doen. Omdat ik denk dat het al afgesproken is ben ik akkoord gegaan, de volgende dag bleek dat Marnix het toen pas geregeld had. Ben ik dus mooi ingetuind. Samen met Marnix en de instructeur ben ik naar beneden gegaan en hoewel ik wel er erg tegenop zag moet ik zeggen dat Marnix gelijk had, ik heb er erg van genoten en je ziet het koraal vanuit een andere hoek en daardoor kun je er soms helemaal tussenin kijken. Het duiken is voor mij nu niet meer helemaal afgezworen. Zaterdag 2 mei vliegen we weer naar huis. Hans en ik blijven een nacht in Los Angeles en Marnix vliegt via Parijs en Amsterdam door naar Kenia. Maandag reizen we gelijk door naar Utrecht om onze nieuwe kleindochter Puck te bewonderen. Geweldig blij zijn we met haar en het is jammer dat we een deel van haar ontwikkeling zullen missen. Maar je kan niet alles hebben dus genieten we maar dubbel als we de kinderen en de kleinkinderen zien. De volgende twee weken blijven we in Nederland om te kunnen genieten van de familie en nog wat vrienden te zien.

27 apr 2009

Galapagos naar Tahiti.














Galapagos naar Tahiti.

 

Maandag 30 maart  halen we Marnix af van het vliegveld op San Cristobal, onze agent is daar ook om het paspoort van Marnix in ontvangst te nemen en de papieren voor vertrek klaar te maken. We gaan met de taxi naar Loberia om Marnix iquana’s te laten zien. Gelukkig vinden we er een paar en kunnen we ze nog goed bekijken. We gaan al vrij snel weer aan boord, Marnix heeft de nodige vlieguren achter de rug en wil op tijd naar bed. Moeten ’s middags nog wel weer aan land om naar de immigratie te gaan, die ons persoonlijk wil zien.  De volgende morgen om 7.30 uur halen we het anker op en vertrekken naar Tahiti, een lange oversteek van ongeveer vier weken. We  worden om twaalf uur nog gedag gezegd door een grote groep dolfijnen. We verdelen het lange traject in verschillende delen en geven die met waypoints aan op de kaart. Zo begin je eigenlijk vanaf het begin af te tellen naar het eindpunt.  Het wacht systeem wordt besproken en overeengekomen, dat ik wacht heb van 19.00 uur tot 23.00 uur, Hans van 23.00 uur tot 3.00 uur en Marnix van 3.00 tot 7.00 uur waarna Hans en ik weer de wacht overnemen. Dit schema bevalt erg goed en we houden het zo tot de laatste dag. Donderdag 2 april hebben we marifoon contact met een ander schip dat naar de Marqueses gaat. Nog een andere catamaran komt naar ons toe varen en blijft een eind bij ons vandaan maar wel in de buurt, deze reageert niet op de marifoon en ik vind het eigenlijk maar raar. Hij voert geen vlag en dit soort dingen doe je niet als cruisers onderling, ben blij als we hem de volgende dag niet meer zien. Via de iridium worden we door de kinderen op de hoogte gehouden van hun doen en laten en we vinden het altijd weer fijn om ze te horen of via de mail iets te lezen. Ook blijkt het nu mogelijk om telefonisch contact te maken met Kenia, wat de vorige oversteek nog niet kon en daar zijn we blij om omdat we dan altijd voor de kinderen bereikbaar zijn. De verse spullen zijn na een week op en de rest is niet goed meer en moeten we overboord zetten. De temperatuur bedraagt overdag 33 en ’s nachts 31 graden C en we kunnen niet alles in de koelkast bewaren. Zelfs de eieren,die ik vooral voor Pasen wil bewaren, moeten we drie dagen voor Pasen aan de vissen voeren. Gelukkig hebben we wel de eerste vis gevangen een hele mooie dorade, die we schoonmaken en ’s avonds met rijst en oregano eten. Daarna vangen we nog een vis, die heel wat zwaarder is en waar we een tijd mee bezig zijn, als we hem naast de boot hebben blijkt een grote tonijn te zijn. Hans vraagt Marnix hem even naast de boot te houden om een foto te kunnen  maken, de tonijn wilde niet op de foto en ging er vandoor met ons aas nog in zijn bek. Zonde van de vis en zonde van het aas. Na een paar dagen nog een Dorade gevangen en binnen gehaald, deze ging erg tekeer en Hans maakte er een behoorlijk bloederig zooitje van op het achterdek. Naast de boot zagen we twee grote haaien zwemmen en Marnix heeft nog geprobeerd om ze te lokken met de restanten van de Dorade, maar dat is niet gelukt. Eerste Paasdag  begon anders dan we gepland hebben, Om 3.00 ’s nachts hoorden we Marnix ineens roepen dat de fok naar beneden is gekomen. Buiten zien we inderdaad de hele fok in het water en half onder de boot liggen. Marnix en Hans kunnen hem gelukkig heel binnenhalen, we zijn precies halverwege en moeten er niet aan denken geen fok meer te hebben. Wel hebben we nog een kotterzeil maar dat is echt te klein voor de wind die we hebben. We binden de fok vast en beslissen morgen bij daglicht wel wat te doen. We zien dan dat het stuk van de reef installatie nog boven in de mast zit, dus de val is niet gebroken, maar de wartel waar het zeil mee vast zit wel. Niemand ziet het zitten op open zee de maast in te gaan en 23 meter boven het water te hangen, komt nog bij dat het eerste Paasdag is en dat maakt het  nog meer beladen. Uiteindelijk zegt Hans naar boven te gaan, trekt tuig aan en installeert het zitje dat we daarbij gebruiken. Bovendien maakt hij de val los om de reefinstallatie naar beneden te kunnen halen, als iedereen er klaar voor is zie ik ineens dat de val bij kleine stukjes de mast ingaat en het bovenstuk door de golven heel langzaam naar beneden glijdt. We zijn er erg gelukkig mee en na een tijd is het geheel vanzelf naar beneden gezakt, dan zien we dat de wartel gebroken is en dat kunnen we oplossen. Na een uur staat de fok weer en in die tijd heb ik een lekkere appeltaart gebakken om het te vieren. De volgende dagen krijgen we een paar dagen met veel wind zo’n 6 tot 7 bft. De zee bouwt zich behoorlijk op en het is even behelpen, vooral binnen en met slapen, het schip gaat behoorlijk te keer en we zijn ons bewust hoe super we het tot nu toe gehad hebben. Op de gribfiles hebben we het windgebied al zien aankomen, dus we hebben het wel goed voor kunnen bereiden. Na 5 dagen krijgen we weer de wind die we steeds hebben en wel 3 tot 4 bft. en later zelfs nog minder. Dinsdag 21 april krijgen we bij de wachtwisseling van Hans en mij ineens alarm van de bilgepomp., die aangeeft dat er water onder in het schip staat. Daar zit je dus echt niet op te wachten midden in de nacht. Alles opengemaakt en na veel speurwerk komen we er achter dat de roerkoning lekt, niet echt handig maar kunnen het wel zelf repareren als we in de haven zijn. Tot die tijd zuigen we het water ’s morgens en ’s avonds op drie plaatsen weg .De eerste twee dagen is dat voldoende, maar daarna gaat het toch harder lekken en moeten we iedere drie uur aan het werk. Donderdag 23 april gaan we tussen de Tuamotu Archipel door en zien de atollen daar duidelijk liggen.  Na deze passage rest ons nog 200 mijl naar Tahiti, de wind is heel zwak en we motoren die kant op. Zaterdag 25 april meren we af in de haven. Op een heel mooie plaats waar we de Drammer goed achter kunnen laten als we terug gaan naar Nederland. We liggen achter het rif en zien de brekers, die heel indrukwekkend zijn.

15 apr 2009

Pacific oversteek van Galapagos naar Tahiti 1e helft (31maart-12 april 2009)

Voorbereiding:

Tijdens ons verblijf in Puert Lucia, La Libertad, in Ecuador proberen we de boot zo goed mogelijk gereed te maken voor de grote oversteek van ca 3700 nm (ca 4 weken), welke gepland is in de maand april vanaf de Galapagos (San Cristobal) naar Tahiti. Tijdens deze oversteek zijn we met z'n drieen: Emmy, Hans en onze 2e zoon Marnix, welke in San Cristobal zich bij ons voegt.

De voorbereiding houdt o.a. in:
* Nieuwe antifouling (2 lagen Henkel) op het onderwaterschip, niet koperhoudend, want dat schijnt verboden te zijn in Nieuw Zeeland en Australie.
* Check van de communicatie apparatuur SSB en Iridium. De Iridium had daarvoor af en toe geweigerd, waarschijnlijk door vocht, want na de binnenkant van de handset gefohnt te hebben, doet hij het weer goed.
* Yanmar moter 250 uren beurt en de nieuwe Fischer Panda generator een 50 uren beurt, waarbij vooral het vervangen van de dieselfilters van meer dan normaal belang is, om dat we sinds Panama niet meer rechtstreeks uit pompen kunnen tanken, maar alles met jerricans .En dan blijkt zeker bij de diesel welke we op de Galapagos kopen deze toch aanzienlijk meer vervuild te zijn dan we tot nu toe gewend zijn.De Separ fiters zijn trouwens lokaal niet te krijgen en kunnen we gelukkig uit Nederland meenemen.Gelukkig kunnen we na enig zoeken onze voorraad smeerolie SAE 15W40 in Guayaquil aanvullen.
* De dieselvoorraad, zowel in de vaste tank (690 l) als in de inmiddels 11 jerricans van 5 (US) gallons, d.w.z. 18,9 l per gallon, wordt zowel in La Libertad als in San Cristobal maximaal aangevuld.
* Watermaker reinigen en nieuwe filters plaatsen, welke ook uit Nederland worden meegenomen.
* Navigatieverlichting BB voor op de preekstoel blijkt volledig verrot te zijn en het deklicht onder de radar deed het ook niet meer. Ook deze worden beide gerepareerd met onderdelen uit Nederland.
* De reserve gasfles, welke in Curacao is gevuld, wordt aangesloten.
* De zeilen worden gecheckt: het kotterzeil is een jaar niet gebruikt en wordt gehesen; de furlex van de rolgenua wordt gesmeerd i. v. m. de ervaringen na de Atlantische oversteek. De genua zelf is in Trinidad gerepareerd en van nieuwe UV strook voorzien.DE mast met alle stagspanners worst geinspecteerd en gereinigd.
* Van de electrische installatie is het laatste jaar alle accu's en de dynamo vernieuwd. Een nieuwe generator in Panama geplaatst, zoadt nu alleen nog de reserve startaccu's bijgeladen moeten worden.
* De stuurinstallatie (Jefa) wordt gecheckt op alle koppelingen tussen de overbrengingsstangen.
* Alle huiddoorvoeren met hun afsluiters worden gecontroleerd.
* Voor het eerst wordt een echte zeehengel gekocht.
* Grab bags worden weer klaargemaakt met o.a. nieuwe batterijen voor de 2 handheld GPS'en en de hand marifoon wordt weer opgeladen.
* De etensvoorraad wordt aangevuld en gesorteerd, met verse groenten en fruit voor de eerste week.

* Kaarten en pilots: zie bij route en planning.

Route en planning

Onze planning wordt bepaald door de seizoenen op de zuidelijke Pacific. Tussen november en april is het orkaan seizoen (Cyclonen) tussen de NW kust van Australie en Frans Polynesie tussen 5 gr en 30 gr. zuid van de evenaar. Gezien de enorm grote afstanden en toch zoveel mogelijk mooie eilanden in de zuidelijke Pacific te willen bezoeken, plannen we dus om eind april in Frans Polynesie aan te komen. Omdat we begin mei terug naar Nedrland voor 2 weken willen, vanwege werkzaamheden en het bewonderen van ons 2e kleinkind, hebben we gekozen direct naar Tahiti te varen. Op de Marquesas kunnen we namelijk alleen maar ankeren en Tahiti (Papeete) is de eerst haven waar we de Drammer in een marina kunnen achterlaten. Hier hebben we via de mail een ligplaats kunnen reserveren in Taina Marina.Hierdoor is de oversteek wel ca 750 nm langer dan de gebruikelijke route via de Marquesas. De eerste 3 dagen komen we dan ook nog 3 zeiljachten tegen welke iets noordelijker richting Marquesas gaan. Daarna geen enkele meer.
Het traject gaat dus van San Cristobal op 1 gr Zuid en 89,5 gr WL naar Papeete op 17 gr.Zuid en 149,5 gr WL. We gaan dus 60 gr naar het westen, d.w.z 1/6 van de omtrek van de wereld op de evenaar! En 4 tijdzones.
Omdat we dicht bij de evenaar zitten en de koers bijna west is, scheelt de grootcirkel route nauwelijks van de rechte lijn op de Mercator projectie. Waar we wel op moeten letten, is dat we het gebied zuid en zuidwest van de Galapagos willen vermijden, waar Jimmy Cornell in de World Cruising Routes waarschuwt voor hevig onweer. Ons eerste waypoint ligt daarom op 3 gr zuid en 95 gr west. Verder laten we ons leiden door de "Pilot Charts South Pacific Ocean". Hierin staan de maandkaarten met weer en stroom gegevens. Een andere belangrijke keuze is of we noord om de Tuamotu archipel, welke ca 200 a 300nm Oost en Noordoost van Tahiti ligt, heengaan of een goede passage zoeken tussen de vele atol eilanden heen. Hierbij moeten we rekening houden dat de GPS weliswaar nauwkeurig is, maar dat de kaarten van het gebied
van voor het GPS tijdperk zijn en daardoor een onnauwkeurigheid hebben. Op de Galapagos hadden we reeds onnauwkeurigheden van 0,2 tot 0,3 nm waargenomen.Bij de route om de noord van de archipel is de totale afstand 100 a 150 nm langer en moeten we waarschijnlijk de laatste 300 nm hoog aan de wind varen.Het zuidoostelijk deel is niet logisch en toch al verboden gebied i.v.m. de vroegere Franse kernproeven. Bij de rechtstreekse route hebben we i.h.a. de ZO tradewinds, dus hier kiezen we voor. Omdat het op 24 april nieuwe maan is en dus donkere nachten, besluiten we wel met daglicht door de meest nauwe passages van de Tuamotu archipel te gaan.Daarmee ligt de route van deze 3700 nm oversteek grotendeels vast. Vanaf eerder genoemd waypoint 250 gr.

Gebruikte kaarten en pilots , aangeschaft in Panama City bij... en in Nederland bij Harry/ Observator:
+ World Cruising Routes van Jimmy Cornell
+ The Pcific Crossing Guide van Adlard Coles
+ Atlas of Pilot Charts South Pacific Ocean
+ Landfalls of Paradise, Cruising Guide to the Pacific Islands van Hinz and Howard
+ Pacific Islands Volume III, B Admirality
+ Pacific Ocean Tidal Tables ATT Vol. 4 2009
+ Charlie's Charts of Polynesia

Kaarten : electronisch voor onze Furuna plotter/ radar: C-map NT+ FP
Papieren kaarten van de BA international serie de nrs. 51 en 601

Onderweg

Voor ons wachtschema heben we de nacht in blokken van 4 uur verdeeld: Emmy van 19.00 tot 23.00, Hans van 23.00 tot 3.00 en Marnix van 3.00 tot 7.00 uur. Overdag wordt er wat gerust afhankelijk van ieders behoefte. Hoewel het in de loop van de dag binnen al snel 31 gr. C is.
Op 1e Paasdag 12 april zijn we op de helft: nog 1835 nm te gaan en een dag later, dus precies na 2 weken hebben we 2080 nm afgelegd met sterk wisselende weersomstandigheden.
De eerste 3 dagen nog in de omgeving van de Galapagos weinig wind en maakt de moter al vrij veel uren. We zien ontzettend veel grote groepen hoogspringende dolfijnen rondom de Drammer.
Gelukkig komen we vanaf de 4e dag geleidelijk in de ZO passaat wind terecht vaak windkracht 3 a 4, soms 2 en soms 5 Bft. De zeilvoering varieert van halfwinder, naar grootzeil op de bulletalies en uitgeboomde genua tot alleen op de genua.De gribfiles geven vanaf 13 april meer windkracht 5 en 6 af en dit blijkt te kloppen. We varen dan alleen op de genua en bij buien zelfs met een rif erin.
Dat bij lange tochten op een schommelend schip af en toe wat slijt of breekt, merken wij ook. Zo blijken de boutjes van de genua boom opeens losgetrild te zijn, komen de bevestigingsbouten van de neerhouder aan de giek af en toe los en breekt (natuurlijk 's nachts) opeens de wartel waarmee genua aan de Furlex rolreefinstallatie is bevestigd. Met een knal ligt de genua vervolgens in het water, weet Marnix hem binnenboord te halen en kunnen we daarna bij daglicht e.e.a. repareren, waarbij het net niet nodig was onderzeil op een schommelend schip de mast in te gaan.
Over de Iridium satelliet telefoon zijn we zeer tevreden. Regelmatig contact per email en soms per telefoon met onze kinderen en partners in Nederland en Kenya geeft erg veel voldoening en een welkome afwisseling. Ook het dagelijks douchen, dankzij de watermaker verhoogt duidelijk het comfort.Met de nieuwe hengel en het aas leren we geleidelijk beter om te gaan. Na lange tijd niets gevangen te hebben, is de oogst van de laatste 5 dagen : 2 dorades, welke goed smaakten en een grote tonijn welke we net verloren bij het binnenhalen doordat de draad brak.

29 mrt 2009

Weer terug naar Galapagos.
















Weer naar de Galapagos.

Donderdag 19 maart 2009 vliegen we via Panama weer terug naar Guayaquil, waar we midden in de nacht aankomen. Tot onze grote vreugde is al onze bagage, waarin veel onderdelen voor de boot ook aangekomen. We moeten nu een taxi vinden, die bereid is ons midden in de nacht naar La Libertad, een afstand van 190 km., te brengen. De derde die we vragen dit te doen is wel bereid de rit te maken. We zijn nu 22 uur onderweg en zijn blij als we rustig achter in de taxi onze ogen dicht kunnen doen. Als we echter op de snelweg zijn, wordt ik weer wakker omdat ik vind dat de chauffeur wel erg onregelmatig rijdt. Blijkt dat hij al bijna een paar keer in slaap is gevallen. Zit niets anders op dan wakker te blijven en tegen hem te praten, we bieden nog aan om zelf verder te rijden, maar dat weigert hij. Om 2.30 uur komen we bij de haven, waar de wacht op de hoogte is van onze komst en de sleutels voor onze kamer heeft. Heerlijk een paar uur geslapen en ’s morgens vroeg gelijk naar de Drammer om te kijken hoe deze erbij staat. Dat is gelukkig allemaal in orde, het onderwaterschip en de schroef glimmen je tegemoet. Om 14.00 uur gaat de Drammer te water, tanken diesel en varen naar de steiger om alles verder in orde te maken en de nodige boodschappen te doen voor de oversteek van 528 mijl naar de Galapagos. en 3700 mijl naar Tahiti. Nieuwe filters geplaatst tussen de watermaker en de kraan om betere smaak van het water te krijgen. Zarpe ontvangen om te kunnen vertrekken en nieuwe autograph om weer de Galapagos binnen te komen. Deklicht en bb navigatielicht vernieuwd, filters generator en motor vervangen en nog veel andere klussen. We zwemmen heerlijk in het zwembad van de haven en gaan vroeg naar bed om de volgende dag vroeg te kunnen vertrekken. Maandag 23 maart varen we de haven uit, na iedereen bedankt te hebben voor alles, ze hebben prima service geleverd en we zijn dik tevreden. De eerste dag wordt een rustige dag met te weinig wind om te kunnen zeilen maar nu wel 0,5 knoop stroom mee. De volgende dag om 8.30 uur kunnen we eindelijk de motor uit doen en kunnen we heerlijk zeilen. Het wordt helemaal een speciale dag als we via de iridium het bericht krijgen, dat ons tweede kleinkind geboren is. Alles is goed gegaan en we zijn heel erg blij. Jammer dat we nu niet bij ze zijn, even om het hoekje kunnen kijken en ze daar allemaal een dikke knuffel kunnen geven. Het is niet anders, we wisten dat we niet met de geboorte in Nederland zouden zijn maar het gemis is toch groter dan we van tevoren dachten. De volgende dag installeert Hans zijn nieuwe hengel, en we hopen dat we nu eindelijk eens wat vangen. Toch te gek dat we nog steeds geen vis gevangen hebben op de hele reis, weet echt niet wat we verkeerd doen. Iedereen vangt vis en wij proberen het op dezelfde manier en steeds niets. Best gênant als je ook nog Scheveningen achter op de spiegel hebt staan, ’s avonds wordt de hengel weer opgeruimd zonder resultaat. We geven de moed niet op en blijven het proberen. De volgende dag hebben we een droom zeildag, prachtige wind, volop zon onbewolkte hemel en azuurblauw water. Meer wensen hebben we niet en we genieten volop. Wel blijkt dat we nu zo snel gaan dat we dreigen in het donker San Cristobal aan te lopen en dat willen we niet. Al hebben we de haven al twee maal bezocht, het zijn toch geen plekken om in het donker aan te lopen. We rollen de fok half weg om snelheid te minderen en maken een omweg , om precies bij het eerste daglicht de baai in te lopen en het anker te laten zakken. Al snel krijgen we bezoek van onze agent, die alle papieren voor ons regelt en de nodige diesel voor ons koopt. Tijdens de lunch bereiken ons nog meer goede en speciale berichten uit Nederland en na veel proberen kunnen we de eerste foto’s van ons nieuwe kleinkind Puck zien. Het is weer zo’n mooie baby en we zijn apetrots. Maandag 30 maart komt onze zoon Marnix naar ons toevliegen, die de grote oversteek naar Tahiti met ons mee zal maken. Het is een lange oversteek, waar we denken vier weken voor nodig te hebben. We zijn er klaar voor en hebben er zin in.

20 feb 2009

Ecuador






Ecuador.

Dertig januari vertrekken we ’s morgens 7.00 uur uit de haven van San Cristobal Er staat weinig wind en gedurende de hele dag kunnen we slechts 1 uur zeilen bovendien hebben we een behoorlijke stroom tegen en omdat het recht in de wind wordt moeten we ook het grootzeil weghalen. Wel hebben we een heldere sterrenhemel. De tegenstroom ontstaat waarschijnlijk door de Humbolt Current vanuit Chili en Peru want de watertemperatuur daalt voor het eerst ook . De rest van de dagen blijft er erg weinig wind staan en we motorsailen verder. Zondag 1 februari zwemmen er nog een paar dolfijnen met de boot mee en verder draaien we de bekende wachten. ‘s Nachts wordt het behoorlijk mistig en we moeten geregeld de radar gebruiken om de omgeving te verkennen. De volgende dag zien we eindelijk waar we al zo lang op gewacht hebben, we zien vijf walvissen redelijk dichtbij de boot. Ik heb er altijd een dubbel gevoel over gehad om ze tegen te komen, je wilt ze heel graag zien en aan de andere kant moet je er niet aan denken om tegen ze aan te varen. Nu we ze eenmaal zien kunnen we er echter alleen maar van genieten, wat een prachtige beesten en wat zijn ze groot. Van maandag op dinsdag hebben we gelukkig een heel heldere nacht, want we hebben nu wel erg veel schepen om ons heen en moeten goed wacht houden. Dinsdagmorgen om 11.00 uur lopen we de kust van Ecuador aan bij de stad La Libertad, waar we de Drammer achter willen laten. De aanloop is moeilijk en we moeten het doen met beschrijvingen van andere zeilers, omdat er geen goede kaarten van dit gebied in omloop zijn. Met een minimum diepgang van 0,30 cm onder de kiel bereiken we uiteindelijk Puerto Lucia waar we heel gastvrij ontvangen worden. Sinds gisteren heeft de regering besloten dat buitenlanders weer gebruik moeten maken van een agent en dat er geen diesel meer verkocht mag worden aan buitenlanders. Dat eerste kost veel geld maar de diesel is een groter probleem zoals later zal blijken. Maar ja we zijn in Zuid Amerika dus alles gaat via autoriteiten. Vijf mensen komen aan boord om te kijken of we aan alle regels voldoen. Een lachertje is het wel want ze hebben al lijsten bij zich met de hoeveelheid eieren en melk die we aan boord hebben voorgedrukt. Wij zijn ook niet de moeilijkste en tekenen alles. De dagen daarna liggen we in de haven met een behoorlijke swell en de Drammer ligt te rukken aan zijn lijnen, goed dat we besloten hebben de boot op het droge te zetten. Zaterdag 7 februari is onze kleindochter Cleo jarig en we hebben contact met ze om te feliciteren. ’s Avonds nemen we er een borrel op en proosten op haar gezondheid. De volgende dag gaan we gelijk aan de slag om diesel te krijgen en dienen een officieel verzoek in bij de autoriteiten. Ondertussen hebben we een heel handige jongen via de haven gevonden, die bereid is ons te helpen met het schoonmaken van de mast en het polyester te poetsen. Hij levert heel goed werk af en we zijn heel blij ermee. De volgende dag horen we dat we geen diesel kunnen krijgen, maar dat de haven weer een verzoek ingediend heeft. Woensdag 11 februari gaan we naar Guayaquil om de stad te bezoeken en motorolie te kopen, wat gelukkig lukt. We bezoeken het museum Municipal, waar we o.a. de gekrompen mensenhoofdjes zien. Deze hoofdjes zijn door de Ashua-indianen tot vuistgrote teruggebracht en verliezen daarbij niet hun gelaatstrekken. Zo herkennen we duidelijk twee Europese mensen en drie van indiaanse afkomst. We krijgen uitleg van iemand, die er veel vanaf weet en we zijn diep onder de indruk. Hij vertelt ons ook, dat het waarschijnlijk nu ook nog gebeurt, zo is de hoofdman, die een contract getekend had dat dit niet meer zou gebeuren, spoorloos verdwenen. Later hoorden we dat er zelfs geld geboden wordt voor deze macabere hoofden, zodat het nog steeds interessant is dit te blijven doen. De volgende dag gaat de Drammer op het droge, waar vakwerk afgeleverd wordt bij het stallen. Alleen nog steeds geen diesel te verkrijgen, wat we wel graag willen hebben omdat we de tank vol achter willen laten als we naar Nederland gaan. We zijn bang anders water in de tank te krijgen door condensvorming. We besluiten om na een week terug te komen en ons bezoek aan Quito in te korten. Zaterdag 14 februari reizen we via Guayaquil naar Quito, waar we een hotel in de oude binnenstad hebben. We bezoeken twee dagen de oude binnenstad, met zijn mooie kerken en musea. Daarna gaan we een dag naar het noorden om Otavalo met zijn markt en zijn kleurrijke indianenbevolking te ontmoeten. We bezoeken ook een park waar een Nederlander condors opvangt en probeert te fokken. Wat een bevlogen Nederlandse valkenier met behulp van o.a. de postcodeloterij aan het opzetten is. Ik ben diep onder de indruk van de vogels met een spanwijdte van drie meter, hun imposante hoofd en hun geweldig dikke poten.(www.parquecondor.org). Daarna doen we een dag de nieuwe binnenstad met goede musea en boeken we een tour voor de volgende dag naar het Andesgebergte ten zuiden van Quito. We bezoeken die dag de avenue van de vulkanen en rijden drie uur door het Andes gebied om de Quilotoa, een volgelopen krater van een vulkaan (4000 m hoog) te bezoeken. De weg voert ons door een prachtig landschap met mensen die met hun lama’s en schapen in zeer kleurrijke kleding rond trekken, land bewerken en soms nog in plaggenhutten leven. Ze zien er zeer tevreden uit en de gemeenschap is heel hecht, iedereen helpt elkaar. Het is een heel goede dag en we hebben er erg van genoten. Al met al zijn we ongeveer 600 km. door het Andesgebergte getrokken en de afwisseling en de besneeuwde bergtoppen zijn heel mooi om te zien. Donderdag 19 februari vliegen we weer terug naar Guayaquil om door te reizen naar la Libertad waar de boot op het droge staat. De Drammer staat er goed bij en is ook van buiten glimmend gepoetst. We besluiten ook het onderwaterschip te laten doen als we terugzijn in Nederland. Het is al weer hard nodig al is het negen maanden geleden nog gedaan. We zeuren nog eens over diesel en horen dat er nog steeds geen toestemming is van de autoriteiten. Het is voor de mensen hier ook niet leuk en ze proberen ons echt te helpen. Uiteindelijk komen ze toch maar met het voorstel om het lokaal te regelen. We zijn er niet voor en de straffen zijn niet gering. Een van de medewerkers wil ons wel helpen en vraagt ons de jerrycans te geven. Vannacht zou hij dan diesel regelen. We vinden het best spannend maar ja veel keus hebben we niet. De volgende ochtend staat er volgens afspraak een speedboot naast de Drammer geparkeerd en als we het dekzeil open doen staat deze vol jerrycans diesel, ook die van ons staan ertussen. Bovendien kunnen we nog iets overnemen van de andere cans, zodat we redelijk vol zitten. Hans wordt geholpen door anderen om de brandstof aan boord te brengen en we hevelen de diesel de tank in. Zo zie je maar weer alles komt toch weer goed. Morgen vertrekken we weer naar Guayaquil om nog een dag het carnaval mee te maken en zondag vliegen we terug naar Nederland. Maandag 23 februari zijn we dan weer terug i n Nederland.