28 aug 2010

Van Port Douglas naar Darwin.







Vrijdag 30 juli maken we om 10.45 uur los en vertrekken we richting Darwin. Er staat nog veel wind, dus we varen alleen op de genua. 's Nachts is het behoorlijk intensief varen, we navigeren tussen eilanden, riffen en beroepsvaart door. We hebben veel aan het AIS systeem, dat we in Mackay hebben laten installeren. De display geeft alle benodigde informatie, en we kunnen een paar keer met naam het schip oproepen dat ons achterop komt. We spreken dan af welke kant hij ons gaat passeren, het is een geruststelling dat je weet wat ze gaan doen en dat ze je gezien hebben. De geulen worden steeds smaller en er is niet zoveel ruimte om uit te wijken. Zaterdag 31 juli is Radboud jarig en we feliciteren hem via de iridium, leuk om op deze dag nog even contact te hebben. Nog 237 nm. naar Cape York, het noordelijkste puntje van Australië, dat is hemelsbreed en door het volgen van de geulen moeten we nog wel heel wat meer mijlen afleggen. Zondag neemt de wind weer toe en al snel staat er weer een 7 bft. Het is plat voor de wind en lopen met een gereefde fok nog 8 knopen. Wel is het heel intensief omdat er met de hand gestuurd moet worden en er weinig ruimte is om af te kruisen. Maandag 4.00 besluiten we beiden op te blijven, omdat er een heel moeilijk stuk aankomt nl. de Torresstraat. Het water tussen Australië en Papua Nieuw Guinea is smal en er liggen veel eilanden, bovendien stroomt het er heel hard en is er veel scheepvaart. We hebben redelijk geluk, de wind is wat afgenomen en de scheepvaart valt mee, blijft het nauwkeurig navigeren over. Dat doen we in deze situaties altijd beiden en dan apart, waarna we elkaar weer controleren. Na twee uur zitten we in de Endeavour Street en hebben we het ergste gehad. Gaan via de Endeavour Street naar de golf van Carpentaria, waar we verwachten in de luwte van Australië te komen. Dat blijkt echter vies tegen te vallen, we krijgen daar enorme kruiszeeën en daar hebben we niet op gerekend. Als we echter uit gaan rekenen hoe groot en diep de golf is, blijkt hij toch wel twee keer zo diep en twee keer zo groot als de Noordzee te zijn. Vliegtuig van de border control komt twee keer heel laag over ons heen vliegen, via marifoon geven we onze naam door en de route die we volgen. Dinsdag feliciteren we Hans' moeder met haar 90ste verjaardag.Drie dagen hobbelen we door op erg onrustig water, 's nachts krijgen we nog bezoek van een grote watervogel. Het is een geelvoetige booby en hij landt precies op de giek boven het open gedeelte boven de kuip, we vinden dat niet zo handig voor het geval hij iets laat vallen, dus proberen hem te verplaatsen naar achteren boven de bimini. Hij denkt er echter anders over en verdedigt zijn plek heel fel. We laten hem maar zitten en door de golven hobbelt hij vanzelf naar een andere plek. We hebben hem letterlijk bed and breakfast gegeven, want door de ruwe zee en het vele water dat we over krijgen, liggen er heerlijke vliegende vissen op dek klaar. Uiteindelijk komen we noord van Arnhemland en bereiken we de beschuttere Arafurazee. Vrijdag 6 augustus om 3.30 uur bereiken we New Years Island en om 13.30 draaien we de van Diemengolf in. De wind is weg en we moeten de rest op de motor doen. Tot nu toe hebben we de hele afstand van Port Douglas tot hier kunnen zeilen en we zijn er tevreden mee. Zaterdag 7 augustus laten we om 10.30 uur het anker vallen in Fannie Bay in Darwin we hebben er dan 1211 mijl opzitten in 8 dagen dus weer mooi een gemiddelde van 150 mijl per dag. We moeten hier van de douane wachten tot Fisheries bij ons geweest is om de zoutwater intakes van de boot schoon te maken en het onderwaterschip te controleren. We nemen contact met ze op en ze komen met duikers het schip inspecteren en de intakes sprayen. We moeten dat 14 uur laten zitten en mogen daarna pas naar de haven. Naar de kant gaan durf ik niet met onze opblaasbare dinghy met het oog op de krokodillen. Het wemelt hier van de zoutwaterkrokodillen, die 5 tot 6 meter lang kunnen worden en zeer agressief zijn. Nu snap ik waarom ze hier allemaal aluminium bijbootjes hebben. De volgende morgen vroeg gaan we naar de haven, Tipperary Waters Marina, waar we nadat we geschut zijn een mooie plek in de haven krijgen. Hier zullen we ons aansluiten bij de World ARC om met hun de Indische Oceaan over te steken.

8 aug 2010

Mackay tot Port Douglas.









Zondag 18 Juli vliegen we weer van Cairns terug naar Mackay. We hebben een heel fijne week gehad met Victor, Cathelijne en Thomas en het is altijd weer moeilijk om afscheid te nemen. De Drammer staat keurig in de anti fouling op een paar plekken na, die wat uitleg vergen en daarom nog niet af gemaakt waren. Het zijn voor ons bekende plekken op de kiel en waren waarschijnlijk vorige keer niet goed genoeg behandeld. Maandagmorgen wordt er een nieuwe schroefas lager en de aquadrive gemonteerd ook hebben we er voor gekozen een AIS systeem te laten plaatsen. Om 14.00 uur gaat de Drammer weer te water en varen we door naar de pomp om brandstof te tanken en daarna naar de box. De volgende ochtend om 7.15 vertrekken we richting Whitsundays Isl. Om 10.45 zie ik ineens twee heel grote walvissen vlak achter de boot langs zwemmen en bij een eiland iets verder op is er één heel hoog uit het water aan het springen. Het blijft een prachtig gezicht, maar ik vind het ook wel een beetje eng, ze zijn groter dan de boot en je voelt je best kwetsbaar. We meren 's middags af in Hamilton bij de jachtclub en wentelen ons in de luxe. Vooral het clubhuis van de club is adembenemend mooi in het bijzonder als het verlicht is na zonsondergang. Het is een ontwerp van Walter Burda en het is een echte blikvanger. Het havengeld blijkt dan ook heel hoog als we bij de havenmeester gaan afrekenen, we houden het maar op twee nachten. Tijdens het wandelen zien we heel mooie vogels zoals de Cockatoo en de Lorikeet De volgende dag gaan we met de bus het eiland verkennen en maken een wandeling dwars over het eiland op slippers (we leren het nooit af om op slippers van boord te gaan). Onderweg komen we vele borden tegen, die erop wijzen dat voor deze wandeling goed schoeisel, drinkwater en hoeden nodig zijn. Volgende keer beter voorbereiden denk ik dan maar. Het was prachtig met heel mooie uitzichtpunten en heerlijk rustig. We gaan naar een speciaal sunset point op het eiland, waar elke avond een bar wordt ingericht. Het is echt een luxe op het eiland en we genieten ervan. De volgende dag varen we met veel wind naar Airlie Beach naar de Abel Point Marina. Mooie ligplaats en goede omgeving om te wandelen, vooral de bicentennial walk is mooi om te doen. Van hier uit zeilen we een nacht door naar Townsville, waar we het aquarium en het Maritiem Museum bezoeken. 's Middags gaat Hans nog een keer aan het werk om de roerkoning beter af te dichten en ik ga naar het Cultereel Museum en de supermarkt. De volgende dag vertrekken we naar Half Moon Marina achter Yorkeys Knob. Het invaren is erg spannend omdat we op een bepaald moment nog 0 cm water onder de kiel hebben, de geul is echter zo smal dat we ook niet kunnen keren, dus doorvaren is de enig optie. Het gaat allemaal goed en we meren af bij de brandstof pomp en tanken alles vol. Dit is onze laatste mogelijkheid om gelijk bij de pomp te tanken, dus dat pakken we altijd. Bij inspectie van de motorruimte, blijkt de motor olie te lekken wat we gelukkig vrij makkelijk kunnen verhelpen door een nieuwe pakking te plaatsen. De volgende dag hebben we nog een heerlijke dagtocht naar Port Douglas, waar we een mooie box krijgen en het weerbericht nog beter in de gaten gaan houden, omdat onze volgende tocht zeker 8 dagen zal zijn en er steeds stormwaarschuwingen zijn voor dat gebied. We moeten door de Torres straat en daar wil je zeker niet teveel wind hebben. Op het havenkantoor printen ze steeds weer nieuwe weerberichten voor ons en als er de volgende dag voor de eerste keer de waarschuwingen zijn ingetrokken besluiten we te vertrekken.

14 jul 2010

Australië (Mackay).



















De volgende ochtend staat om 8.00 uur de quarantaine officer op de steiger en daarna komen de customs aan boord. Tot onze verrassing komen Cathelijne. Victor en Thomas zich ook al melden maar mogen nog niet aan boord. Gelukkig gaat alles vrij snel en kunnen we ze op de wal gaan halen. Groot feest natuurlijk om ze weer aan boord te hebben, met z'n allen varen we naar de box die we toegewezen gekregen hebben. Zaterdag wandelen we nog wat bij de haven en zondag maken we een tocht mee met hun camper. Zien we gelijk wat van het binnenland en ook zien we de eerste kangoeroes. 's Middags zetten ze ons weer af op de haven en zij trekken nog een week verder naar Cairns, waar wij naartoe zullen varen om ze weer een week aan boord te hebben. Hans begint gelijk de dynamo te vervangen, die het onderweg begeven heeft. Het lukt grotendeels en alleen de bedrading levert nog problemen op, zodat we toch maandag hulp nodig hebben van een specialist. De dynamo werkt en omdat we wel tijd verloren hebben en de volgende stop echt met daglicht willen bereiken besluiten de volgende ochtend vroeg weg te gaan. Als we dinsdag vroeg weg willen varen blijkt er geen enkele beweging in de boot te komen als we de motor in zijn voor- of achteruit zetten. We maken de lijnen weer vast en gaan binnen kijken wat er aan de hand is. Al snel zien we dat de motor de schroefas niet in beweging zet. Dat is echt foute boel. We halen er een expert bij en die kan zo met de hand de schroefas uit de motor schuiven.

Hier worden we wel even stil van en begrijpen dat dit ingrijpend is. De schroefas is geheel los gekomen uit de aqua drive, die vervangen moet worden. In Australië niet te krijgen, dus moet er weer een beroep op Nederland gedaan worden. Conyplex belooft alles snel op te sturen en we besluiten dan hier op de kant te gaan i.p.v. in Cairns. Een andere keus hebben we natuurlijk niet want zo kunnen we niet varen. Dat we de boot niet meer op tijd in Cairns krijgen om Victor, Cathelijne en Thomas aan boord te hebben is wel duidelijk. We huren een appartement en regelen tickets om naar Cairns te vliegen, zodat ik toch op Thomas kan passen als zij een duikcursus volgen. Donderdagochtend kunnen we op de kant en zullen gesleept moeten worden naar de portaalkraan. We zien er wel tegenop en slapen er niet echt goed van. 's Morgens staan er vier mensen op de steiger om ons te helpen en er zijn twee sleepboten. Al snel zien we dat dit echt vakmensen zijn en hoeven alleen iets met de boegschroef bij te sturen. Ze varen ons keurig achteruit in de portaalkraan, die negen meter boven ons is. Ze maken alles in orde om te hijsen en wij moeten van boord af. De boot wordt afgespoten en op zijn plaats gezet. Als we dit alles zo zien zijn we blij dat we hier deze pech hebben, want we worden met alles heel professioneel geholpen.

We spreken af dat er nieuwe anti-fouling onder komt en iedereen maakt tijd voor ons. We hebben elektriciteit en water en besluiten aan boord te slapen tot zaterdag, zodat we lang door kunnen gaan met klussen. Hans repareert met behulp van Mackay Marine services de roerkoning en is daar een hele dag mee bezig, maar uiteindelijk lukt het wel en kan hij de stuurinrichting weer aansluiten, die ook losgemaakt moest worden. Om zeven uur 's avonds werkt alles weer. Dat is de eerste klus. We willen graag een tent aan de sprayhood omdat we veel regen en wind van achteren hebben. De zeilmaker heeft geen tijd, maar biedt wel aan dat ik zijn machine mag gebruiken. De hele vrijdagmorgen ben ik er mee bezig en het is best zwaar werk achter zo'n professionele machine. Als hij af is en de tent past, is het wel precies wat we bedoelen en vooral Hans is er erg blij mee.

's Middags repareer ik nog het leer op de grepen bij de sprayhood en dan stoppen we met klussen. Zaterdagochtend om vijf uur loopt de wekker af en vliegen we naar Cairns, waar we Cathelijne, Victor en Thomas weer zien in het ressort waar we een appartement gehuurd hebben.

4 jul 2010

Nieuw Caledonië





Dinsdag 8 juni 2010 vertrekken we uit Suva naar Nieuw Caledonië, richting Havanna Pass, een tocht van een kleine week varen. De eerste dag hebben we helemaal geen wind en de oceaan is spiegelglad. Woensdag kunnen we eindelijk zeilen en kan de motor uit tot donderdagavond, daarna is het weer veel motoren. Hans vangt een heel mooi tonijntje, maar slaagt er weer niet in om de vis aan boord te krijgen. Jammer want dit was echt een heel mooie maat voor ons. Zaterdagmorgen om 7.30 hoort Hans een walvis meerdere keren blazen en ziet hem twee maal bovenkomen, hij zwemt een tijd met ons mee. Zondagmorgen houden we vaart in om niet met donker bij de pas te komen en bij het eerste licht varen we naar binnen. Zondag om 14.00 uur meren we af in de haven van Noumea, aan de bezoekerssteiger in Port Moselle. Heerlijk sinds weken weer in een haven met water en elektriciteit. Via het havenkantoor kunnen we inklaren en de quarantaine officer komt dezelfde middag aan boord om het verse eten in te nemen. Maandag blijkt dat het pakje uit Nederland met de onderdelen voor de roerkoning pas donderdag aan zal komen, Hans vertrekt vrijdag naar Nederland dus dat halen we niet. Wel kunnen we tot onze verbazing het reddingsvlot hier laten keuren. We hebben een vlot in een valies en dat kan niet overal weer goed vacuüm getrokken worden. We hebben er al veel tijd in gestoken om het voor elkaar te krijgen en dachten er aan om een nieuw vlot aan te schaffen. Nu is alles hier gekeurd en weer keurig verpakt. We gaan kijken als het vlot opgeblazen bij het bedrijf ligt en zien zelf dat het er nog heel goed uitziet. Er komt een monteur aan boord om de generator te repareren en een ander om de ijskast te maken. Vrijdag 18 juni vertrekt Hans voor een week naar Nederland en ik benut de tijd om de boot schoon te maken, al het chroom te poetsen en de bovenkant van het polyester weer in de was te zetten. Dinsdag heb ik nog een duiker geregeld om nieuwe anoden onder de boot te laten zetten. Verder ga ik in die week nog het eiland bekijken, musea en een cultureel centrum bezoeken. Ben onder de indruk van de wijze, waarop de Kanaken (oorspronkelijke bewoners) hun huizen bouwden. Heel hoge huizen met in het midden een met houtsnijwerk bewerkte hoge paal van wel 5 of 6 meter. Om die paal trokken ze hun huizen op met vlechtwerk van takken, op de vloeren lagen gevlochten matten. De Kanaken leefden heel erg verweven met de natuur, veel mythen hebben betrekking op de stand van maan en sterren.Leuk om je erin te verdiepen en je krijgt veel respect voor de mensen. Ik heb die week gezelligheid van een ander Nederlands echtpaar, Mieke en Rob van de Stamper uit Colijnsplaat. Altijd weer fijn om een aanspreekpunt te hebben als je alleen bent. Vrijdagavond laat komt Hans weer aan boord en we besluiten om de volgende dag al uit te varen richting Australië. De voorspelling is goed en er ligt een groot hoge druk gebied bij Australië waar we van willen profiteren. De gribfiles geven de eerste vijf dagen goed weer aan. Zaterdagmiddag tanken we brandstof en water en vertrekken voor de oversteek van ruim 1000 mijl naar Mackay. Om half zes passeren we de pas de Dumbea en zijn net voor donker buiten. We hebben volle maan en kunnen het eerste stuk heerlijk zeilen, daarna moeten we veel motoren omdat we weinig wind hebben. We hebben mailcontact met Cathelijne en Victor die met een camper rondtrekken langs de kust van Queensland. Ze denken zaterdag in Mackay te zijn en wij doen ons uiterste best dat te halen. Donderdagmorgen hebben we een grote groep dolfijnen bij de boot en we genieten er weer volop van. Om 15.30 zijn we zuid van Homart Patch, beginpunt van het Great Barrier Reef in de Entrance van Capricorn Channel. Hier een hoog springende dolfijn naast de boot en even ben ik bang dat hij op het dek zal landen zo dichtbij. Na ruim 10.000 mijl op de Pacific te hebben gevaren met veel deining is het achter het rif met een bakstag wind van 4 tot 5 Bft heerlijk zeilen. Vrijdag krijgen we nog een walvis naast de boot. We mailen naar customs en marina dat we 's nachts om 3 uur denken aan te komen. We hebben de kaart goed bestudeerd en durven de ruime haven wel 's nachts aan te lopen. We passeren drie enorme ankergebieden met opgelegde schepen en lopen om 2.30 uur de haven binnen, meren af op de plek die we toegewezen hebben gekregen en gaan snel nog een paar uur slapen.

23 jun 2010

Fiji.



We vertrekken op de motor uit Tonga, omdat er buiten erg weinig wind staat. Pas de volgende dag kunnen we slechts vier uur zeilen, waarna we weer de motor moeten starten. Woensdagavond beginnen we te bellen met Fiji customs, omdat we ons 48 uur voor aankomst gemeld moeten hebben. Email gezonden naar Royal Suva Yacht Club, die ons verwijzen naar de website, maar die kunnen we aan boord niet ontvangen. We blijven bellen maar krijgen pas donderdagmorgen om 10.00 uur verbinding en de operator belooft ons de customs en immigration te informeren. We hebben precies opgeschreven wat we gedaan hebben om ze te bereiken. We moeten de motor aanhouden omdat er te weinig wind is en we kunnen nog één keer een paar uur zeilen. Vrijdag 11.00 uur hebben we via de marifoon contact met portcontrol, die ons verwijzen naar het quarantaine gebied voor de Royal Suva Yacht Club, waar we moeten wachten op onze clearance. We schrikken wel erg van de omgeving, want om ons heen liggen elf scheepswrakken, sommige gekanteld en vastgebonden aan andere om ze drijvend te houden. We zullen hier maar niet de watermaker gebruiken, je moet er niet aan denken wat een vervuiling dit is. Om half vier 's middags hebben we nog niemand gezien, komen ze niet voor vijf uur dan worden we pas maandag ingeklaard en we willen dinsdag al weer door. Om half vijf komen er vijf mensen aan boord (zie foto met rode bootje) en na een half uur en vele verklaringen zijn we net op tijd ingeklaard. Zaterdag kunnen we met een taxi naar de hoofdstad Suva om geld te pinnen. Als we terugkomen willen we brandstof tanken maar dat moet precies op hoogwater omdat er anders niet genoeg diepgang voor ons is. We twijfelen, maar besluiten toch het te proberen. Na veel uitleg hoe we precies nog wat obstakels onder water moeten ontwijken halen we buiten anker op en beginnen langzaam en voorzichtig naar binnen te varen. Als we bij de pomp zijn hebben we op het ondiepste punt nog 20 cm. onder de kiel gehad. Snel tanken en zo snel mogelijk weer naar buiten. Als we weer voor anker liggen gaan we met de dinghy naar de haven en met een taxi de stad verkennen. We bezoeken het Fiji museum. de University South Pacific en de parlement's gebouwen. Bij terugkomst op de jachthaven is er vrij bier drinken en een varken aan het spit omdat er een nieuwe bar geopend wordt. We ontmoeten er andere wereld zeilers en het is gezellig. Voor zondag hebben we een rondrit gepland en de taxi van de haven rijdt ons rond over het hoofdeiland Viti Levu. Grotendeels langs de kust waar we veel mooie ressorts zien, maar het laatste stuk moet door het binnenland, de weg is daar onverhard en het regent behoorlijk, dus spekglad. Het is een mooie rit maar wel erg lang, we hebben ons niet gerealiseerd dat het eiland veel groter is dan bijvoorbeeld Tahiti, en bij thuiskomst hebben we ruim 500 km. gereden in 13 uur. Maandag vroeg naar Health Ministry, customs en immigration, waar we lang over doen omdat er net een cruiseschip binnengekomen is, dat ze eerst afhandelen. Veel oponthoud hebben we omdat onze 48 uur notice of arrival aanvankelijk niet erkend wordt. We hebben vrijdag alles keurig opgeschreven en aan de officer meegegeven, maar deze durven geen beslissingen zelf te nemen, dus moet we bijna een uur wachten op de boss die in vergadering is. Na de man gesproken te hebben en alles uitgelegd krijgen we uiteindelijk onze clearance. Om 15.00 uur zijn we weer aan boord en blijven daar ook maar. De gribfiles geven rustig weer af tot Nieuw Caledonië en we vertrekken dinsdag vroeg uit Suva. Vier dagen Fiji is echt tekort, de andere eilanden moeten heel mooi zijn, maar dan moet je ook echt twee of drie weken voor dit gebied nemen. Door alle toestanden met inklaren blijven er voor ons maar twee dagen over, toch hebben we een indruk van het gebied en de mensen en dat is meegenomen. Via de mail hebben we bericht ontvangen dat de onderdelen voor de roerkoning onderweg zijn en we hopen in Nieuw Caledonië de lekkage op te lossen.

13 jun 2010

Tonga.






De 720 mijl van Suwarrow naar Tonga leggen we in 5 dagen af volgens de kalender maar leveren een dag in omdat we de datumlijn passeren, de wind varieert van 2 tot 4 bft. 's Nachts hebben we eenmaal veel regen en onweer, maar de meeste nachten hebben we goed zicht door de volle maan. Heerlijk is dat als het tijdens je wacht niet al te donker is. Mailen onderweg nog een keer met de werf over de lekkage van de roerkoning en ze antwoorden dat er aan gewerkt wordt. Vrijdagmorgen 28 mei komen we aan op Vava'u (eiland van het koninkrijk Tonga) bij de hoofdstad Neiafu. Het blijkt erg moeilijk afmeren bij de wharf om in te klaren, naar de douane, naar quarantaine en immigration te gaan. We besluiten tegen de regels een mooring op te pakken en vragen de eigenaar ervan de clearance te regelen. In de gids staat dat dat kan , dus we proberen het maar. Na twee uur komen ze ons melden, dat we met de dinghy naar de wal mogen om alle papieren af te handelen. Daar zijn we erg blij mee, omdat het afmeren bij de kade moeilijk is en veel schepen daar al schade opgelopen hebben. We kunnen alles afhandelen voor 16.00 uur, behalve immigration, waar we maandag pas terecht kunnen. 's Avonds gegeten bij de Vava'u Jachtclub. Zaterdagmorgen gaan we naar de markt, wat altijd weer een belevenis is. We zien de mensen, die vrolijk en vriendelijk zijn. Tonga is een koninkrijk, waar je speciaal heen gaat. Het is geen plek waar je makkelijk komt behalve met je eigen schip. Als we er zijn blijkt hun enige vliegtuig een verkeerde landing gemaakt te hebben en is niet meer bruikbaar. Veel mensen zitten nu vast op het eiland. De ferry is deze winter verongelukt en er is nu tijdelijk iets geleend van Nieuw Zeeland. We zijn onder de indruk van de oorspronkelijkheid van het eiland. Veel mensen lopen nog in de traditionele gewaden (ta'ovala's), dat zijn matten die ze zelf vlechten of tapa kleren, die gemaakt worden van de bast van de mulberry tree. De familie is voor de mensen van Tonga heel belangrijk, en dan niet alleen de familie zoals wij die kennen, maar heel uitgebreid. Het woord moeder heeft bijvoorbeeld ook betrekking op alle zusters van de moeder en bij de vader alle broers. Neven en nichten gaan tot de derde graad door. Iedereen zorgt voor elkaar en soms is dat best een belasting en een rem op hun eigen ontwikkeling, zoals een taxichauffeur ons vertelde. Het komt heel vaak voor dat familie de opvoeding van kinderen overneemt. Individuele ontwikkeling is niet van waarde en alles is erop gericht om een groep te steunen, of dit nu familie, kerk of regering is. Buitenstaanders willen ze altijd ten dienste zijn en ze zullen je altijd het antwoord geven dat je wil horen. Er zijn drie standen, de koninklijken, de edelen en de gewone mensen, alle drie hebben hun eigen taal. Ze zullen altijd respect tonen aan de mensen van een hogere rang.

We zijn erg onder de indruk van de gemeenschap hier en genieten er erg van. Zondag is een rustdag op Tonga en we zien niemand in de hoofdstad lopen, iedereen is bij familie of in de kerk. Heel speciaal zo'n volmaakte zondagsrust, wij klussen en maken de boot schoon. Voor maandag hebben we een rondrit over het eiland geregeld en bezoeken de botanische tuin, waar we rondgeleid worden door Lucy die Nederland goed kent en er meerdere keren geweest is. De tuin is een verzameling van planten die in de Pacific voorkomen en in het kader daarvan heeft ze contact met Wageningen. We lunchen in een ressort en ik beklim nog een berg met de gids. Hans besluit beneden te blijven, omdat hij last heeft van zijn rug. Boven mooi uitzicht, maar het was wel een moeilijke tocht, dus goede beslissing van Hans om beneden te blijven. We melden ons bij immigration en klaren uit. Wachten nog even met uitvaren om te zien of het wel met Hans' rug gaat. Alles ziet er goed uit en we besluiten om 16.30 uur los te gaan van de mooring richting Fiji.

28 mei 2010

Van Tahiti naar Suwarrow














Maandag 10 mei 2010 komen we 's morgens om 3.00 uur weer aan in Taina Marina. Het was een lange reis van meer dan 60 uur, met veel vertraging door de vulkaan op IJsland. De boot ligt er goed bij, maar we horen dat er a.s. woensdag een heel zware deining verwacht wordt. Het is dus zaak om de volgende dag al te vertrekken, omdat we anders door de zware deining min of meer gevangen liggen in de haven. Slechts 1 dag om alles in orde te maken, gelukkig waren we al ver en we gaan gelijk aan de slag. We klaren uit, doen de laatste verse boodschappen en nemen vast afscheid van de mensen in de haven. Dinsdag drie uur gaan we los en varen langs de brandstofpomp om de jerrycans allemaal te laten vullen. We verlaten met weemoed de lagune van Tahiti, wat hebben we hier genoten en wat zijn de mensen aardig voor ons geweest. Maar nu is het weer tijd om verder te gaan en daar hebben we ook beiden wel weer veel zin in. We willen in gelijk doorvaren naar Bora Bora om alvast wat in het ritme te komen. Onderweg blijkt dat we toch nog behoorlijke lekkage hebben bij de roerkoning. Woensdag 12 mei pakken we een mooring op bij de jachtclub. En kitten snel de roerkoning weer dicht hopen we. Bij het binnenvaren viel het ons al op dat er een van de twee grote rode boeien ver zuidwaarts op het rif ligt. We kennen de route nog van vorig jaar, maar het is wel raar. Als we 's avonds bij de jachtclub willen eten, blijkt pas wat er voor schade is aangericht door de cycloon in februari. De huisjes van de eigenaars zijn weggespoeld, het terras is net weer nieuw opgetrokken en er zijn nog een paar tafels en stoelen gered. Het jonge echtpaar, dat vorig jaar nog zo'n mooi bedrijf had opgebouwd met een heel hoge standaard aan service en een heel goede keuken, is alles kwijt. Van verzekering is geen sprake en ze kunnen dus weer opnieuw beginnen. Maar goed dat is natuurlijk wel het risico dat je loopt als je hier iets opbouwt. Ook verder in de lagune blijkt heel veel schade. De ressorts zijn hard getroffen en alle verdiepingen zijn gewoon uit de huisjes geslagen. Iedereen is weer aan het opbouwen en we hebben bewondering voor de veerkracht van deze mensen. De volgende dag gaan we om 11.00 uur los om weer verder te gaan, na twee uur varen blijkt dat de roerkoning toch nog teveel lekt. De deining is meer dan vier meter en de golven die achterop komen zijn echt hoog. Dat geeft steeds weer opnieuw heel veel druk op de afdichting van de roerkoning en we besluiten dat het niet slim is om door te gaan. Weer terug naar Bora Bora om de afdichting beter af te sluiten. Zaterdag 15 mei vroeg proefgevaren om te zien of de afdichting genoeg is. We zijn tevreden en besluiten weer te vertrekken. De deining is erg hoog en de wind begint ook toe te nemen. Maupiti kunnen we door het weer niet meer aanlopen en we gaan door op onze tocht van ruim 700 mijl naar Suwarrow. Zondag neemt de wind nog meer toe. Op een gegeven moment staat er 37 knopen op de meter en surfen met klein voorzeil met 10,5 knopen de golven af. We kijken elkaar aan en vragen ons af of dit nog wel leuk is. We zijn toch nog wel moe en beginnen een nieuw wachtsysteem. Hans slaapt steeds twee uur, waarna ik weer drie uur mag slapen. Het blijkt geen slecht ritme voor ons te zijn en uiteindelijk slingeren we in en kunnen er weer van genieten. We hebben een paar mooie zeildagen en hoeven de motor nauwelijks te gebruiken. Wel behoorlijke regen en onweersbuien over ons heen gehad tijdens de oversteek. De laatste 36 uur moeten we snelheid minderen, want we kunnen Suwarrow beslist niet in donker aanlopen. Donderdag om 9.30 uur zien we het silhouet van de atol. Gelukkig is het weer beter geworden en we durven zo wel naar binnen te varen. Na een heel spannende passage door de pas, die niet betond is o.i.d. komen we veilig binnen in de lagune. We blijken de enige boot te zijn en ankeren achter het hoofdeiland in de beschutting.




Dit was wel heel spannend maar de beloning is groot. We hebben direct al een haai naast de boot en besluiten het zwemmen maar even uit te stellen, daar we weten dat de haaien hier veel agressiever zijn, dan we tot nu toe gewend waren. Na enkele uren komt er nog een boot en later nog drie van de World Arc binnen. We verkennen het eiland met de dinghy, helaas blijkt er nog niemand aanwezig te zijn om ons verder door de lagune te leiden. De caretaker zal er pas 1 juni weer zijn. Jammer, maar het is niet anders. Met de dinghy kun je zelf niet op verkenning uit, omdat dat veel te gevaarlijk is. De lagune is groter dan het noordelijke deel van het IJsselmeer en als de wind draait kom je niet meer terug. Met de deelnemers van de World Arc 's avonds een potluck gehouden. Was erg gezellig en we hebben ze vast een beetje leren kennen. Iedereen is toch wel erg vrij in zijn programma en dat spreekt ons wel aan. We halen gribfiles op en zien dat er erg goed weer voorspeld wordt voor de komende vijf dagen. Tien uur de volgende ochtend halen we anker op. Dat was nog niet echt eenvoudig, omdat we zoals we al wisten met de ankerketting om een coralhead lagen. Na een half uur proberen, komen we zonder schade los en varen we de pas weer door naar buiten. Heel speciaal om hier geweest te zijn, een plek die we ons nog heel lang zullen herinneren. Een plek ook die je alleen maar op eigen kiel kan bereiken.