29 jan 2009

Verblijf Galapagos






































































































































































































































































































































Verblijf Galapagos.


























Om 16.30 komt de navy official aan boord, die gewaarschuwd is door onze agent Bolivar. Victor en Cathelijne gaan alvast de wal op met de watertaxi en lopen gelijk Bolivar tegen het lijf. De volgende dag 15 januari komt hij bij ons aan boord en heeft voor ieder van ons de national park passen bij zich, de Autograph is echter nog niet binnen, die moet uit Quito komen en er zijn altijd dertig dagen voor nodig, dit hadden we wel in kalenderdagen, maar kerst en Nieuwjaar vielen daar ook in en dan wordt er niet gewerkt. Ook gaat hij diesel voor ons regelen, want die kunnen we hier niet zelf bij de pomp halen, de brandstof voor de bevolking is zwaar gesubsidieerd door Ecuador. Mocht iemand ons leveren en een ander geeft dat aan, dan staan daar behoorlijke straffen op. ’s Middags maken we een wandeling naar de centro de interpretacion, waar we een duidelijk inzicht krijgen van de geschiedenis , de geologie en de biologie van het eiland. We lopen door het centrum, dat heel mooi en ruim opgezet is en van goede uitleg voorzien. Tot onze stomme verbazing is er totaal geen personeel aanwezig, alles in goed vertrouwen. Achter het centrum is een heel mooi wandelgebied en we brengen daar de rest van de middag door. Het uitzicht is geweldig en we genieten er erg van. Als we terugkomen verleggen we de Drammer naar een betere plek. 16 Januari maken we een tour over het eiland met een taxi, bezoeken de vulkaan San Joaquin en maken een wandeling om de kraterrand. Daarna gaan we naar het strand, waar we de enigen zijn en heerlijk kunnen zwemmen. ’s Avonds krijgen we bezoek van Hans en Aukje, een jong stel dat in Senegal een paar mooie bomen op de kop getikt hadden en daar een traditioneel Polynesische catamaran van gebouwd hebben. Ze zijn onderweg naar Nieuw Zeeland om het schip daar te verkopen. Van de winst kunnen ze drie jaar leven denken ze. Aukje is een Nederlandse jonge vrouw, die erg om een praatje verlegen zat. Heel leuk om hun verhalen te horen en je staat er versteld van wat sommigen in hun hoofd halen en het ook uitvoeren. Ik heb grote bewondering voor ze. De volgende dag maken we een tour met een snelle motorboot. We gaan helemaal naar het noorden van het eiland, naar Punta Pitt, waar we snorkelen onder zeer ervaren leiding van twee instructeurs. We zien veel, maar moeten het water weer uit omdat het er erg hard stroomt. Op de rotsen zien we de blauw voetige booby, de rood voetige booby en tropic birds. Daarna gaan we snorkelen bij Kicker Rock nadat we spectaculair bij en tussen rotsen doorgevaren zijn. Bij Kicker Rock snorkelen we door een tunnel tussen twee rotsen en als ik er door ben zie ik ineens twee haaien onder me zwemmen. Ik schrik toch wel behoorlijk, nooit gedacht dat ik nog eens ga snorkelen op plekken waar haaien zijn. Het zijn fantastische beesten als je ze onder water ziet zwemmen, heel gestroomlijnd en ze bewegen heel langzaam, eigenlijk een beetje sneeky vind ik. De volgende snorkelplek is bij jonge zeeleeuwen en bij marine iquana’s, dat zijn iquana’s die onder water hun voedsel van de bodem halen in de vorm van zeewier. Ze kunnen dat slechts een half uur doen want ze koelen teveel af in het water. Daarna moeten ze op de rotsen in de zon weer op temperatuur komen. Als we terug komen aan boord komt Bolivar ons de diesel brengen en een stam bananen. De volgende ochtend vertrekken we vroeg naar Santa Cruz, waar we om 14.30 het anker laten zakken. Dit keer moeten we ook een achteranker uitbrengen omdat het druk is met kleine cruise schepen. We worden daarbij geholpen door een watertaxi. We verkennen het stadje Ayora en bezoeken het Darwin Research Centre. Maandag 19 januari bezoeken we met een gids Los Gemelos, kraters die weer ingeklapt zijn. Hans en ik bezoeken de lavatunnels en de landschildpadden. Victor en Cathelijne gaan met de mountainbikes terug, wat naar later bleek niet zo slim is geweest. Al vrij snel is Cathelijne onderuit gegaan met haar fiets op los gravel en moest daarvoor behandeld worden bij een of ander hutje, waar een verpleegster naar toekwam. Aan boord verder behandeld en nog vuil een steentjes eruit gehaald. De volgende dag tour gemaakt naar het eiland Barthelomé. Gesnorkeld met pinguïns, zeeleeuwen en veel vissen, waaronder roggen. Daarna beklimmen we de vulkaan, waar we een spectaculair uitzicht hebben. Eén van de meest gefotografeerde plekjes van de Galapagos. De reis ernaar toe is wel lang, eerst met de bus en daarna nog twee uur met de boot, toch zijn we erg voldaan. De volgende morgen bezoeken Cathelijne en Victor de lavatunnels en de schildpadden en komen we elkaar weer tegen in het internetcafé. Na een lekkere lunch wandelen we naar Tortuga Bay. We zwemmen heerlijk in een baai en zien ontzettend veel iquana’s. ’s Avonds afscheidsdiner in mooi en goed restaurant met uitzicht op de baai waar de Drammer ligt. Donderdag 22 januari gaan Cathelijne en Victor ’s morgens vroeg weer van boord, om terug te reizen naar huis. Altijd weer raar als we weer samen aan boord zijn, meestal vullen we het gemis op met schoonmaken en alles weer op zijn plek te zetten. We kijken terug op een heel gezellige tijd met ze en hebben er van genoten, dat we de kanaalpassage en een stuk Galapagos met ze hebben kunnen delen. Weer acht jerrycans diesel geregeld via onze agent, die het ook weer keurig aan boord komt brengen en niet te beroerd is nog eens acht jerrycans te halen. We ontmoeten hier heelveel aardige en behulpzame mensen. Tijd is niet belangrijk en men is bereid iets voor een ander te doen. Vrijdag 23 januari maken Hans en ik een tour naar het eiland Floreane, onderweg een ongelooflijk mooie dolfijnenshow gehad (grootste en mooiste tot nu toe), grote en kleine dolfijnen sprongen naast elkaar meters de lucht in. Die kunstjes in het dolfinarium doen ze dus in de natuur ook. Met een bus een stuk over het eiland en daarna geklommen naar de grotten waar de Wittmer familie gewoond heeft, de waterbron met opvangplaats voor landschildpadden bezocht, evenals het labyrint van gangen tussen de grotten waar de piraten zich schuil hielden. Gesnorkeld bij Devils Crown, wat een half onder water gelegen krater is, en bij de oostkust. Prachtig snorkelen wel veel stroom, maar we zien weer pinguïns, veel bijzondere vissoorten en weer haaien. Andere mensen vertellen me dat ik bij het zien van de haaien in een reflex mijn benen optrok, ben er kennelijk nog niet helemaal gerust op. Een grote zeeleeuw zwemt recht op me af en duikt dan onder me door om gelijk weer naar boven te komen, ik weet dat Hans net achter me snorkelt en het is geweldig om te zien hoe ze allebei schrikken als die zeeleeuw net voor Hans uit het water komt vlak voor hem. Zaterdag 24 januari klaren we uit bij Santa Cruz om vroeg naar het volgende eiland te varen. We hebben een permit gekregen voor 90 dagen en het bezoeken van drie eilanden, Isabela is het laatste eiland dat we mogen bezoeken. We hebben een heel mooie zeiltocht en ankeren om 16.30 uur voor Puerto Villamil. De ankerplaats is erg onrustig en de Drammer ligt te rollen op de zware deining. Er is geen watertaxi, dus zijn we aangewezen op onze kleine rubberboot. Er staan behoorlijke brekers voor het strand en we kijken eerst hoe anderen varen. Ankeralarm aan en eerst maar proberen te slapen. De volgende ochtend moeten we echt inklaren en ons melden bij de capitanerie. Ik weet dat we niet zo handig zijn met dit soort landingen en verpak de papieren goed in plastic en in de grabbag, die ik om mijn nek hang. Dan proberen maar, we zien de brekers goed en wachten onze kans af om te passeren. De eerste lukt geweldig en slalommen tussen de andere door. Als we denken het gehad te hebben wordt de dingy alsnog door een grote golf opgepakt en staat half onder water, we leren het maar niet om in dit soort gevallen droog aan land te komen. De rubberboot op het droge getrokken boven de hoogwater lijn en ons kletsnat gemeld bij de havenautoriteiten, die wederom zeer behulpzaam zijn. Villamil is de hoofdstad van Isabela, het grootste eiland van de Galapagos, en is tweederde van het oppervlak van Nederland en heeft welgeteld nog geen tweeduizend inwoners. Aan ruimte geen gebrek dus. De wegen zijn zandpaden en onverhard. We maken een heel mooie wandeling langs zoutmeren met flamingo’s en naar een breedingcentre voor schildpadden. De terugtocht willen we nog wel met daglicht maken, gelukkig worden we geholpen door kinderen die aan het zwemmen zijn. De volgende dag met de rubberboot naar een dingydock iets verderop en waar we wel droog aan land kunnen komen. Wel moeten we tussen rotsen door varen en één keer schatten we het verkeerd in en raken de rotsen met de motor en de boot. De tocht is wel heel mooi en we zien pinguïns zwemmen en heel veel zeeleeuwen. Met Celso Garcia, een excentrieke natuurliefhebber, bezoeken we de vulkaan de Sierra Negra. De tweede grootste vulkaan van de wereld, na de Nogorogoro krater in Afrika. Wel dat hebben we geweten, het eerste stuk met de taxi is alles nog goed te overzien, maar het tweede stuk moet je volgens Celso echt te voet doen. Bij goed weer gaan andere toeristen met paarden omhoog, maar dat is volgens hem niet de goede manier. Wisten wij veel, we zijn uiteindelijk een uur naar boven geklauterd, door nat gras en door de modder. Boven gekomen regende het echt heel hard en konden we niets zien. In de stromende regen een half uur gewacht of de zon door zou komen, maar helaas. Moet bij helder weer best mooi zijn daar op de top. De terugtocht was nog moeilijker en we zijn enkele keren in de modder terecht gekomen. We komen nog een ruiter tegen met honden, die naar de top ging om te kijken of zijn varkens daar nog waren. Ongelooflijk, dat er nog mensen zijn die zo leven, hij doemt op uit de mist, maakt een praatje met Celso en gaat in zijn eentje weer verder. Twee paarden, een man en een stel honden op zoek naar zijn varkens, in een onontgonnen gebied. Ik dacht dat zoiets alleen in boeken en films voorkomt, maar nee hier dus ook in het echt. Het maakt veel van de ontberingen goed en zullen hem zeker blijven herinneren. We laten ons met de taxi af zetten bij het strand en duiken met kleren en al het water in om op te warmen en schoon te spoelen, daarna onder de douche en op zoek naar een restaurant met plastic stoeltjes, want we hebben wel honger gekregen. Even naar het internetcafé dachten we, wel van de drie bleek er één te werken, om de mail op te halen. Maandag 27 januari klussen we tot 14.00 uur aan de boot en halen anker op om terug te gaan naar San Cristobal. Als we de baai uitvaren worden we gedag gezegd door zes grote roggen (2 meter spanwijdte), ze springen allemaal wel twee meter het water uit om er dan weer met grote snelheid vandoor te gaan. We weten niet wat we zien en zijn danig onder de indruk. Tijdens mijn wacht ’s nachts springen er nog twee roggen hoog boven het water uit. Een vlak naast de boot, ik was blij dat ik ze ’s middags gezien had, anders was ik nog meer geschrokken. Het water is heel fluorescerend en bovendien keek ik hem precies in zijn gezicht, het was net of er een spook uit het water kwam. De tweede kwam vlak voor de boot uit het water.

Om 9.30 laten we het anker zakken in de haven van San Cristobal, waar al snel een zeeleeuw op de spiegel wilde klimmen. De zwemtrap zat hem waarschijnlijk dwars, want hij was er zo weer vanaf. Gelukkig maar want het lijkt wel leuk maar ze stinken ontzettend. Vanaf hier varen we over twee dagen naar de kust van Ecuador

19 jan 2009

Passage Panamakanaal en tocht Galapagos
















Passage Panamakanaal.











Dinsdagavond 6 januari halen we Cathelijne en Victor af van het vliegveld in Panama City en rijden terug naar Colon. De volgende morgen maken we een wandeling door het National Park en bezoeken we een mooi strandje. We zwemmen en wachten tot we kunnen vertrekken om door het kanaal te gaan. Om vijf uur komen de twee linehandlers aan boord en gaan we los. We hoeven niet meer voor anker te wachten en drijven rond tot de advisor aan boord gebracht wordt. Dan gaat het echt beginnen en met een behoorlijke snelheid worden we gevraagd richting sluis te gaan. Cathelijne en ik maken ondertussen eten voor alle mannen die nu aan boord zijn. Precies op tijd zijn we klaar en kunnen we aan het remmingwerk voor de sluis op een andere boot wachten die ook mee gaat schutten. We gaan met drie jachten aan elkaar gebonden door de sluis. De linehandlers bij ons aan boord zijn erg goed, één zeer ervaren en de andere wordt door hem opgeleid. Vlak voor de sluis formeren we en al snel blijkt dat de andere schepen niet zo handig zijn, ze hebben de lijnen niet klaar en ze staan naar elkaar te kijken wat te doen. Als we aan elkaar liggen stomen we op en de buitenste twee jachten krijgen dunne lijnen toegeworpen om aan de zware lijnen te verbinden die we gehuurd hebben. De linehandlers doen prima werk en we kunnen er rustig van genieten. We stijgen snel en twee mannen op de wal lopen mee met de dunnen lijnen, nadat de zware weer ingehaald zijn. Bij de tweede sluis wordt er nogal geklungeld bij het middelste schip en onze linehandler stapt over om ze te helpen. Op deze manier nemen we nog twee sluizen en kunnen ontzettend ver naar beneden kijken, we zijn ongeveer 30 meter gestegen. Indrukwekkend en dankzij de goede ploeg die we aan boord hebben kunnen we er ook echt van genieten. Na de derde sluis gaan we langszij bij een mooring en brengen de nacht door. ,s Morgens worden we gewekt door de brulapen en als we buiten komen zien we gelijk een krokodil zwemmen. Vroeg wordt er weer een andere advisor aan boord gebracht en varen we door de Bananacut Bypass en over het Gatun Lake naar de volgende serie sluizen. Om 12.00 uur hebben we telefonisch contact met Radboud om te zeggen dat we de sluizen invaren. De advisor vraagt of de webcam op ons gericht kan worden en we zwaaien naar iedereen. Tijdens de tweede sluis passage blijkt dat de motor van het buitenste jacht niet snel genoeg vooruit gezet kan worden en we moeten met drie man de Drammer afhouden van de kolkwand. Alles gaat verder goed en als we de laatste sluis genomen hebben wordt de advisor van boord gehaald en varen we naar Balboa Yachtclub om de linehandlers, de autobanden(die we rondom hebben hangen),de lijnen weer aan land te brengen. De passage is goed verlopen en we hebben er van genoten. De linehandlers brengen veel rust aan boord. Veel mensen nemen mensen mee uit de haven, die ze dan $85 moeten betalen om met een taxi naar Shelter Bay terug te gaan, wij betaalden $100 per linehandler en die 15 dollar verschil geeft veel rust en is het ons dubbel en dwars waard geweest. De agent Tina heeft ons perfect geholpen en alles gedaan wat er moest gebeuren. Prima: Tina, twee linehandlers en je kan genieten van de kanaalpassage. We besluiten gelijk door te varen richting Galapagos een afstand van 850 mijl. We kunnen de eerste twee dagen zeilen en hebben een passagier op de bovenste zaling. Een Jan-van-Gent vindt het een prima plek om de nacht door te brengen. Na twee dagen moeten we de motor starten en hebben een rustige overtocht met veel vogels aan boord, die heel dichtbij komen zitten en naar ons kijken of we rare vogels zijn. Op 200 mijl voor Cristobal wordt er ineens naar ons gefloten en eerst denken we dat het vogels zijn, maar dan blijkt dat er naast ons een heel laag vissersbootje zit. We schrikken ons rot en er blijken overal visnetten te zijn. Oppassen dus en ja hoor de laatste hebben we weer te pakken. Gelukkig kan Cathelijne er net bij met de pikhaak en de lijn doorsnijden. Wees gewaarschuwd voor dit visgebied, dat niet op de kaart aangegeven staat, het ligt 1.33N en 87.32W. Veel plezier hebben we gehad van kaart nr. 1466, die we in Panama City hebben aangeschaft bij Islamarada. Zaterdag 14 januari 0m 6.00 uur hebben we een ontmoeting met Neptunus. Cathelijne en ik krijgen daarna tijdens onze wacht een heel mooie dolfijnen show. Om 15.30 varen we de haven Puerto Baqeurizo Moreno te San Cristobal binnen en laten het anker zakken we zijn op de Galapagos.

5 jan 2009

Panama.






Zondag 28 december vliegen we weer terug naar Panama, met een rechtstreekse vlucht vanuit Amsterdam. Victor, de chauffeur van de haven haalt ons op en brengt ons naar Shelter Bay Marina. Om negen uur ’s avonds zijn we weer aan boord. De Drammer ligt er goed bij en de vochtvreters hebben hun werk gedaan. Wel wat schimmel in de kasten die we niet open gezet hadden. Goede les voor volgende keer, zoveel mogelijk alle kasten en luiken open zetten. De volgende morgen ga ik met het busje van de haven naar Colon om boodschappen te doen. Vorige keer hebben we de generator uit de boot laten halen, omdat we nog steeds problemen hadden en hem niet meer vertrouwde. We hebben een nieuwe op laten sturen vanuit Duitsland. We zijn zo slim geweest om gelijk een custom brooker in te schakelen, en dankzij hem en het feit dat we de “ Drammer”  in transit opgegeven hebben komt hij maandag avond inderdaad in de haven aan. De volgende morgen komt Cristobal Marine aan boord om de generator aan te sluiten. Mede dankzij het feit dat Hans veel foto’s gemaakt heeft van de aansluitingen van de oude generator draait de generator ’s middags weer. Wat een feest ! We hadden eerst nog het plan om naar de San Blas eilanden te gaan, maar we zijn erg moe, moeten weer uit- en inklaren en daarna weer uitklaren en inklaren, bovendien moeten we  twee nachten doorvaren en hebben eigenlijk maar  5 dagen. We besluiten maar even pas op de plaats te maken en de boot goed in orde te maken en de transit door het kanaal voor te bereiden. Maandag is de boot al gemeten en we zijn 50,52 feet, mede door het anker dat we mee moesten meten. Meer dan 50 ft scheelt ons 250 dollar, maar ja je doet er toch niets aan.  Wel hebben we de datum doorgekregen en die is 7 januari door de Gatun Locks aan het eind van de dag (voor Nederland is dat midden in de nacht). We overnachten dan vlak na de sluis waar de advisor van boord gaat en de volgende ochtend weer aan boord komt om ons verder te helpen, wat de twee linehandlers doen weten we nog niet, waarschijnlijk slapen ze aan dek. Op 8 januari zullen we waarschijnlijk tussen twee of drie uur ( voor Nederland 20.00 of 21.00) door de Miraflores Locks gaan. Als je het leuk vindt kun je ons volgen via de webcam op www.pancanal.com / multimedia/ live cameras/ Gatun Locks/Miraflores locks. De rest van de week doen we boodschappen, gaan nog een keer naar Panama City met een chauffeur om spullen voor de boot te kopen en nog meer jerricans. Ook wij gaan zo langzamerhand meer reserve brandstof mee nemen, vooral voor de oversteek straks naar Tahiti. Dinsdag 6 januari komen Cathelijne en Victor aan boord om mee te kunnen door het kanaal en mee naar de Galapagos te varen. We verheugen ons er erg op dat ze weer aan boord komen en dit toch wel speciale stuk mee kunnen maken.  We hebben als agent Tina (ook de custombrooker via haar) en zijn zeer tevreden, ze heeft veel voor ons geregeld.

Iedereen een gezond en sportief 2009.

4 dec 2008

Van Aruba naar Panama.






Van Aruba naar Panama.

Zondag 23 november vertrekken we ’s morgens vroeg om uit te klaren en langs de immigratie te gaan. We kunnen iets beter afmeren en zijn na 1 uur klaar om te vertrekken. Buiten blijkt al snel dat de stuurautomaat toch niet in orde is, we proberen van alles, maar omdat we het niet zien zitten om vijf dagen en nachten met de hand te sturen keren we terug naar de haven. Maandagochtend komt er een monteur aan boord van Radio Holland. Deze is gelukkig heel kundig en met een paar uur heeft hij het probleem verholpen. We varen met de monteur aan boord nog een proefronde en geloven er weer in. Het is te laat om nog te vertrekken en bovendien moeten we eerst de boot weer vaarklaar maken. Dinsdagochtend vroeg varen we weer de haven uit, het onweert en er zijn hele harde klappen. Leuk om te beginnen toch gaan we maar, we weten ook niet wat ons nog te wachten staat. We lopen 7,5 knoop alleen op de genua en er staat een behoorlijke zee bij windkracht 6 Bft. We gaan 4 mijl ten noorden van een stel rotseilanden langs, die goed zichtbaar zijn. Een grote groep dolfijnen komt met de boot spelen en ik word er weer helemaal blij van het is altijd een feest ze weer te zien. We pakken het ritme op van de wachten en er is heel veel scheepvaart. Boven de kust van Columbia worden we ineens meerdere keren in de schijnwerpers gezet door een schip, je merkt toch wel dat je meer oplettend bent in dit soort streken en er onrustig op reageert. Het blijkt allemaal in orde en het is een koopvaardijschip dat de haven in wil en precies onze koers kruist. De volgende dag worden we achtervolgd door een schip, dat de hele tijd boven ons blijft hangen. We hebben contact via de marifoon en het blijkt een hulpboot te zijn van een kabellegger verderop. Ze vragen naar onze koers en snelheid, geven ons instructies die we opvolgen en we kunnen weer verder. Donderdagnacht is een rustige nacht, de wind valt weg en we moeten op de motor verder. Heftige tropische regenbuien , veel drijvende boomstammen en groene velden drijvende planten. Het is einde regentijd en de afvoer van de rivier Magdalena is heel groot, veel boomstammen zijn niet op tijd opgepikt en drijven hier nu rond. Ze zijn groot, genummerd en van hardhout. We hebben een harde stroom van 3 knopen tegen en schieten niet erg op. Niet leuk we willen zo snel mogelijk dit gebied met al die rommel uit. ’s Nachts tijdens mijn eerste wacht, gebeurt waar iedere zeiler en wij dus ook bang voor zijn. Met een hele harder knal varen we ergens op en we liggen helemaal stil. Hans is als een speer zijn bed uitgekomen en het duurt even voor we weer de controle over de boot hebben. Het is echt een rot ervaring en we zijn beiden erg geschrokken. Het overkomt ons nog een paar keer en we zijn blij als we weer daglicht hebben. Het is rustig weer en we vervolgen onze weg op de motor. De volgende dag komen we weer zoveel rommel tegen bij de stroomscheiding, maar nu aan de Panama zijde. Het is de Caribbean Counter Current dat een spel met ons speelt. Weer ruim drie knoop stroom tegen, de snelheid over de grond is dus niet erg groot. En we weten dat er zeker nog een nacht bijkomt. Aan het eind van de middag zien we ineens iets heel raars drijven, we zijn nieuwsgierig en besluiten ernaar toe te varen. Het blijkt een heel groot stuk bamboebos te zijn van wel zes meter hoog. Moet je toch niet aan denken, dat je daar ’s nachts invaart, ga je toch wel even aan je navigatie twijfelen denk ik. Tijdens mijn laatste wacht nog een grote tanker als oploper gehad. Steeds als ik de koers verlegde, deed hij dat ook en ik bleef maar rood en groen licht zien, wat betekent dat hij precies dezelfde koers loopt. Ik word er best nerveus van, temeer daar het moeilijk is om afstand te schatten als het donker is en je op de lichten af moet gaan. Uiteindelijk besluit ik maar een koerswijziging van 90 graden uit te voeren. Precies op tijd want de tanker vaart al snel langs ons heen. Vlak voor we bij Panama aankomen wordt het nog even spannend of we wel genoeg brandstof hebben, de stroom is heel sterk tegen en de snelheid over de grond is soms nog geen drie knopen. Zondagochtend 10.30 uur kunnen we de haven van Colon aan roepen, we krijgen een prima ontvangst in Shelter Bay Marina. We hebben 5 etmalen gevaren, 633 mijl op de GPS en het log geeft ruim 800 mijl aan. Beetje stroom tegen gehad dus. We hebben een mooie ligplaats, tussen allemaal cruisers uit allerlei landen, midden in het tropisch regenwoud. Alles is vochtig en klam in de boot. Zal voorlopig wel zo blijven. De haven is omgeven door een Nationaal Park, waar we zo in kunnen lopen. Er zijn veel dieren, waaronder de zwarte panter, veel apen, veel vogels en op een van de schepen woont een luiaard, die ze als wees aan boord genomen hebben. In de haven zwemmen krokodillen en zeekoeien, we hebben ze nog niet gezien maar snorkelen doen we voorlopig maar even niet.

Zondag 7 december vliegen we weer naar huis, om thuis kerst te vieren en weer iedereen te zien. De tijd hier gebruiken we om de passage door het kanaal vast te regelen en weer aan de boot te klussen. Vooral de generator vraagt veel aandacht, daar hij het nog steeds niet goed doet.

20 nov 2008

Van Curacao naar Aruba

Van Curaçao naar Aruba.

 

Zaterdag 15 november vliegen we weer terug naar Curaçao, waar we om 17.20 landen. Vorige keer hadden we al een huurauto besteld en die staat keurig voor ons klaar. Aangekomen bij de werf wacht ons een minder prettige verrassing, het blijkt dat de Drammer nog niet in het water ligt. Nu heb ik steeds gezegd, dat ik niet aan boord slaap als de boot op het droge staat, maar we hebben eigenlijk weinig keus, dus principes opzij , bedden opgemaakt en slapen. Het blijkt mee te vallen al hebben we geen stroom, geen water en kunnen ook geen toilet gebruiken. Met zaklantaarns, flessen water en een emmer hebben we alle problemen van dat moment weer opgelost. De volgende dag  is zondag, dus er wacht nog een tweede nacht aan boord. De zondag gebruiken we om veel boodschappen te doen voor de grote oversteek naar Tahiti. Er is vlak bij de jachthaven een ontzettend goede AH, die alle vertrouwde producten heeft. Vooral tijdens een lange oversteek is dat altijd erg handig, scheelt tijd en je hoeft geen gebruiksaanwijzing te lezen of te vertalen. Met een lijn hijsen we alle boodschappen aan boord en stouwen alles zo goed mogelijk weg.  De volgende dag krijgen we een heel goed telefoontje uit Nederland van Stefanie, die ons vertelt dat alles goed is met de baby en dat  het een meisje is. We zijn ontzettend blij en nemen er ’s avonds een borrel op. De Drammer gaat weer te water en ’s middags doen we nog een tweede lading boodschappen bij een andere supermarkt, Gaan langs douane en immigratie en zijn net op tijd om de auto weer in te leveren. Dinsdag om 5 uur staan we op, om de Emmabrug van 6 uur te pakken. We melden ons over de marifoon en varen op tijd het kanaal in naar de brug. De brugwachter vaart de brug vlak voor onze neus dicht en er moet van bemanning gewisseld worden. Kost ons een uur, eenmaal buiten regent het, staat er bijna geen wind en blijkt de stuur automaat niet te werken. Soms zit het mee en soms zit het tegen. Naar Aruba is ruim 70 mijl, dus dat sturen we wel met de hand. Om 17.00 uur melden we ons bij de havenautoriteiten, We moeten een uur buiten wachten want er vertrekt een cruiseschip. Na een uur de haven in waar we bij het industrieterrein af moeten meren, langs grote autobanden en in een behoorlijke deining, we zijn er niet blij mee. De douane en immigratie komen naar ons toe, maar al met al liggen we daar wel twee uur te wachten en is het inmiddels donker. Aanrader voor andere zeilers,die Aruba aan doen: ga niet gelijk door naar Oranjestad maar klaar in in Barcadera Harbour, dit is veel sneller. Downlaod bovendien de papieren voor douane en immigratie van te voren(site Renaissance Marina), vul ze vast in en je kunt ze dan gelijk afgeven. In het donker met geweldige service van Renaissance Marina via de marifoon de haven in geholpen. Eind goed al goed we hebben een heel mooie plek met uitzicht op het koraal en bij een resort met drie zwembaden en een privé eiland met snorkplekken. Voor het slapen gaan, zwemmen we dan ook nog een paar rondjes. Volgende dag gebruiken we om te klussen, de stuurautomaat in orde te maken en te wassen(machine doet het bijna zullen we maar zeggen) Tip: neem nooit een indesit wasmachine/droger combinatie aan boord,is veel te ingewikkeld en te kwetsbaar. ’s Avonds bezoeken we Kees en Nienke Wiersema  en Esther die ook op Aruba zijn om wedstrijden te varen in de Tornado. We spreken heel veel andere zeilers en het is erg gezellig.

Van Curacao naar Aruba














13 nov 2008

Foto's onderweg naar Curacao






Enkele foto's onderweg naar Curacao.
15 november vliegen we weer naar de Drammer bij Curacao Marine om onze tocht via Aruba naar Panama te vervolgen.